11 september, 2013

Economie & Werk

Duidelijkheid, een paar grote publiekstrekkers en veel aandacht voor de openbare ruimte. Daarmee kan de Leidse binnenstad zijn regiofunctie terugwinnen als winkelgebied. Heel belangrijk daarbij: Leidenaars moeten zelf weer in hun stad willen shoppen. Centrummanager Erwin Roodhart over kansen, dilemma’s en irritaties.

Dat de detailhandel in de Leidse binnenstad het zwaar heeft is duidelijk. De cijfers – zowel omzet als bezoek – van de laatste jaren stemmen niet vrolijk. Wandel over de Breestraat en het aantal panden waarop een bordje ‘Te Huur’ staat is niet op de vingers van twee handen te tellen.

Tegelijkertijd zijn er lichtpuntjes. Er wordt volop gebouwd en geïnvesteerd in de binnenstad. Er zijn winkels die zich er graag vestigen. Kleine, maar ook grote, zoals het veelgenoemde The Sting, dat in het Aalmarktblok komt.

Volop potentie

Centrummanager Erwin Roodhart ziet volop potentie. Hij is de man die met ontwikkelaars praat over de mogelijkheden in de stad. Hij is ook de man die tijdens gemeenteraadsvergaderingen betoogt PARKEREN-BETAALDdat bereikbaarheid en parkeermogelijkheden cruciaal zijn voor behoud van voldoende kwalitatief goede detailhandel in de Leidse binnenstad. En dan vraagt of ondernemers zich ook willen roeren. Want hij zegt het in hun belang, vindt hij. “Voldoende kwalitatief goede parkeerplekken  zijn onontbeerlijk voor het overleven van detailhandel in de binnenstad. Daarvoor hebben we parkeergarages nodig. Dat blijkt uit elk onderzoek.”

Eigen bevolking binden

Sinds hij als centrummanager begon, zo’n twee jaar geleden, heeft Roodhart vol ingezet op het vergroten van de beleving in de binnenstad. “Centrale vraag is: hoe verhogen we de gebruiks- en belevingswaarde?” En de eerste resultaten zijn zichtbaar. Door de verrassende winkelweekenden is het aantal bezoekers op de zaterdag met 7 procent en op koopzondagen met 43 procent gestegen.

Zijn eerste prioriteit ligt in het verleiden van de Leidenaar zelf om weer in zijn eigen stad te gaan winkelen. Retorisch: “Een groot aantal Leidenaren winkelt niet in de eigen binnenstad. Als je je eigen bevolking al niet weet te binden, hoe wil je dan mensen van buiten de stad binnenhalen? Als Leidenaren zelf enthousiast zijn, praat zich dat voort.” Vooral de diversiteit van het winkelaanbod moet beter, blijkt uit onderzoek.

'Een groot aantal Leidenaren winkelt niet in de eigen binnenstad. Als je je eigen bevolking al niet weet te binden, hoe wil je dan mensen van buiten de stad binnenhalen?'

Ook gaat Roodhart voor een actiever, breder en uitgebreider winkelaanbod in de Leidse binnenstad. In samenwerking met de gemeente Leiden, winkeliersverenigingen, makelaars en stadspartners is er bovendien een plan opgesteld dat eerder dit jaar verscheen onder de naam Ontdek Winkelstad Leiden. Daarin is de binnenstad in zes winkelgebieden opgedeeld. Zo biedt de Haarlemmerstraat een algemeen en compleet aanbod en wordt het Pieterskwartier gekenschetst als ‘intiem en artistiek’. Roodhart: “Elk gebied heeft zijn eigen DNA.” In een convenant met onder meer makelaars en ontwikkelaars is afgesproken dat winkelpanden die leegkomen bij voorkeur worden verhuurd aan een winkel die in het profiel van het winkelgebied past.

Rondje lopen

Nu aan de Aalmarkt druk wordt gebouwd komt bovendien het ‘winkelrondje’ in zicht. BreestraatBinnensteden waarin bezoekers een ‘rondje’ kunnen lopen scoren beter dan steden waar dat niet het geval is, stelt Roodhart. Dat er nu veel panden te huur staan pal tegenover de bouwput aan de Breestraat baart hem geen zorgen. “Huurders wachten nog even af. Binnenkort zetten we overigens een volgende stap. Dan organiseren we een open-winkelpandendag. Makelaars laten dan aan ondernemers en ontwikkelaars de panden zien die te huur staan.”

Hij merkt dat de inspanningen al vruchten beginnen af te werpen. “Ontwikkelaars en ondernemers voelen dat hier iets gaat plaatsvinden. Er is veel belangstelling en sommige geïnteresseerden zijn al behoorlijk concreet.”

Of die nieuwbouw wel nodig is? “Voor een winkelstad is het gewoon belangrijk om een paar winkels te hebben die mensen naar de stad toehalen”, benadrukt hij. “Grote ketens die je niet overal ziet. Die ketens hebben ruimte nodig. Die grote oppervlakken creëren we bij de Aalmarkt. Daaromheen is plek voor authentieke winkels.”

Liefdevoller

En dan is er nog de wandeling door de binnenstad. Roodhart wijst op de vele mogelijkheden die de stad aantrekkelijker kunnen maken. Zaken die nu nog bron van (kleine) ergernis zijn. Hij begint bij het stationsgebied dat er zo rommelig bijligt. De verlichting die midden boven de weg hangt, zodat het asfalt ’s avonds wél en de panden geen licht krijgen (Roodhart: “Terwijl je juist die prachtige Authentiek en afgetimmerde gevels naast elkaar in de Haarlemmerstraat.historische panden wilt zien.”), overvolle prullenbakken (“Na een dag mooi weer moet de gemeente toch bedenken dat die prullenbakken in een parkje overvol zullen zijn en geleegd moeten worden”), een plein waar je langs moet lopen over een catwalk (“Zo benutten we de Beestenmarkt echt onvoldoende”, en slecht ingerichte openbare ruimte met slecht geplaatste verkeersborden, prullenbakken en bankjes. Lelijke gevels in de Haarlemmerstraat naast authentieke (“Authentiek opknappen lukt alleen als je eigenaar en huurder op een lijn weet te krijgen”). Het kan allemaal wel wat eleganter en liefdevoller.

Vruchten plukken

Leiden staat pas aan het begin van herstel, benadrukt hij. En hij kan geen ijzer met handen breken. Dat Den Haag wel succesvol is? ”In Den Haag zijn ze er twaalf jaar mee bezig geweest. Met drie man fulltime. En nu wil elke winkelketen in Den Haag zitten. Bovendien hebben ze de bereikbaarheid enorm verbeterd. Sinds drie jaar plukken ze van al die inspanningen de vruchten. Maar eigenlijk hoop ik binnen drie jaar toch wel de eerste concrete resultaten te zien.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen