Stad van lakenindustrie

Al sinds 1275 heeft Leiden de bijnaam ‘Lakenstad’. Het vroege Leiden heeft een regionale marktfunctie en leeft van handel en nijverheid. Het is het begin van de textielindustrie: al in 1275 bevestigt Leiden keurmerken aan zijn lakens. In de tweede helft van de zestiende eeuw krijgt met name de textielindustrie een enorme impuls door de toestroom van vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden. En de stad krijgt een universiteit. De oude grenzen (lees: grachten) verschuiven. Nieuwe grachten worden gegraven en investeerders ontwikkelen het nieuwe gebied.

Armoedegrens

Maar vanaf 1670 komt de klad in de textielindustrie. Bovendien heersen er pestepidemieën. Zo’n anderhalve eeuw later blijkt het bevolkingsaantal gedaald van 75.000 in 1670 naar 28.000, waarvan er 17.000 onder de armoedegrens leven. Pas vanaf 1850 krijgt Leiden weer elan, deze keer door de industrie. Fabrieken staan allemaal binnen de singels, zoals we die nu kennen. Het zijn vooral slechte woningen die worden gesloopt om al die nieuwe bedrijvigheid een plekje te geven. Tegelijkertijd neemt de bevolking weer toe. De stad barst uit haar voegen en heeft toch nog een tekort aan personeel.

meenfabriek industrie

De meelfabriek is één van die panden uit het industriële tijdperk van Leiden. In 2014 zal worden begonnen met de herontwikkeling van het complex.

Begin 20ste eeuw bouwt Leiden eindelijk ook buiten de singels. Vreewijk, Tuinstad-Staalwijk, de Kooi verrijzen. En daarna bouwt Leiden gestaag verder: In de jaren zestig de Mors en Zuid-West. In de jaren zeventig de Merenwijk. Op dat moment heeft het economisch verval zich alweer ingezet. Industrie stopt of verhuist. Conservenfabrieken Nieuwenhuizen, Tieleman en Dros, textielgiganten als Zaalberg, Krantz, Clos en Leembruggen, grafische bedrijven als Sijthoff, en de Grofsmederij eind jaren zeventig; ze laten oude gebouwen achter. Wat rest is een verpauperde fabrieksstad, met een enorme werkloosheid van een laaggeschoolde bevolking én een prestigieuze universiteit én een gemeente zonder geld.

Opkrabbelen

Ruim tien jaar later krabbelt Leiden weer snel op. Onderwijs en gezondheidszorg zijn de nieuwe sectoren waarin Leiden uitblinkt, met bijbehorende werkgelegenheid. Ook ontstaat er nieuwe industrie, zoals in de cross-over tussen biotechnologie, gezondheidszorg en universiteit. De zakelijke dienstverlening groeit mee.

Ook de bevolkingssamenstelling verandert met de jaren. Stond Leiden lang bekend als ‘de domste’ gemeente van Nederland (lees: heel laagopgeleid en laag gekwalificeerd werk), inmiddels is de bevolking gemeten naar het Nederlands gemiddelde hoogopgeleid. Leiden telde begin 2012 61.000 banen. Tegelijkertijd is in de loop der tijd het gemiddelde inkomen gestegen.

Lifescience en communicatie

En zo komen we aan in het heden. Leiden is een organisch groeiende stad, die economisch vitaal wil blijven. Die stad heeft potentie: strategisch goed gelegen, de meest kennisintensieve regio van het land, én met een hoog opgeleide bevolking. De universiteit is een stabiele werkgever. Andere onderwijsinstellingen eveneens. Het economisch profiel is duidelijk: met een focus op zorg en lifesciences. Zestig bedrijven en instellingen zijn inmiddels gevestigd op het Bio Science Park. De stad werkt aan nieuwe economische pijlers: Leiden Communicatiestad en Ruimtevaart.

vestigingsklimaat strategische ligging

Achmea vestigde zich in Leiden vanwege de strategische ligging

En onlangs vestigde Achmea bij station Leiden Centraal zijn nieuwe kantoor. De werkloosheid is vergeleken met het landelijk gemiddelde nog relatief laag; vooral omdat onderwijs en zorg minder gevoelig zijn voor de crisis.

 

Binnenstad

Tezelfdertijd zijn de uitdagingen ook groot. De stad loopt tegen haar fysieke grenzen aan. Ruimte voor nieuwe bedrijvigheid is er niet zonder groengebied te offeren (Oostvlietpolder). Alleen daarom al is het nodig om de relatie met buurgemeenten te verbeteren, constateert Bureau Louter in de Economische agenda Leidse regio. Want alternatieven binnen de stadsgrenzen zijn er niet.

Breestraat, jaren vijftig

Breestraat, hart van Leiden, is al jaren onderwerp van discussie.

Een andere uitdaging volgens Bureau Louter is het ‘onbenut’ potentieel om hoofdvestigingen binnen te halen. Winkeliers in de binnenstad hebben het zwaar door afnemende bestedingen en matige bereikbaarheid. Die binnenstad moet leuker en aantrekkelijker worden en is daarmee continu onderwerp van discussie met afwisselend fraaie vergezichten en acute noodzaak. Het gaat dan vooral over de Breestraat, de Aalmarkt, parkeergarages en de entree van de stad vanaf het station.

 

Bereikbaarheid

Deels samenhangend daarmee is de bereikbaarheid van de stad. Die staat al jaren onder druk, door de gestage toename van het autoverkeer. Dan gaat het om toegangswegen, doorgangswegen en openbaar vervoer. Ook die zijn onderwerp van een discussie (Rijnlandroute en de inmiddels afgeblazen Rijn Gouwe Lijn, die is vervangen door HOV-Net Zuid-Holland-Noord). En ook over de verbindingen Lammenschansplein, Plesmanlaan en ringweg-oost is het gesprek nog gaande.

De stad groeit door en gemeente en bewoners moeten daarin hun afwegingen maken. Tussen groen en economisch belang. Tussen leuk en noodzakelijk. Tussen moeizaam en onvermijdelijk. En tussen ‘wij doen het alleen’ en ‘wij doen het samen met de buren’.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen