17 mei, 2013

Cultuur & Evenementen

‘Papa, mag ik een ijsje?’ Of: ‘Mama, ik wil naar die supermarkt met voetbalplaatjes.’ Marketeers weten het al langer: kinderen zijn big business. Ze hebben weliswaar zelf niet zo veel te besteden, maar hun invloed op de gezinsportemonnee is enorm. Hoe is het in Leiden gesteld met ‘kinderentertainment’?

De gids 1000 dingen doen met kinderen in Nederland vormt de kiem voor dit artikel. Hoeveel van die 1000 tips hebben betrekking op Leiden? De score blijkt bedroevend, de Sleutelstad wordt slechts drie keer genoemd. Nou, vooruit: drieënhalf keer, als we Corpus, vlak over de gemeentegrens met Oegstgeest, stiekem meerekenen. In de overige drie gevallen betreft het De Lakenhal, Naturalis en De Grimmige Gruwelloop (routeboekje verkrijgbaar in het Visitor Centre). Als we onze blik verruimen buiten Leiden komen we ook Tony’s Mysterygolf (Leiderdorp), Space Expo (Noordwijk), het Nationaal Smalspoormuseum (Valkenburg) en boerderij ’t Geertje (Zoeterwoude) tegen.

Kosmopoliet

Het is logisch dat Leiden het qua aantal vermeldingen in deze gids aflegt tegen Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Dat Delft (6), Haarlem (5), Zoetermeer (5) en ook Alphen aan den Rijn (4) vaker worden genoemd, geeft echter wel te denken. Delft en Haarlem zijn bijvoorbeeld steden waarvan de directeur van Leiden Marketing, Martijn Bulthuis, vindt dat Leiden zich ermee zou moeten kunnen meten qua bekendheid en uitstraling. In een reactie laat Bulthuis weten dat hij weliswaar ‘schrikt’ van de genoemde noteringen, maar: “Ik heb hier niet echt een mening over. Als Leiden Marketing richten we ons op andere doelgroepen.”

In de marketingstrategie van Leiden staat ‘de kosmopoliet’ centraal. ‘De kwaliteitszoekers en ontdekkers uit de hogere regionen van de maatschappij. Vrijdenkende, open en kritische wereldburgers die zich ontplooien en beleven integreren met maatschappelijk succes, materialisme en genieten’, aldus is de doelgroep gedefinieerd. Die keuze is ingegeven door het cultuuraanbod in Leiden, dat te boek staat als hoogwaardig. Is dit een indicatie dat gezinnen met kinderen niets hebben te zoeken in Leiden?

Inspiratiegids

We steken ons licht op bij de schrijver van de gids, Jeroen van der Spek, en stellen hem de vraag waarom Leiden er in zijn publicatie zo bekaaid vanaf komt. “Laat ik duidelijk stellen dat ik subjectief te werk ben gegaan”, reageert hij. “Ik heb geput uit mijn persoonlijke ervaring – ik 509b194d718867.87980811ben vijf jaar tekstschrijver geweest voor Er-op-Uit van de NS – en mijn persoonlijke smaak. Het is mijn bedoeling geweest een inspiratiegids samen te stellen en geen compleet naslagwerk. Ik heb geprobeerd de voor de hand liggende attracties te vermijden, al ontkom je daar niet helemaal aan, en leuke en vernieuwende kinderuitjes te presenteren.”

Gevraagd naar zijn specifiek Leidse ervaringen, vertelt Van der Spek enthousiast over de Leidse musea. “Die zijn zeker het bezoeken waard. Corpus stak er wat mij betreft bovenuit. Je kunt zien dat ze bij de start direct hebben nagedacht over hoe ze het museum ook aantrekkelijk konden maken voor kinderen. Maar voor het overige zijn musea geen typische kinderattracties. Maar nogmaals, de samenstelling van de gids is puur willekeurig. Er zijn uiteraard nog genoeg leuke dingen te doen met kinderen die niet in de gids staan.”

Praktijk

Groot_BEELD_VINDINGRIJK

Vindingrijk is een nieuwe kindertentoonstelling van Museum Boerhaave over de uitvindingen van Christiaan Huygens

Hoewel subjectief van aard, een score van 3 op 1000 is niet bepaald om over naar huis te schrijven. Als we de praktijk toetsen bij Monique Moot, Front office manager van het Visitor Centre, noemt zij in eerste instantie eveneens de Leidse musea. “Zeker in de vakantieperiodes zijn de musea erg in trek bij gezinnen met kinderen. Boerhaave, Naturalis, Oudheden en Volkenkunde hebben vaak erg leuke tentoonstellingen die ook de jeugd aanspreken. Wat dat betreft verbaast het me eigenlijk dat De Lakenhal in de gids wordt genoemd, want zij richten zich misschien nog wel het minst op kinderen.”

Verder filosoferend noemt Moot een aantal factoren die van invloed kunnen zijn op de aantrekkelijkheid van Leiden voor kids. “De musea zijn leuk voor kinderen vanaf 7 jaar. Voor de jongste jeugd is er inderdaad niet heel veel te doen in de stad. We hebben hier geen pretpark of grote speeltuin. Maar ik denk dat er best genoeg andere leuke dingen te doen zijn. Met een bootje door de Leidse grachten, het wandelen van de Leidse Loper of de Rembrandt-route, bezoekjes aan Molen de Valk of de Burcht. Het zijn wellicht geen activiteiten die specifiek op kinderen zijn gericht, maar als ouder kun je er natuurlijk wel een leuk en spannend uitje van maken. Ik vind het op zich wel grappig dat De Grimmige Gruwelloop in de gids wordt genoemd. Die is namelijk ooit samengesteld door een van onze stagiaires.”

Gat

Valt uit bovenstaande een conclusie te trekken? Niet echt. Harde cijfers ontbreken namelijk. We zouden kunnen stellen dat in Leiden genoeg te doen is voor kinderen, maar dat de aantrekkingskracht op gezinnen van ver buiten de stad, buiten het aanbod van de musea, niet enorm groot is. De kindervoorstellingen in de theaters, de jeugdfilms in de bioscopen en de spannende verhalen die zijn te vertellen over de historische binnenstad wegen wat dat betreft niet op tegen een bezoek aan de dierentuin of pak ‘m beet de Efteling. Is hier sprake van een gat in de markt?

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen