30 december, 2013

Opinie

Leiden profileert zich als Stad van Ontdekkingen. En terecht, want zelfs voor Leidenaren valt er nog genoeg te ontdekken. Volg Auke-Florian Hiemstra op zijn zoektocht naar Leidse museumschatten en historische Leidenaren. Verhalen over (on)bekende kunststukken en de makers ervan.

Door een bliepend stuk techniek word ik als avondmens ’s ochtends geïrriteerd wakker. Ook voor onze huiskat is het niet fijn: ik ren de trap af en heb geen tijd voor geaai. Emotieloos fiets ik in de vroege ochtendzon richting Universiteit en kom langs Museum De Lakenhal.

Daar is de laatste week ingegaan voor ‘Utopia’. Deze tentoonstelling (nog te zien tot en met 5 januari) laat de reacties uit de kunstwereld zien op de grote veranderingen van het begin van de 20ste eeuw. Met een ‘yes-we-can’-overtuiging wilden kunstenaars de wereld veranderen: een tijd vol enthousiaste toekomstvisies, verdeeld over verschillende kampen. De twee belangrijkste, tegenovergestelde stromingen staan samen in De Lakenhal: de expressionisten en constructivisten. Gevoel tegenover verstand.

‘Chaos’ werd ‘orde’ en ‘complexiteit’ werd ‘eenvoud’

Soms heb je het geluk dat voor je favoriete schilderij een bankje staat. In de expressionistenzaal plof ik beduusd neer voor een werk van Béla Kádár, een Hongaarse schilder van Joodse komaf. Het doek uit 1920, getiteld ‘Muziek’, is een simpele voorstelling van een man, vrouw, cello en kat. Verder is het schilderij leeg. De man speelt cello voor de vrouw, ze zitten tegenover elkaar, ook de kat is komen luisteren. De houding van hun hoofd en hun gesloten ogen geeft de scène iets intiems. Het schilderij lijkt leeg, maar stroomt juist over van muziek die intens beleefd wordt. De wereld zien vanuit het gevoel karakteriseert de expressionist. Ik kijk naar het doek en word er stil van.

Foto's Leiden_bewerkt_1

De verdieping erboven hangt vol constructieve kunst: abstract, geometrisch en rationeel werk. Kunst van onder anderen Leidenaar Theo van Doesburg pronkt aan de muren. Op de puinhopen van de Eerste Wereldoorlog moest een nieuwe maatschappij worden gebouwd en kunstenaars wilden daar sturing aan geven. De kunstenaars geloofden heilig in hun werk en de utopische kracht die daarvan uitging. ‘Chaos’ werd ‘orde’ en ‘complexiteit’ werd ‘eenvoud’. De komst van fotografie werd omarmd door de constructivisten: techniek zou de menselijke geest bevrijden.

Na afloop van college, in de laatste avondzon, zet ik traditioneel een plaat op. Met gebogen hoofd en mijn ogen dicht ga ik op in de muziek. Onze huiskat komt op het geluid af en sluipt mijn kamer in: het spinnen van de kat versmelt met het knisperen van het vinyl. Techniek en emotie ontmoeten elkaar, en voor even is het Utopia, net als in Museum De Lakenhal.

Volgende artikel

Leve het Leidse laken

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen