07 oktober, 2013

Stad & Politiek

In 2011 gaven we met zijn allen in Nederland bijna 90 miljard euro uit aan zorgkosten en de prognose is dat dat bedrag de komende jaren alleen maar toeneemt. Logisch dus dat de overheid zorginstellingen opdraagt kosten te besparen. Tegelijkertijd moeten ziekenhuizen aan steeds strengere kwaliteitseisen voldoen om behandelingen te mogen uitvoeren. Alles moet dus beter zonder dat de kosten stijgen. Om dit doel te bereiken zoeken ziekenhuizen steeds vaker de samenwerking op. Zo ook het Diaconessenhuis Leiden en Rijnland Zorggroep.

Met drie ziekenhuizen binnen handbereik heeft de Leidenaar niets te klagen als het op toegankelijkheid van zorg aankomt. Het Diaconessenhuis Leiden en Rijnland Ziekenhuis zijn een logische keuze voor de meeste onderzoeken en ingrepen. Ook voor zogenaamde hoog-complexe zorg zit je in Leiden goed. Dit zijn ingrepen waar zo’n grote expertise voor nodig is, dat maar enkele instellingen in Nederland deze zorg bieden. Het LUMC is één van die locaties; voor ons gewoon om de hoek.

Het Rijnland Ziekenhuis (met locaties in Leiderdorp en Alphen aan den Rijn en onderdeel van de Rijnland Zorggroep) en het Diaconessenhuis Leiden zijn qua opzet vergelijkbaar. Misschien is het daarom ook niet zo gek dat juist deze twee ziekenhuizen willen samenwerken. Immers: gezien de veranderingen in de zorg en de ligging van beide ziekenhuizen lijkt het beter om samen op te trekken dan elkaar tegen te werken. De twee instellingen hebben in mei van dit jaar aangekondigd te onderzoeken wat een samenwerking oplevert en hoe ver die samenwerking dan zou moeten gaan.

Dure apparatuur

De samenwerking wordt verkend door de raden van bestuur onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. Daarbij vindt nauw overleg plaats met de Raden van Toezicht, medische staven, ondernemingsraden en cliëntenraden. Het streven is om in het najaar DSC_0452van 2013 de verkenning af te ronden. Mede op basis van de uitkomst hiervan wordt besloten of een samenwerking gewenst is en hoe die wordt vormgegeven.

In theorie heeft samenwerken veel voordelen. Samen komen de ziekenhuizen bijvoorbeeld gemakkelijker aan de volumenormen voor bepaalde ingrepen, waardoor ze die kunnen (blijven) uitvoeren en patiënten niet hoeven uit te wijken naar andere ziekenhuizen. Daarnaast worden de kosten voor aanschaf van dure apparatuur verdeeld en werkt het efficiënter (en goedkoper) als bepaalde ingrepen op één plek worden geconcentreerd. Bovendien blijven de ziekenhuizen vanwege een kwaliteitsinjectie aantrekkelijk voor ambitieuze zorgprofessionals, wat natuurlijk ook niet onbelangrijk is.

Schipperen

Tot zover de voordelen; samenwerken kan ook nadelen opleveren. Zo is het bijvoorbeeld schipperen met drie locaties. Dat dure apparaat dat eerst niet kon worden gekocht, kan uiteindelijk toch slechts op één plek staan. En ook de concentratie van behandelingen gaat mogelijk ten koste van de laagdrempeligheid van de zorg. De ziekenhuizen zijn voornemens om de poliklinische en basiszorg op alle drie de locaties te handhaven. Toch kan in sommige gevallen de reistijd voor de patiënt toenemen. Voor de een zal dit geen onoverkomelijk probleem zijn, aangezien hij of zij verzekerd wil zijn van de beste zorg. Voor de ander, en dan met name de minder mobiele patiënten, kan extra reistijd wel degelijk een drempel vormen.

De ziekenhuizen zijn voornemens om de poliklinische en basiszorg op alle drie de locaties te handhaven

Welke effecten eventuele samenwerking heeft op de bereikbaarheid van de zorg voor patiënten is iets wat Zorgbelang Zuid-Holland nauwlettend in de gaten houdt. Met een enquête, ingevuld door ruim 1300 respondenten, heeft deze organisatie in kaart gebracht hoe zij ertegenover staan. De tussentijdse uitkomsten werden gepresenteerd tijdens drie bijeenkomsten op de drie ziekenhuislocaties.

Positief

Uit de enquête blijkt dat een aanzienlijk deel van de respondenten neutraal tot positief tegenover samenwerking staat, waarbij moet worden opgemerkt dat over de kwaliteit van de vragen valt te twisten. Neem bijvoorbeeld de vraag of ‘door samenwerking tussen het Diaconessenhuis Leiden en Rijnland Ziekenhuis kwaliteit van zorg Rijnland Ziekenhuis locatie Leiderdorpbehouden blijft’. Daarmee wordt geïmpliceerd dat dit zonder samenwerking niet het geval zou zijn. In de wetenschap dat de meeste respondenten de verhalen over bezuinigingen en financiële nood waarschijnlijk wel kennen, is het niet verwonderlijk dat ongeveer 40% van de respondenten deze vraag neutraal beantwoordde en 35% positief.

Het is dus even de vraag welke waarde gehecht mag worden aan de positieve uitkomst van de enquête. Uit de algemene opmerkingen die de respondenten konden plaatsen, komt een iets genuanceerder beeld naar voren. Naast positieve reacties en aanmoedigen, werden wel degelijk ook zorgen geuit. Hete hangijzers zijn wat dat betreft reistijd en de vrije keus die patiënten straks nog hebben met betrekking tot de locatie waar ze geholpen willen worden.

Kabinetsbeleid

Het is de vraag in hoeverre de uitkomst van de enquête van invloed is op de beslissing om wel of niet samen te gaan werken. Waarschijnlijker is dat het kabinetsbeleid van doorslaggevend belang is. Toch benadrukt Marja Weijers, lid van de Raad van Bestuur van het Diaconessenhuis Leiden, dat de uitkomst van de enquête wel degelijk relevant is. Het is voor de Raden van Bestuur een indicatie om zich verder te beraden over samenwerking. Volgens hen ligt momenteel alles nog open. Er is nog niet bekend óf er wordt samengewerkt en ook niet in welke vorm. Eerst moeten nog heel veel cijfers worden doorberekend en moet de ACM (Autoriteit Consument en Markt) bepalen of samenwerking de keuzevrijheid van de patiënt niet te veel beperkt.

Welke vorm de samenwerking dan ook aanneemt, één ding is zeker: voor de Leidse regio geldt dat ziekenhuiszorg hoe dan ook binnen handbereik blijft. Of we dan naar Alphen aan den Rijn moeten reizen voor die liesbreukbehandeling of nieuwe heup, moeten we nog even afwachten.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen