20 november, 2013

Cultuur & Evenementen

Welke organisatie heeft er tegenwoordig geen Facebook en Twitter? En wie heeft er nog nooit gehoord van tablets, mobiele applicaties of digitalisering? Ook de Leidse musea gaan mee in de vaart der volkeren. Met je handen op je rug door een museum lopen is al lang niet meer de enige mogelijkheid om kunst te beleven. Als bezoeker word je zelf onderdeel van de tentoonstelling.

Een museumbezoek is niet meer wat het geweest is. Liep je voorheen langs vitrines met tentoongestelde voorwerpen of muren behangen met schilderijen, tegenwoordig word je mee op avontuur genomen. “Een museum is een experience”, aldus Astrid Kromhout, communicatieadviseur van Naturalis. “We willen 365 dagen per jaar relevant zijn, mensen nieuwsgierig maken en bezoekers zowel vooraf als na hun bezoek bij ons museum betrekken.” Door zelf actief deel te nemen aan de tentoonstelling geef je je museumbezoek ineens een heel ander karakter.

Crowdsourcing

Actief deelnemen kan bijvoorbeeld in Naturalis door mee te helpen de etiketten van de schelpencollectie te ontcijferen en te digitaliseren. Op de oude, handgeschreven etiketten zijn de soortnaam, vindplaats en vinder van de verschillende schelpen te lezen. Via een online tool kun je thuis achter de computer of in Naturalis zelf via een tablet de teksten overtypen in een digitaal formulier. Het inzetten van grote groepen publiek voor dit soort projecten wordt crowdsourcing genoemd. Crowdsourcing is voor musea bij uitstek geschikt om de bezoeker op een andere manier te betrekken bij de collectie en is voor de kunst- of natuurliefhebber bovendien een kans om zijn favoriete museum een handje te helpen.

Speurtochten en kindercollege

Interactiviteit is een beproefd middel om musea interessant te maken voor de jeugd. Elk museum kent speurtochten voor kinderen en probeert ze op speelse wijze te betrekken bij de collecties. “Over interactiviteit kan ik kort zijn, daar doen we niet zo veel aan”, zegt Janko Duinker, communicatiemedewerker van het Rijksmuseum van Oudheden, in eerste instantie. Na even doorvragen blijkt dat het museum wel degelijk bezig is met interactiviteit, vooral voor kinderen is er veel te doen. Bijvoorbeeld speuren met het ‘Meester Jaap Speurspel’ (gebaseerd op de boeken van Jacques Vriens), waarbij het spelbord en de opdrachten de weg door het museum bepalen. Ook op de website van het Rijksmuseum van Oudheden valt veel te beleven voor de jeugdige bezoeker. Kinderen vinden er een handige verzameling websites en informatie voor hun werkstuk, ze kunnen een audiotour downloaden voor op hun mp3-speler en zich daarnaast vermaken met een van de maar liefst zeven online games over archeologie en geschiedenis.

Meer weten dan je meester of juf met de MuseumJeugdUniversiteit

Naast de individuele programma’s doen alle Leidse musea mee aan de MuseumJeugdUniversiteit, waarbij kinderen van acht tot en met twaalf jaar in het weekend een uurtje ‘college’ krijgen van universitaire docenten. Onder de noemer ‘meer weten dan je meester of juf’ spoort de website kinderen aan om deel te nemen aan de collegereeks en de collectie van dichtbij mee te maken: ‘Echte wetenschappers vertellen alles wat je wilt weten. Je mag echte museumstukken aanraken of proefjes doen, en je mag zoveel vragen als je wilt.’

Spanningsveld

Interactie genereert vaak kabaal en dat kan een spanningsveld opleveren voor musea. Rennende kinderen zijn er veel in Naturalis en ook als je het Rijksmuseum van Oudheden binnenkomt is er altijd wel een schoolklas in de grote hal. In alle rust door het museum lopen lukt dan niet. “Ik geloof echt dat je elk museum interactief kunt maken, maar dat past niet altijd binnen de traditie van bepaalde musea”, zegt Ilse van Zeeland, die de tentoonstellingen in Naturalis ontwikkelt. Milou van Oene van Museum De Lakenhal onderschrijft dat probleem: “Ons publiek is over het algemeen vrij conservatief en het grootste gedeelte van onze bezoekers heeft weinig behoefte aan interactie op zaal.”

APP LEIDS LAKENToch proberen de musea een goede balans te vinden. Zo benut Museum De Lakenhal buiten de muren van het museum volop de nieuwe mogelijkheden. “We zijn bezig met sociale media, filmpjes, blogs en een app”, aldus Van Oene. Via de mobiele applicatie, die waarschijnlijk in mei 2014 wordt gelanceerd, komt de Leidse Lakenindustrie tot leven. Door middel van een interactieve stadswandeling met spelelement hoopt het museum de gebruiker bewust te maken van het rijke verleden van de eens zo bloeiende textielindustrie. Naturalis heeft meegewerkt aan de ‘dierenzoeker’, waarbij het mogelijk is met je mobiele telefoon te achterhalen met welke diersoort je te maken hebt. Op deze manier hopen de musea de bezoeker ook buiten het museum te vinden.

Focus op het hele gezin

Naturalis is daarnaast op zoek naar veel interactie in het museum zelf en is al enige tijd bezig met een grootschalige vernieuwing die in 2017 moet zijn afgerond. Het uitgangspunt is een dagje uit met het hele gezin. “Volwassenen moeten niet meer de facilitators zijn die kinderen een leuke dag willen bezorgen en ze aansporen tot doe-dingen in het museum. We willen de groep of familie als geheel aanspreken”, aldus Van Zeeland. “We willen graag dat volwassenen zich betrokken voelen en zelf ook interactief worden uitgedaagd.”

Live Science tentoonstelling in Naturalis, waarin de werkvloer en het museum bij elkaar komen.Een manier waarop het hele gezin nu al wordt aangesproken, is door middel van de live prepareersessies. In de LiveScience-zaal is het mogelijk om wetenschappers direct aan het werk te zien bij het prepareren van verschillende dieren. Wanneer een bezoeker de zaal binnenloopt ziet hij bijvoorbeeld achter een tafel een jonge vrouw een muis ontleden. Op het grote scherm achter de vrouw wordt uitvergroot hoe ze moeite doet om de huid van het diertje los te trekken. Aan de andere kant van de zaal zijn collectiemedewerkers druk bezig om objecten te digitaliseren en ook aan hen mag je vragen stellen. “Het doel van LiveScience is om meer interactie te zoeken tussen de wetenschappers en de bezoeker”, legt Kromhout uit. “In de praktijk blijkt de drempel om in gesprek te gaan met een onderzoeker helaas soms nog hoog.” Om het geheel toch wat toegankelijker te maken staan er nu vrolijk gekleurde bordjes op de bureaus waarop staat aangegeven dat je de medewerkers – ook als ze aan het werk zijn – gerust vragen mag stellen.

Van Oene signaleert tijdens haar werk voor Museum De Lakenhal ook een bepaalde drempel, maar dan op sociale media: “Ik merk dat er wel likes komen maar reacties blijven uit. Ik probeer vaak aan te haken bij de actualiteit, zo heb ik op dierendag een berichtje geplaatst over hondjes op schilderijen die bijna allemaal bruin met wit zijn, maar helaas kwamen daar geen reacties op.” Daarnaast valt het haar op dat musea vaak eerst een collectie vormgeven en pas daarna op zoek gaan naar de interactie. “De communicatieafdeling moet soms vechten voor interactieve elementen.”

Museum in de woonkamer?

De musea zijn dagelijks bezig met het vormgeven van tentoonstellingen en met de promotie van hun activiteiten. Interactie krijgt daarbij veel aandacht, maar desondanks zijn de musea nog enigszins zoekende. Hoe bereik je de bezoeker op een andere manier en welke manier werkt het beste? Past een initiatief bij de doelgroep en sluit dit aan bij de manier waarop een bezoeker rond wil lopen door het museum of voegt het initiatief op een andere manier iets toe? Van Oene: “Door vernieuwende interactievormen te ontwikkelen hopen we in de toekomst nieuwe doelgroepen naar het museum te trekken.”

We mogen de komende jaren veel innovaties op het gebied van interactiviteit verwachten, in het museum maar ook daarbuiten. En misschien hoeven we over twintig jaar zelfs niet eens meer naar het museum toe, maar komt het museum gewoon naar ons, live in je woonkamer.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen