15 juli, 2013

Economie & Werk

Tussen 2004 en 2011 is het winkelend publiek in de Leidse binnenstad ruim een kwart minder gaan uitgeven. In diezelfde periode zijn de uitgaven in de Haagse binnenstad gestegen. Waar ging het mis? Leiden.nu duikt in de onderzoekscijfers die de basis vormen voor alle inspanningen om de Leidse binnenstad weer aantrekkelijker te maken.

Verlies regiofunctie

In 2004 kocht het winkelend publiek voor 379 miljoen euro artikelen in de Leidse binnenstad. Zeven jaar later is daar nog 270 miljoen van over. Dat blijkt uit het Koopstromenonderzoek Randstad van onderzoeksbureau I&O Research. Vooral de daling van niet-dagelijkse artikelen (mode en luxe, vrijetijdsartikelen en woninginrichting e.d.) is opmerkelijk: van 265 miljoen naar 170 miljoen.

Natuurlijk zijn mensen meer via internet gaan kopen, maar de Leidse binnenstad verliest ook publiek aan Leiderdorp, Zoeterwoude en Den Haag. Tegelijkertijd trekt de Leidse binnenstad steeds minder bezoekers van omringende gemeenten. In jargon: Leiden verliest zijn regiofunctie.

Leegstand

Kernwinkelgebied: Haarlemmerstraat

In 2011 was de binnenstad van Leiden het vierde winkelgebied in Zuid-Holland gemeten naar omzet. Den Haag Centrum, Rotterdam Centrum en Rotterdam Alexandrium staan boven Leiden.

Logisch gevolg van die mindere omzet is dat de vloerproductiviteit van de winkels fors is gedaald. Bij de verkopers van niet-dagelijkse artikelen zelfs een daling met 34 procent naar 2549 euro per vierkante meter. Nog opmerkelijker: waar in Leiden de vloerproductiviteit van winkels met dagelijkse artikelen (bakker, supermarkt, drogist) daalde met 25 procent, steeg die productiviteit in Den Haag met 32 procent. En waar Den Haag de winkelleegstand wist terug te brengen, steeg die leegstand in Leiden. En die leegstand is – loop door de Breestraat – sinds 2011 zeker niet minder geworden.

Lessen van Den Haag

In die acht jaar heeft Den Haag iets goed gedaan en Leiden iets gemist. “Bezoekers waarderen het winkelgebied relatief laag, met name wat betreft de parkeermogelijkheden en de bereikbaarheid met de auto”, aldus de onderzoekers van het koopstromenonderzoek.

Kijken we naar de kwaliteitsaspecten dan scoort Den Haag maar iets beter dan Leiden in ‘compleetheid’ (8,0 tegen 7,9). Parkeermogelijkheden in Den Haag worden wel als beter beoordeeld (5,9 om 5,5), maar de Haagse bereikbaarheid per auto is daarentegen weer minder (5,6 om 5,8) en de Haagse bereikbaarheid per OV beter 8,1 om 7,5).

Zara als icoon

Maar vooral is de Haagse winkelier beter in staat om de eigen bezoeker enthousiast te krijgen om dagelijkse boodschappen in de binnenstad te doen én voor niet-dagelijkse boodschappen bezoekers te trekken

.foto Roel Wijnants

foto Roel Wijnants

die niet alleen uit Den Haag en de buurgemeenten komen, maar ook van verder weg. En dat heeft toch te maken met het winkelaanbod. Veel gehoord: ‘Leiden mist een Zara’. Zara is een icoon voor een hippe, complete binnenstad.

 

Internetkoopdrift

Bij de dagelijkse boodschappen laten we de binnenstad steeds vaker links liggen. 29 Procent van de Leidenaars haalt de dagelijkse artikelen in het centrum. Dat was in 2004 nog 43 procent. We doen in toenemende mate boodschappen in de Kopermolen en op de Luifelbaan.

En ook bij niet-dagelijkse boodschappen is dat het geval. In 2004 kocht 52 procent niet-dagelijkse artikelen in het centrum, in 2011 was dat nog maar 36 procent. Internet rukt op, maar het bezoek van Leidenaren aan andere steden verandert nauwelijks. Ergo: die internetkoopdrift gaat ten koste van de eigen middenstand.

De Leidenaar koopt zijn huishoudelijke spullen steeds vaker op de Touwbaan en in de Winkelhof in Leiderdorp en aan de Rijneke Boulevard in Zoeterwoude (gemakkelijk parkeren!). Voor kleding, schoenen en sieraden gaat hij naar Den Haag, Haarlem of Amsterdam.

De inzet van wethouder Pieter van Woensel (foto) voor het verbeteren van de binnenstad is ‘meer bezoekers, meer bestedingen, hogere waardering’. Maar de les van Den Haag is juist dat je de

Van Woensel wethouder

eigen inwoners zo ver moet krijgen dat ze hun spullen kopen in de eigen binnenstad. Een grote, gemakkelijk te bereiken doelgroep. En dat heeft veel te maken met diversiteit van het winkelaanbod, sfeer en bereikbaarheid.

Minstens zo belangrijk: zorgen dat het publiek Leiden gaat herkennen als winkelstad. Nu scoort Leiden goed als cultuurstad. 33 procent van de bezoekers in de vakantie komt voor cultuur. 23 procent komt om te winkelen (bron: Continu Vakantie Onderzoek 2010). Uiteindelijk komt 37 procent van de bezoekers in een Leidse winkel. Maar als de eigen inwoners Leiden herkennen als winkelstad, zal dat imago ook buiten de regiogrenzen groeien.

Moeten die bezoekers natuurlijk wel geld gaan uitgeven. De gemiddelde bezoeker aan Leiden spendeerde in 2010 een schamele 10 euro. Van de mensen die komen om te winkelen is dat 27 euro. Dat steekt schril af tegen de landelijke gemiddelden: 20 euro per gemiddelde bezoeker en 34 euro per winkelaar. En dat is minimaal om de Leidse middenstand binnen de singels te redden.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen