31 oktober, 2013

Economie & Werk

Leegstand en een al jarenlang dalend aantal winkels. De Leidse binnenstad staat er niet goed voor en de cijfers over het vestigingsklimaat in de binnenstad ondersteunen de eigen waarneming. Eigenlijk neemt alleen het aantal horecavestigingen toe. Tijd voor actie dus.

De cijfers over het vestigingsklimaat in de Binnenstadindex zijn reden tot zorg. Eerst maar eens de blik van een relatieve buitenstaander. Cees-Jan Pen is lector vastgoed bij hogeschool Fontys en programmamanager bij Platform31, kennisorganisatie voor stad en regio. Pen woonde in Haarlem, maar inmiddels in Voorschoten. En volgens hem lukt het Leiden ondanks de potentie van de stad op de een of andere manier maar niet om een bruisende binnenstadssfeer te scheppen. “Terwijl dit juist voor funshoppers essentieel is.”

Pen relativeert de cijfers van de binnenstadindex (zie kolom hiernaast). “Peiljaar 2008, op het hoogtepunt van de economie. Het is geen wonder dat het daarna minder gaat. Die cijfers en de hang van politici om te veel naar ranglijsten te kijken, zeggen me niet zoveel.”

Andere sfeer

Maar toch zou Leiden het veel beter moeten doen, denkt hij. “Gelet op de potentie mag Leiden niet onder de 100 scoren.”

Verlichting gericht op het asfalt (geldt ook voor Steenstraat, Breestraat en Haarlemmerstraat). Geen herkenbaar punt aan de horizon, dat de bezoeker Leiden intrekt. Dat kan dus beter.

De Stationsweg is allesbehalve een ‘rode loper’ die bezoekers verleidt de stad te bezoeken.

Ga maar na: de bevolking heeft gemiddeld een hoog opleidingsniveau en een behoorlijk inkomen. De stad ligt centraal, dichtbij Schiphol, ademt historie, erfgoed en cultuur. Maar al die sterke punten worden onvoldoende  omgezet in economische kracht. “Soortgelijke steden – Groningen, Breda, Den Bosch en Haarlem – doen het echt veel beter dan Leiden en laten een andere sfeer achter.”

Waar dat dan in zit? De entree, denkt Pen. “Loop je vanaf het station naar de binnenstad, dan oogt het rommelig. Je krijgt geen rode-lopergevoel. Vergeet niet: steeds meer mensen komen met het openbaar vervoer naar Leiden.  En die mensen willen vermaakt worden, willen iets beleven.”

Ook vervelend, volgens Pen, zijn al die bordjes met ‘te huur’. “Die nodigen potentiële investeerders niet echt uit om zich hier te vestigen.”

 

Sfeerloos

Meer fundamenteel is de geringe aantrekkingskracht van het centrale winkelgebied. “Het winkelcentrum oogt niet als één geheel. De hoofdwinkelstraat, de Haarlemmerstraat, is niet het

foto: mifl68

De Haarlemmerstraat zou het paradepaardje van de Leidse binnenstad moeten zijn. Foto: mifl68 via Flickr

paradepaardje waar je voor naar de stad komt. In mijn ogen is deze straat zelfs het grote probleem. Veel van de winkels daar heb je overal, maar erger is dat de straat als centrale as sfeerloos is.”

En dat is onder meer de politiek aan te rekenen. Projecten om de kwaliteit van de Leidse binnenstad te verbeteren duren te lang, analyseert Pen. “Ik bespeur besluiteloosheid of misschien is het een zekere luiheid. De urgentie wordt blijkbaar niet gevoeld en wellicht denkt men dat het door de centrale ligging van de stad in het land en de historie van de stad wel goed komt.”

Cees-Jan Pen: 'Ik bespeur besluiteloosheid of misschien is het een zekere luiheid.'

Robert Kloosterman is Leidenaar en hoogleraar economische geografie aan de Universiteit van Amsterdam. Ook hij verbaast zich over het gebrekkige ondernemerschap in de Leidse binnenstad. Of zoals hij het formuleert: “Het is raar dat er zo weinig ondernemerschap is met cultureel kapitaal dat aansluit bij de samenstelling van de bevolking. Leiden blijft – als je kijkt naar winkels – duidelijk achter bij Den Haag en Amsterdam.”

Tegelijkertijd ziet hij wel een stijging van het aantal horecavestigingen in Leiden. “Horeca is een plek waar je zowel kunt werken als ontspannen. Dat zie je heel goed op de hoek van Gangetje en Breestraat, bij Anne en Max en Coffee Company. Die horeca is wel een teken van een stad die leeft.”

 

Niche-winkels

Om winkelend publiek te interesseren zal Leiden het moeten hebben van niche-winkels. Die vestigen zich nu nog maar sporadisch in de binnenstad. “Kijk naar boekwinkel Bazooka, op de hoek van datzelfde Gangetje. Die biedt speciale waar, gekoppeld aan beleving. Maar dat soort winkels is nog te veel incident. Voor dat andere segment – inkopen bij Blokker, Kruidvat of Hema; veel winkels in de Haarlemmerstraat dus – komen mensen echt niet meer naar de Leidse binnenstad.”

Het veelgenoemde argument van gebrekkige bereikbaarheid dan wel beperkte parkeermogelijkheden is geen reden voor winkelend publiek om Leiden links te laten liggen, stelt Kloosterman. “Moet je eens proberen met de auto Amsterdam in te komen en een parkeerplek te vinden… Maar daar gaan we wel winkelen. Winkelend publiek komt ook op de fiets en met het openbaar vervoer.”

Robert Kloosterman: 'Moet je eens proberen met de auto Amsterdam in te komen en een parkeerplek te vinden... Maar mensen gaan daar wél winkelen.'

De kunst is – en daar zijn Pen en Kloosterman het roerend over eens – om mensen de stad in te krijgen met evenementen. “In de binnenstad moet reuring zijn. De binnenstad moet status zijn, met bijzondere winkels. Quality of life wordt steeds belangrijker, dus mensen moeten vermaakt worden. Horeca is daar belangrijk bij. Leiden zal zich moeten onderscheiden met kwaliteit en meer luxe.” Ook doen ze een dringend pleidooi op de Leidse politiek om het aantal winkels buiten het centrum te beperken, opdat het centrum sterk blijft.

Wakker worden

Pen vindt dat politiek én ondernemers wakker moeten worden.  Het verbeteren van de binnenstad is

Breestraat

Veel panden te huur/te koop in de Breestraat.

zeker niet alleen een zaak van de gemeente, vindt Pen. “Winkelpanden worden steeds minder waard als de aantrekkingskracht van de binnenstad afneemt. Dus ook pandeigenaren en winkeliers hebben hun verantwoordelijkheden en belangen. Dat neemt niet weg dat de gemeente soms het voortouw kan nemen. Spreek eigenaren en winkeliers maar aan op hun verantwoordelijkheid. Zorg voor eenduidige geveleisen. Sta bij leegstand pop-up winkels toe. Voeg kleine panden niet te snel samen, want juist de mix van mkb en de grotere ketens moet in balans blijven. Stel het mkb meer centraal in het beleid in plaats van de ketens. Liever tien bijzondere winkels dan een grote keten. En verbied die te huur- en te koop-borden. Panden worden daardoor echt niet verhuurd.”

Heen en weer lopen

Vraag is natuurlijk of het pad naar meer kwaliteit al is ingezet. Iris van de Beek is consultant bij Jones Lang Lasalle en wordt door de gemeente Leiden ingehuurd om te adviseren over de binnenstad. Van de Beek erkent dat het winkelaanbod van Leiden ‘niet bijzonder’ is. Een deel ervan is te wijten aan de ‘moeilijke structuur’ van de stad, denkt zij. “Historisch gezien winkelde men rond de Breestraat. Dat is verloren gegaan. Daarna kreeg Leiden één kilometer lang winkelplezier in de Haarlemmerstraat. Maar elke retailkenner weet dat heen en weer lopen in een straat niet werkt.”

Iris van de Beek: 'Eén kilometer lang winkelplezier? Elke retailkenner weet dat heen en weer lopen in een straat niet werkt.'

Bindingscijfer

Zij wijst op het Programma Binnenstad dat in 2009 is gestart om de Leidse binnenstad economisch weer vitaal te maken. Het Aalmarktproject zal een deel van de stad revitaliseren, verwacht Van de Beek.

De Aalmarktplannen. Als eerste zal het Waagblok zijn gerealiseerd.

De Aalmarktplannen. Als eerste zal het Waagblok zijn gerealiseerd.

“Daarmee zal de bezoeker aan Leiden weer een vanzelfsprekend rondje kunnen lopen, langs grote ketens en bijzondere winkels.”

Dat moet de Leidenaar verleiden om weer in zijn eigen stad te gaan winkelen. Volgens Locatus bedraagt het bindingscijfer (het percentage inwoners dat het winkelgebied theoretisch aan zich kan binden voor niet-dagelijkse aankopen) in het centrum van Leiden 34, terwijl dit gemiddeld bij de overige 17 grote binnensteden in Nederland 51 bedraagt. Dat bindingscijfer  moet in Leiden echt omhoog, vindt Van de Beek.

Avontuurlijk en kosmopolitisch

Daarvoor is een verandering van winkelaanbod wel nodig. Van de Beek wijst op onderzoek waaruit blijkt dat de Leidse winkels voornamelijk te typeren zijn als ‘mainstream’ en ‘niet te duur’. “Dat sluit niet aan bij de vraag van de Leidse consument die je kunt typeren als avontuurlijk en kosmopolitisch. Daar passen merken bij als kledingmerken Diesel en Vanilla en biologische supermarkt Marqt. Dat zijn juist winkels die ontbreken. Zo bezien is het dus logisch dat Leidenaren niet in hun eigen stad winkelen.”

Met project Aalmarkt is verandering aanstaande, denkt ze. Grote winkelketens kijken daar met

Artist impression Catharinasteeg, onderdeel van de Aalmarktplannen

Artist impression Catharinasteeg, onderdeel van de Aalmarktplannen

belangstelling naar. “Dat The Sting zich er gaat vestigen was al bekend. Maar er komt ook een belangrijke keten die een flagshipstore van circa 2.500 vierkante meter opent. V&D komt met een nieuw Bijenkorf-achtig concept van shop-in-shop. Dat soort winkels maakt het interessant om over te steken van Haarlemmerstraat naar Breestraat.”

Nieuw stadshart

Maar om als stad onderscheidend te zijn,  is ook de promotie van het bestaan van authentieke

Haarlemmerstraat winkelen

Burchtsteeg. Eén van die karakteristieke winkelstraatjes die gekoesterd moeten worden. foto: Boonerator

winkelstraatjes, zoals de straatjes in het Pieterskwartier en het begin van de Hogewoerd, belangrijk. Ook krijgt Leiden er een probleem bij: omdat de nieuwe winkels bij de Aalmarkt een nieuw winkelend stadshart creëren, zal de populariteit van winkelen aan de randen van het huidige winkelgebied afnemen, denkt Van de Beek. “Zoals het einde van de Haarlemmerstraat nabij de Haven. Dergelijke winkelgebieden zouden dan een andere functie kunnen krijgen, bijvoorbeeld horeca.”   

 Of we ons zorgen moeten maken over de huidige leegstand in de Breestraat? Relativerend: “De huurprijzen waren ook zeer fors. Maar zou ik nu een winkel beginnen, dan zou ik tegenover de V&D en The Sting gaan zitten op de Breestraat en goed onderhandelen met de verhuurder.”

Of met voltooiing van het Aalmarktproject, dat ruimte biedt aan grote winkelketens, het tij zal keren? Het is een begin, denkt Cees-Jan Pen: “Een rondje lopen is belangrijk bij het winkelen. Maar sfeer heb je niet zomaar en een verloren imago herstel je niet zomaar.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen