25 juni, 2014

Economie & Werk

Jaarlijks worden in Nederland zo’n 45 miljoen ééndagshaantjes gedood die zijn uitgebroed tijdens de productie van legkippen, maar verder weinig economisch nut hebben. De oprichters van het Leidse biotech-bedrijf In Ovo hebben een oplossing bedacht voor dit probleem en ontvingen onlangs een tonnensubsidie om hun methode verder te ontwikkelen. Made in Leiden besteedt aandacht aan dit soort ondernemers, die ondanks de economische crisis gewoon een innovatieve start-up beginnen. Deze week: een interview met een van de oprichters van In Ovo, Wil Stutterheim. Door: Elfi Buhrs

Made in Leiden

Strategie

Wouter Bruins (l) en Wil Stutterheim, oprichters van In Ovo

Wouter Bruins (links) en Wil Stutterheim, oprichters van In Ovo

“Met onze methode hoeven de haantjes simpelweg niet te worden uitgebroed”, aldus Stutterheim, die momenteel samen met zijn compagnon en oud-studiegenoot Wouter Bruins een test ontwikkelt waarbij het geslacht van kuikens halverwege de broedtijd, en dus ‘in ovo’ bepaald kan worden. “Dat bevordert enerzijds het dierenwelzijn en zorgt daarnaast voor meer efficiëntie en besparingen in de pluimvee-industrie”, legt de ondernemer uit. “Die twee dingen worden vaak als tegenstrijdig gezien, maar wij denken dat juist als een dier zich goed voelt, de productie ook vanzelf beter wordt.”

Momenteel worden alle kuikens nog uitgebroed en vervolgens handmatig gesorteerd op een lopende band: een stressvol proces, vertelt Stutterheim, waarbij hennetjes in de ene koker worden gegooid, waarna ze verder worden opgefokt tot legkip, en haantjes in de andere, waar ze worden vergast om vervolgens verwerkt te worden tot diervoeder. “Hanen zijn economisch gezien namelijk niet interessant voor grootschalige vleeskipproductie en leggen geen eieren.”

Eind mei ondertekenden In Ovo, het ministerie van economische zaken, Universiteit Leiden, de Dierenbescherming en vertegenwoordigers van de pluimvee-industrie een intentieverklaring waarin deze partijen de urgentie voor het ontwikkelen van een alternatief voor het doden van eendagshaantjes onderschrijven, en dat In Ovo op korte termijn de beste oplossing kan bieden. Om dat te bereiken ontving het bedrijf 350.000 euro overheidssubsidie en een investering van 200.000 euro van de Universiteit Leiden. Daarmee kan de nieuwe fase van het onderzoek worden ingeluid, én kan de broekriem iets losser. Stutterheim en Bruins moesten de afgelopen tijd flink bijbeunen om rond te komen; het geld dat binnenkwam via kleine subsidies en een aanmoedigingsprijs ging namelijk volledig op aan het onderzoek en octrooien. “Het is een hele opluchting dat we voor het eerst een inkomen uit In Ovo kunnen krijgen.”

Oprichting

De twee oprichters studeerden allebei nog aan de Universiteit Leiden toen ze In Ovo oprichtten: Stutterheim biomedische wetenschappen en Bruins biologie. Geïnspireerd door een mastercourse Science and Research Based Business sloegen ze de handen ineen om hun wetenschappelijke kennis om te zetten in een biotech-bedrijf. Nadat een pluimveehouder Bruins wees op het eendagshaantjes-probleem, ontwikkelden ze een innovatieve methode om de sekse van kuikens te bepalen, waarmee ze vervolgens naar het Ministerie van Economische Zaken zijn gestapt. “We wisten dat het doden van haantjes al een tijd op de politieke agenda stond en dat er tevergeefs flinke subsidies waren uitgegeven aan een oplossing”, aldus Stutterheim.

Wij zijn sinds tijden weer een goed voorbeeld van een succesvol bedrijf dat vanuit deze universiteit is opgericht.

eiDe jonge ondernemers beseften van het begin af aan dat hun oplossing alleen een succes kon worden als deze ook gesteund werd door de sector zelf. “Daarbij hebben we ons altijd op een open en eerlijke manier tot de pluimveeindustrie gericht; gewoon om over het probleem te praten zonder meteen met hele concrete plannen te komen of veroordelend te zijn over de huidige methode.” Nu alle grote partijen enthousiast zijn over de techniek van In Ovo, is het hopen op meer subsidies en investeerders. Wordt dat niet lastig in het huidige economisch klimaat? “Enerzijds hebben we de tijd tegen, maar tegelijkertijd hebben we de mazzel dat er het afgelopen jaar vanuit de overheid meer aandacht is ontstaan voor startende, innovatieve bedrijven. Daarnaast doet de Universiteit Leiden ook meer met studentenondernemerschap dan voorheen. Wij zijn sinds tijden weer een goed voorbeeld van een succesvol bedrijf dat vanuit deze universiteit is opgericht.”

Leiden

Voor twee echte Leidenaren met een biotech-bedrijf was het een logische keuze om dit op het Leiden Bio Science Park te vestigen. “We hebben hier een goed netwerk opgebouwd, dat we graag verder willen uitbreiden. Zo kunnen we in de toekomst meer problemen oplossen met technieken die op het Science Park worden ontwikkeld.” Terwijl de laboratorium-werkzaamheden van In Ovo voorlopig nog zullen plaatsvinden waar het bedrijf ooit is gestart, in het Sylvius laboratorium van het Institute of Biology Leiden, verhuist het kantoor binnenkort naar het BioPartner Center Leiden, waar meer startende life-sciences-bedrijven zijn gehuisvest. Zit er ook een nadeel aan Leiden voor een bedrijf dat zich wetenschappelijk bezighoudt met kippeneieren? Stutterheim: “Het enige wat ik kan bedenken is dat de pluimveesector hier niet bepaald om de hoek ligt, maar dat is voor ons zeker geen reden om naar Gelderland of Brabant te verhuizen. Je rijdt er gelukkig zo naartoe.”

Toekomst

640px-More_chicksMet de 5,5 ton die In Ovo zojuist heeft binnengesleept, kunnen de oprichters de aankomende negen maanden verder werken aan een proof-of-concept van hun techniek. Leuk om te weten voor werkzoekende biotech-talenten: er is nu ook genoeg geld voor drie medewerkers, onder wie een fulltime analist en een fulltime senior scientist. “In verband met de beperkte tijd zoeken we wel mensen die snel kunnen beginnen en al enige ervaring hebben met de technieken die we gebruiken. En die het leuk vinden om voor een nieuw, innovatief bedrijf te werken”, aldus Stutterheim. “Tegelijkertijd hebben we na die negen maanden weer geld nodig en zijn we erg geïnteresseerd in nieuwe investeerders.” Als eenmaal blijkt dat de In Ovo methode technisch haalbaar en kostenefficiënt is, verwacht Stutterheim dat ook investeerders vanuit de legkip-industrie zich zullen melden.

We zoeken niet per se naar de meest ideale oplossing; iets wat wetenschappers altijd wel graag willen. Voor ons geldt: als het eerst maar in de praktijk werkt.

En wat als het allemaal niet blijkt te werken? “Het kan nog steeds gebeuren dat we niet op de juiste snelheid stoffen kunnen meten, of dat de test onbetaalbaar blijkt. Daar zijn we heel open in”, reageert Stutterheim. “Maar het zal in elk geval niet mislukken op organisatie, want we doen ons stinkende best om alles tot in de puntjes geregeld te hebben.” Of het nu wel lukt of niet, de twee ‘Eggsperts’ zijn inmiddels goed ingebed in zowel de biotech- als de pluimvee-industrie, waar genoeg poterntiële projecten klaarliggen voor In Ovo. “We zitten een beetje op de grens van de academische wereld en de pluimveesector en kijken heel pragmatisch naar problemen”, aldus Stutterheim over de kracht van zijn bedrijf. “Daarbij zoeken we niet per se naar de meest ideale oplossing; iets wat wetenschappers altijd wel graag willen. Voor ons geldt: als het eerst maar in de praktijk werkt. Daarna gaan we het verder perfectioneren.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen