15 januari, 2014

Economie & Werk

De vestiging van de Kamer van Koophandel in Leiden is gesloten. Van de zestig medewerkers die begin deze eeuw nog in het pand aan de Stationsweg werkten, is het gros vanuit een andere standplaats actief. Bastiaan de Roo was de laatste jaren de voorman van de KvK in Leiden. “Gemeenten acteren nog veel te veel lokaal. Ze hebben het nog steeds over hún bedrijventerrein.”

Van uitzicht op station Leiden Centraal naar uitzicht over het IJ in Amsterdam. Bastiaan de Roo, woonachtig te Leiden, is er wat betreft locatie wel op vooruit gegaan. Maar de reis naar zijn nieuwe werkplek duurt langer.

Van 2002 tot 2005 werkte hij als stafmedewerker bij de KvK Rijnland in Leiden, daarna vijf jaar in Alphen aan den Rijn, om in 2010 weer in Leiden terug te keren. En hij zag de politieke attitude snel veranderen. Van een gemeentebestuur dat ‘in het stadhuis zelf plannen tot in detail doorontwikkelde’ tot een bestuur dat veel meer de ‘samenwerking met ondernemers zocht’. Die typering lijkt negatief uit te vallen voor de oude colleges van burgemeester en wethouders, maar zo zwart-wit ligt dat niet, zegt De Roo.

'Door niet elke keer te grote plannen uit te rollen, maar grote ambities gefaseerd te realiseren, laat de gemeente Leiden zien dat ze heeft geleerd van het verleden.'

“Kijk je terug naar die oude plannen, dan zijn die achteraf best wel goed. Alleen de manier van communiceren was weinig praktisch. Plan verzinnen, publiceren en dan kijken hoeveel weerstand er komt. Kwam er weinig weerstand, dan ging het door. Kwam er veel weerstand, dan bleek in de praktijk dat de plannen werden afgeblazen.”

Veel meer onderling overleg is ook niet altijd zaligmakend. “Gemeente en ondernemers pleitten samen voor het bedrijventerrein Oostvlietpolder. We stonden zij aan zij om de toekomstige

Bastiaan de Roo

Bastiaan de Roo

uitbreidingsruimte, die broodnodig is voor de economie van de regio, bij de provincie te verdedigen. Een paar maanden nadat het bestemmingsplan eindelijk onherroepelijk leek, draaide de gemeente Leiden 180 graden.”

Maar toch… dat de samenwerking tussen ondernemers en gemeente desondanks is verbeterd is pure winst, zegt De Roo. “En door niet elke keer te grote plannen uit te rollen, maar grote ambities gefaseerd te realiseren, laat de gemeente zien dat ze heeft geleerd van het verleden. Dat zie je nu bij het Aalmarktplan. En ook in het Stationsgebied.”

Samen optrekken

De rol van de KvK in Leiden is de afgelopen jaren flink veranderd. Van belangenbehartiger tot verbinder. De Roo omschrijft zijn werk als dat van een oliemannetje dat moet zorgen dat economische zaken soepeler lopen. In Leiden en omgeving betekende dat: partijen bij elkaar brengen. Voorzitters van ondernemersverenigingen die elkaar niet kenden of met elkaar spraken, zien inmiddels in dat samen optrekken hun zaak sterker maakt. “Maar ook bij zijn kantoorgenoten Leiden Marketing, Centrummanagement en BV Leiden bleek veel te verbeteren. Zij werkten in het verleden te weinig samen. Langs elkaar heen. Dat heeft te maken met personen en communicatie. Inmiddels moeten de organisaties aan de Stationsweg op zoek naar een nieuw pand, maar willen ze wél bij elkaar blijven. En uit de samenwerking zijn de laatste drie jaar mooie dingen voortgekomen.”

Baan in directe nabijheid

Dat de Oostvlietpolder is gesneuveld als bedrijventerrein, met onvoldoende alternatief op de lijn Leiden-Katwijk, vindt De Roo nog steeds onbegrijpelijk. Het was een discussie vol drogredenen.

'Bij de Oostvlietpolder is een landelijk verhaal op lokale omstandigheden geplakt.'

‘Bij de Oostvlietpolder is een landelijk verhaal op lokale omstandigheden geplakt.’

“Hier is een landelijk verhaal – is die ruimte voor bedrijven wel nodig in tijden van crisis? – geplakt op lokale omstandigheden. Leidse bedrijven met ambities kunnen bijna nergens zonder lange procedures terecht. Je moet als (regio-)gemeente bedrijven mogelijkheden bieden om in de directe nabijheid te groeien. Dan hou je de economie vitaal. Je kunt je wel richten op nieuwkomers, maar dat zijn – zeker in de eerste jaren – altijd kleine vestigingen. De grootste groei komt door het faciliteren van de bedrijven die je al hebt.”

Te veel politici denken: laten we eerst voor de burgers zorgen, dat zijn stemmers. Echter, elke burger heeft ook behoefte aan een baan liefst in de directe nabijheid. “Indirect heeft de lokale overheid daar een grote rol in: door ervoor te zorgen dat er voldoende plek is voor bedrijven. Maar dat besef dringt niet echt door.”

Meer regionaal dan lokaal

Hoe De Roo die bedrijven idealiter gesitueerd ziet in de stad? Aan de westkant het Bio Science Park met bioscience en farmaceutische bedrijven. Aan de oostkant meer industrieel georiënteerde bedrijven met een hoge toegevoegde waarde. Bedrijven zoals NEM, UL (voormalig Collis) en Infotheek, die nu langs de A4 investeren in nieuwbouw en herhuisvesting. “Bedrijvigheid is anno 2014 meer en meer een regionale dan een lokale aangelegenheid”, stelt hij. “Maar gemeenten acteren nog veel te veel lokaal. Ze hebben het nog steeds over hún bedrijventerrein.”

'De Leidse regio heeft de potentie, maar moet ze nog wel verzilveren.'

Potentie verzilveren

Grote vraag is of de gemeenten in de regio Leiden over hun eigen schaduw heen kunnen stappen als de onlangs gepresenteerde economische agenda Leidse regio 2020 Kennis en Werk #071 concreet vorm gaat krijgen. De Roo heeft zich daar flink mee bemoeid. “Dat gemeenten samen speerpunten hebben benoemd en gezamenlijke inspanningen geformuleerd, is een goede eerste stap”, vindt hij. Maar het formuleren van een visie en ambitie is slechts een begin. “Meedenken op elkaars dossiers is makkelijk. En het delen van elkaars successen is altijd feest. Elkaars ruimtelijke problemen adopteren is veel lastiger. Pas als die hobbel is genomen, kunnen echte resultaten worden geboekt. De Leidse regio heeft de potentie, maar moet ze nog wel verzilveren.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen