Silicon Valley van de plantenstoffen

03 april, 2014

Economie & Werk

Door het warme weer staan de tulpen en hyacinten rondom Lisse nu al in volle bloei. Dat trekt hordes toeristen. Maar wat zij niet weten is dat wat onder de grond gebeurt, veel boeiender is dan het bontgekleurde bovengrondse spektakel. Want uit de bollen worden stoffen gehaald die je terugvindt in cosmeticaproducten, medicijnen en bestrijdingsmiddelen. En dat dankzij een vruchtbare cocktail van innovatief ondernemen en Leidse topwetenschap.

Tot verbazing van Nederlandse bollentelers was vijftien jaar geleden een groot Brits bedrijf bijzonder geïnteresseerd in hun narcisbollen, waarvan het grote hoeveelheden opkocht. Al snel ontdekten de telers dat het bedrijf de bollen gebruikte om er de stof galantamine uit te winnen voor de productie van Alzheimermedicijnen. Zonde dat de Engelsen munt sloegen uit zo’n oer-Hollands product. Samen met de Universiteit Leiden gingen de bollentelers op zoek naar een manier om de productie in eigen hand te houden. Dit leidde tot het bedrijf Holland Biodiversity in Lisse, een spin-off van het Natural Products Lab van de Universiteit Leiden onder leiding van Rob Verpoorte.

Stoffenmakelaar

‘Holland Biodiversity moet je zien als een makelaar die bemiddelt tussen het onderzoek aan de universiteit en de producten die uiteindelijk op de markt gebracht worden’, vertelt Verpoorte. Aan de universiteit wordt onderzoek gedaan naar stoffen in bloembollen. Hierbij wordt gekeken naar de toxiciteit ervan. Wanneer een stof giftig is, betekent dat dat hij een bepaalde reactie in het lichaam in gang zet. Deze biologische activiteit kan de stof geschikt maken voor toepassing in de cosmetica, medicijnen, voedsel of juist als bestrijdingsmiddel. De Bollenstreek kent bloembollen in allerlei soorten en variëteiten en daarmee beschikt onze regio over een enorm scala aan mogelijk biologisch actieve stoffen. De fundamentele zoektocht naar deze stoffen gebeurt binnen de universiteit, maar het verdere toegepaste onderzoek gebeurt er buiten. ‘Dat is te tijdrovend en kostbaar’, aldus Verpoorte. ‘Van het eerste onderzoek tot het daadwerkelijk op de markt kunnen brengen van een product duurt al gauw vijftien jaar.’

‘Hier speelt Holland Biodiversity een rol’, zegt Aletta Nieuwenhuijs, directeur van Holland Biodiversity. ‘Wij verkopen kant-en-klare stoffen, extracten en gedroogd (zie de webshop) materiaal aan derden die er vervolgens verder onderzoek naar doen.’ Wanneer klanten op hun beurt een ‘hit’ hebben, kunnen zij bij Holland Biodiversity meer van het product kopen. ‘Doordat we een bibliotheek hebben aangelegd, kunnen onze klanten stoffen eenvoudig in grote aantallen nabestellen’, vertelt Nieuwenhuijs. ‘Door de samenwerking met de universiteit, bollentelers en –veredelaars, hebben we al veel stoffen en het aantal blijft groeien.’

Het idee van zo’n stoffenbibliotheek is niet uniek. Maar waar concurrenten vooral synthetische stoffen op voorraad hebben, hebben alle stoffen die Holland Biodiversity in huis heeft een plantaardige afkomst. Dat maakt het bedrijf aantrekkelijk en het zijn vooral buitenlandse bedrijven die de stoffen opkopen. ‘De grote farmaceutische en cosmeticabedrijven zijn vooral gevestigd in het buitenland, zoals Noord- en Zuid Amerika’, zegt Nieuwenhuijs. ‘En aangezien onze extracten voornamelijk voor cosmetica en medicijnen worden gebruikt, wordt het meeste geëxporteerd.’

Tulp

 

Tovenaars in Disneyland

Verpoorte ziet veel voordelen in de link tussen wetenschappers en de praktijk. ‘De mensen uit de praktijk hebben weer heel andere kennis dan wij op de universiteit. Zij weten bijvoorbeeld ontzettend veel over de verschillende familielijnen bij planten’, vertelt hij. ‘Door de samenwerking met bollentelers- en veredelaars kunnen wij ons onderzoek en de productie verbeteren.’

Ook ziet Verpoorte een belangrijke maatschappelijke taak voor de wetenschap weggelegd. ‘Wetenschappers zijn geen tovenaars in Disneyland, maar moeten ernaar streven om de samenleving beter te maken. En dat kan alleen als je praktijkgericht bent.’ Deze praktische inborst ontberen veel wetenschappers. ‘Vaak hebben universiteiten allerlei patenten op de plank liggen waar niets mee gedaan wordt’, constateert Nieuwenhuijs (evenals Bas Reichert van BaseClear). ‘Dat zijn gemiste kansen. Niet alleen uit commercieel oogpunt, maar ook voor de ontwikkeling en innovatie van de samenleving.’

Naast een verbetering van het wetenschappelijk onderzoek en een maatschappelijke relevantie, leidt de samenwerking ook tot concurrentievoordeel. Samen met de telers en veredelaars beheren de universiteit en Holland Biodiversity de zogenoemde valorisatieketen, van het laboratorium via het bollenveld naar de klant. Dit geeft de garantie op een goede kwaliteit en biedt de mogelijkheid de keten verder te verbeteren. Het resultaat is een product dat internationaal de concurrentie aankan. Zelfs met lagelonenlanden als China. ‘Zij leveren goedkope stoffen, maar kunnen niet altijd de kwaliteit waarborgen’, zegt Verpoorte. ‘Doordat wij de hele keten beheren, kunnen wij dat wel.’

Silicon Valley van Nederland

De Universiteit Leiden en Holland Biodiversity werken binnen de provincie Zuid-Holland samen met partners als Greenport Aalsmeer en bedrijven op het Bio Science Park in Leiden. Een van de gezamenlijke doelen is om zoveel mogelijk kennis en productie in eigen land te houden en verder te ontwikkelen. Volgens Nieuwenhuijs is dit de afgelopen jaren enorm gegroeid. ‘Niet alleen overheden, maar ook bedrijven gaan zich steeds meer richten op natuurlijke stoffen en producten. Dat trekt bedrijven naar het Bio Science Park. Daarmee wordt de regio Zuid-Holland het Silicon Valley van Nederland, maar dan op het gebied van natuurlijke stoffen.’

SONY DSCMet name voor de kleinere bedrijven biedt dit een mooie kans om samen te werken en te ontwikkelen. Innovatie moet juist van deze kleine bedrijven komen, denkt Nieuwenhuijs. ‘Vaak hebben deze ondernemers unieke kennis en willen zij graag samenwerken – in tegenstelling tot de grote bedrijven die kennis liever voor zichzelf houden. Op deze manier kunnen we gezamenlijk aan het vergroten van kennis en de BioBased Economy werken.’

Het opzetten van samenwerkingen en projecten in deze sector vereist wel doorzettingsvermogen. ‘Voor subsidieaanvragen moet je vaak aan veel eisen voldoen en in een gevorderd stadium zitten van het onderzoek en de ontwikkeling. Maar juist voor het opzetten van onderzoek is subsidie nodig’, verzucht Nieuwenhuijs. ‘Nu overheden zich meer gaan richten op natuurlijke stoffen, komt er wel meer subsidie vrij. Zo hebben we een project gedaan met subsidie van onder andere de provincie Zuid-Holland. Wij hebben toen een nieuw gewas ontdekt waarbij de stof galantamine, de stof tegen Alzheimer, zeven keer zo hoog is. Hierdoor is het mogelijk voor ons om onze productie en concurrentiepositie enorm te verbeteren.’

Op dit moment is Holland Biodiversity bezig met de ontwikkeling van een machine waarmee zelf extracten gemaakt kunnen worden. Volgens Nieuwenhuijs is dit belangrijk omdat er nog ontzettend veel stoffen in planten zitten die onbekend zijn. ‘We hebben in Nederland meer dan zestigduizend soorten planten, dus je begrijpt dat we onze bibliotheek blijven uitbreiden en verder onderzoek doen. ‘

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen