René de Jong brengt Economische Agenda tot leven

14 mei, 2014

Economie & Werk

Met de Economische Agenda 2020 nemen samenwerkende partijen in de Leidse regio een voorschot op de toekomst. Doel is om de positie van meest kennisintensieve regio van Nederland te behouden en verder uit te bouwen. De Economische Agenda omvat een visie voor de komende jaren en een groslijst aan actiepunten. Sinds 1 mei is René de Jong de programmamanager die ervoor moet zorgen dat de visie werkelijkheid wordt.

De Jong werkte meer dan 38 jaar voor de Rabobank. Niet gek dus dat hij nog steeds over ‘wij’ en ‘ons’ spreekt, als hij het over zijn voormalige werkgever heeft. Als geboren en getogen Brabander begon hij bij de Rabobank in Vlijmen en via Middelburg en Bunnik belandde hij in 1987 in Leiden. Hij kent de regio inmiddels op zijn duimpje, ook op bestuurlijk niveau. “We kunnen hier vooral heel goed praten”, concludeert De Jong. “In 1987 werd het Leidse nieuws beheerst door de mogelijke komst van een parkeergarage aan de Boommarkt en een megabioscoop bij het station. Deze onderwerpen zijn ruim 25 jaar later nog steeds actueel.”

De klant centraal

De laatste jaren ziet De Jong positieve veranderingen. “Ik vond de versnippering hier altijd heel groot, heel veel clubjes die iets voor de stad wilden betekenen. Je ziet nu dat veel vaker de handen ineen worden geslagen. Dat is in mijn ogen ook noodzakelijk. En daarnaast wordt steeds vaker over de gemeentegrenzen gekeken. Burgers en rene de jongbedrijven deden dat al. Je hebt toch echt niet in de gaten of je nu in Leiderdorp, Zoeterwoude, Oegstgeest of Leiden bent. De overheid volgt nu ook. Eindelijk, zou ik willen zeggen, want de economie houdt niet op bij de gemeentegrenzen. Bij de Rabobank stelden wij altijd de klant centraal, dat moet de overheid ook doen. Waar is die overheid voor bedoeld? Om burgers en het bedrijfsleven te dienen. En niet andersom.”

Dat de banden op bestuurlijk niveau zijn aangehaald, heeft geleid tot de Economische Agenda Leidse regio 2020. De betrokken partijen (onderwijs, overheid en ondernemers) hebben daarin een visie neergelegd waarmee de Leidse regio in economisch opzicht klaar moet zijn voor de toekomst. De Economische Agenda rust op vijf pijlers: 1. Het versterken van de economische structuur van de Leidse regio. 2. Het stimuleren van ondernemerschap. 3. Betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. 4. Verbetering van het vestigingsklimaat. 5. Regiomarketing richting bedrijven en talent. De vertaling van die visie vindt plaats aan de hand van een uitvoeringsprogramma met een groslijst aan actiepunten.

Papieren tijger

Als kersverse programmamanager is het de taak van De Jong om ervoor te zorgen dat de Economische Agenda geen papieren tijger wordt. “Mijn taak zal vooral bestaan uit heel veel communiceren en partijen met elkaar verbinden. En dan heb ik het niet alleen over wethouders en raden van bestuur, maar juist ook over de mensen die de plannen moeten gaan uitwerken. Die moeten daar gevoel bij hebben. Dat kan beter. Ik heb nu actiepunt 17 uitgevoerd, maar wat levert dat nu op? Dat zijn lastige vragen. Je kunt het pas goed begrijpen als je het verhaal rond de Economische Agenda kent.”

'De Economische Agenda gaat over werkgelegenheid en welvaart voor de mensen die hier wonen of werken en over de faciliteiten voor het bedrijfsleven'

Dat verhaal wil De Jong ons graag vertellen, het is het verhaal waarmee hij als het ware op tournee gaat door de regio. “Waar gaat de Economische Agenda nu in essentie over? Over werkgelegenheid en welvaart voor de mensen DSC_8623die hier wonen of werken en over de faciliteiten voor het bedrijfsleven. Het uitgangspunt is wat er hier al is. Waar staan wij nu eigenlijk voor als regio? In mijn ogen is dat heel simpel. Er zijn twee grote spelers die in onze regio zeer bepalend zijn: de universiteit en het LUMC. Zonder de aanwezigheid van deze partijen hadden we hier nu geen Bio Science Park gehad. Dan behoorde de Leidse regio op kennisgebied niet tot de top van Nederland. Leiden zou meer op Gouda lijken en de gemeenten Oegstgeest en Voorschoten zouden waarschijnlijk niet in de Top 5 van meest aantrekkelijke woongemeentes staan.”

Jonge, talentvolle en ondernemende mensen

“We moeten bewaren waar we goed in zijn. Daarom vind ik dat op een aantal terreinen de universiteit en het LUMC de regie moeten krijgen. Wij moeten ze vragen wat voor hen belangrijk is. Dan gaat het er dus onder andere om in welke mate we er als regio in slagen om jonge, talentvolle en ondernemende mensen aan ons te binden. Daarin speelt de universiteit een belangrijke rol, maar ook de Hogeschool en de ROC’s. We moeten deze ondernemende jongeren ook faciliteiten bieden voor na hun studie, dan heb ik het bijvoorbeeld over financiering DSC_8558of bedrijfshuisvesting. Op die manier binden we ondernemende mensen en trekken we nieuwe bedrijvigheid aan, terwijl ook bestaande bedrijven profiteren van de aanwas van talent.”

“Die jonge, talentvolle en ondernemende mensen moeten ook ergens wonen”, vervolgt De Jong. “Hoewel ik denk dat er in de randgemeenten ook nog best ruimte is voor bedrijvigheid, denk aan het MEOB-terrein in Oegstgeest en Grote Polder in Zoeterwoude, ligt er met name op het gebied van huisvesting een belangrijke taak voor de regiogemeenten. Stel dat de universiteit er in slaagt om duizend extra internationale studenten te werven, dan moeten wij ze ook onderdak kunnen bieden. In Leiden lukt dat niet, dus dan moeten we bij de buurgemeenten kunnen aankloppen.”

Spin-off voor het lokale MKB

In de Economische Agenda Leidse regio 2020 worden life sciences & health aangemerkt als speerpunten. Is dat niet een beetje ver-van-mijn-bed voor de gemiddelde Leidenaar? “In combinatie met life sciences lijkt het alsof health een synoniem is voor de farmaceutische industrie, de rode biotech maar health is natuurlijk net zo goed zorg. Dat klinkt al veel laagdrempeliger. Daarnaast is het doel van de Economische Agenda om vanuit de kennissectoren ook spin-off te creëren voor het lokale MKB. Waar kopen die bioscience-bedrijven hun externe voorzieningen in? Doen ze dat in de Leidse regio? Maar die vraag wil ik net zo goed aan de universiteit en de gemeentes stellen. In welke mate maakt u zelf eigenlijk gebruik van het regionale MKB?

'Wij zijn goed, we vertellen het alleen te weinig'

Van de genoemde spin-off moeten ook de winkeliers in de Leidse binnenstad gaan profiteren, vindt De Jong. “Ondanks de opkomst van de internetwinkels, heeft Leiden als winkelstad nog steeds heel veel te bieden. We missen in mijn ogen een megabioscoop en een groot eventcenter, maar buiten dat heeft deze stad enorm veel potentie. Neem alleen de musea, we hebben de hoogste museumdichtheid van Nederland. Het zou toch geweldig zijn als die T.rex naar Leiden komt? Daarmee trekken we extra bezoekers, maar ook op wetenschappelijk gebied is dat enorm interessant. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen.”

De cirkel is rond

De potentie van Leiden moet volgens De Jong nog veel beter over het voetlicht worden gebracht. “Wij zijn goed, we vertellen het alleen nog te weinig”, stelt hij. “Daarom is goede communicatie rondom de Economische Agenda Leiden uitwerking_002_1 maart_def-01van essentieel belang. Het is daarom goed dat er door Leiden Marketing een toolbox071 wordt ontwikkeld en dat er een strategie wordt opgesteld om meer congressen naar deze regio te halen. Als we erin slagen om onszelf zowel nationaal als internationaal beter op de kaart te zetten, is de cirkel als het ware rond.”

De Jong is het aan het einde gekomen van zijn verhaal. In 2020 hebben we dus een florerende onderwijssector die talenten aflevert aan bestaande bedrijven en nieuwe bedrijvigheid creëert. Niet alleen de topsectoren life sciences & health, maar ook het MKB profiteert mee. And last but not least, in de Leidse regio is het zeer prettig wonen met topvoorzieningen binnen handbereik. “Dit verhaal snapt toch iedereen?”, stelt De Jong een retorische vraag. “Dus als je meewerkt aan de uitvoering van actiepunt 17, werk je mee om dit verhaal werkelijkheid te maken en daar mag je best heel erg trots op zijn. En vervolgens moeten we ons niet beperken tot het afvinken van dat actiepunt, maar ook duidelijk communiceren wat het ons oplevert. Alleen op die manier komt de Economische Agenda tot leven.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen