12 juni, 2013

Cultuur & Evenementen

Ken jij ze nog, gulle gevers die zonder problemen duizenden euro’s beschikbaar stellen om een leuk (kunst)project te financieren? Misschien zijn ze er nog wel, deze mecenassen, maar hun aantal is vanwege de crisis danig geslonken. De nieuwe hype is crowdfunding. Volgens het gedachtegoed vele handen maken licht werk zorgen verschillende donateurs er samen voor dat er toch een substantieel bedrag op tafel komt. In Leiden blijken we er aardig bedreven in.

Laten we dit artikel maar eens beginnen met een klein primeurtje: op de website Voordekunst krijgt Leiden, of beter gezegd Cultuurfonds Leiden, als eerste een partnerpagina die is gebaseerd op geografische ligging. Dit platform afficheert zich als ‘dé crowdfunding website voor kunst in Nederland’. Cultuurmakelaar Michaël Roumen is dan ook in zijn nopjes met de voorbeeldfunctie die Leiden gaat vervullen. Met zijn Cultuurfonds loopt hij tegen het probleem aan dat hij veel meer subsidieaanvragen krijgt dan hij kan honoreren. Voor projecten die niet in aanmerking komen voor een bijdrage kan crowdfunding de oplossing zijn, zo leert de ervaring.

De succesverhalen in Leiden liggen voor het oprapen. Stichting Beelden in Leiden kreeg onlangs de financiering rond voor een visueel landmark. Fotograaf Renzo Candido haalde voldoende geld bij elkaar om zijn project Kleurmakers in boekvorm te kunnen uitgeven. Theatermaker Kristel Boekhorst kreeg hetzelfde voor elkaar voor haar project Ik zie u vaker dan mijn moeder. En de band Glossy Jesus verzamelde voldoende donateurs om een videoclip te kunnen maken bij hun single The Heat and the Cold War. Projecten die zonder crowdfunding wellicht niet waren gerealiseerd.

Tegenprestaties

Glossy Jesus

Glossy Jesus

“In eerste instantie hebben we geprobeerd andere bronnen aan te boren”, vertelt Maarten van den Hoonaard van Glossy Jesus. De band stuitte echter op de soms strakke regelgeving van fondsen. “De producer van onze clip, Julie Périon, wees ons vervolgens op de mogelijkheden van crowdfunding. Zelf hadden we hier nog geen ervaring mee. Dat we ons doel hebben bereikt (Glossy Jesus verzamelde 2500 euro, red.) heeft volgens ons twee redenen. In de eerste plaats hebben we een beroep kunnen doen op een groot netwerk en daarnaast hebben we een pakket met diverse tegenprestaties samengesteld.”

Die tegenprestaties zijn kenmerkend voor de acties op Voordekunst. Donateurs krijgen op die manier waar voor hun geld. “In ons geval waren de huiskamerconcerten die wij hebben aangeboden erg in trek”, zegt Van den Hoonaard. Glossy Jesus bood donateurs daarnaast onder meer aan om te figureren in de videoclip. “Maar de tegenprestaties zijn volgens mij niet allesbepalend voor het slagen van een crowdfunding-actie. Het leeuwendeel van onze donateurs zijn mensen die ons op een bepaalde manier kennen en een warm hart toedragen. Zij doneren in het algemeen toch wel als je het aardig vraagt.”

Neveneffect

Kristel Boekhorst heeft dezelfde ervaring. “Mijn donateurs zijn vooral familie, vrienden en bekenden, terwijl ook de winkeliers die hebben meegewerkt aan het project een bijdrage hebben geleverd. Ik heb via Voordekunst dus geen nieuw publiek bereikt.” De mobilisatie van haar bestaande netwerk verliep volgens de theatermaker succesvol vanwege de aard van haar project. In Ik zie u vaker dan mijn moeder bouwde Boekhorst een band op met winkeliers die ze regelmatig ziet. “Vanuit een persoonlijk perspectief snijdt het een mondiaal thema aan: individualisme, sociabiliteit. Door de herkenbaarheid, toegankelijkheid en een realistisch doelbedrag waren mensen denk ik sneller geneigd om te doneren.”

Ik-zie-u-vaker_bewerkt

Kristel Boekhorst vierde haar verjaardag met winkeliers die deelnamen aan haar project

Buiten het aanboren van financiële middelen leverde crowdfunding Boekhorst meer waardevols op. “Het neveneffect van het werven van donateurs is dat je tijdens het maakproces blijft communiceren met de buitenwereld. PR is een belangrijk element, maar dat verlies ik nog wel eens uit het oog. Door crowdfunden werd ik hiertoe gedwongen. Ik heb ook erg genoten van de tegenprestaties. Hierdoor leeft het project na de afronding voort.”

Bewegen

Bovenstaande ervaringen zijn herkenbaar voor cultuurmakelaar Roumen. “Cofinanciering, want dat is crowdfunding in feite, is echt iets van deze tijd. Mensen komen pas in beweging als anderen bewegen. En om mensen in beweging te krijgen moeten kunstenaars veel ondernemender opereren dan voorheen. In Leiden is dit bij een aantal projecten uitstekend gelukt. Dat heeft denk ik te maken met het feit dat we in deze stad een actieve bevolking hebben. Leidenaren willen weten wat in hun straat of wijk gebeurt en daar ook graag een bijdrage aan leveren. Crowdfunding is een manier om die betrokkenheid te kapitaliseren.”

Toch plaatst Roumen ook kanttekeningen. “Sommige projecten lenen zich beter voor crowdfunding dan andere. Projecten waarbij het lastig is om betrokkenheid te kweken, hebben minder kans van slagen. Bovendien moet je ook niet onderschatten dat crowdfunding een intensief traject is. Je moet een dergelijke actie goed voorbereiden en er daarna ook voor zorgen dat er voldoende reuring ontstaat, ook bij doelgroepen die jou en je project nog niet kennen. Bewezen is dat negentig procent van de middelen die worden verzameld via crowdfunding, afkomstig is uit het eigen netwerk.”

Vreemd kapitaal

Wat dat betreft is er volgens Roumen nog veel winst te behalen. Met Cultuurfonds Leiden wil hij als aanjager fungeren om nog meer crowdfunding-acties succesvol te laten verlopen. “Ik vind dat we ernaar moeten streven om het percentage van tien procent aan vreemd kapitaal te laten stijgen naar twintig of zelfs dertig procent. Daarom is het mooi dat we een eigen partnerpagina krijgen op Voordekunst. Zo kunnen Leidenaren in de toekomst op één pagina zien welke projecten in de stad ze allemaal kunnen steunen. En wij kunnen zo beter werven voor verschillende projecten tegelijk.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen