Leiden moet investeren in monumenten en ‘gebouwen met een identiteit’ en doet er goed aan minder markante gebouwen te negeren of zelfs te slopen. Dat zegt Cees-Jan Pen, lector vastgoed aan de Fontys Hogescholen en programmamanager Onderzoek van Platform 31. “Laat leegstaande kantoren maar verloederen.”

Pen doet deze aanbevelingen naar aanleiding van het onlangs gepubliceerde onderzoek van de VU en de Universiteit Twente ‘Cultureel erfgoed op waarde geschat’ van Platform 31. “Erfgoed is in deze tijd het enige vastgoed dat zijn waarde behoudt, of zelfs in waarde stijgt. Dat wordt door de gemeente en eigenaren van dit type panden nog onvoldoende ingezien”, meent Pen. “Het is ook nogal wat om te zeggen: we negeren bepaalde gebouwen die onvoldoende waarde voor de stad hebben. Maar dat is uiteindelijk wel het beste.”
Omgeving - Leiden

Economische waarde

Pen vindt de onderzoekers van Cultureel erfgoed op waarde geschat aan zijn zijde. Zij betogen: “Monumenten maken economische waarde. Mensen – vaak hoogopgeleiden – betalen graag meer, tot zelfs twintig procent extra, om te wonen in een monument. Het opknappen van een monument verhoogt tevens de waarde van woningen in de directe omgeving. Erfgoed en monumenten zijn echte trekkers als het erom gaat meer kenniswerkers en technologisch geschoolden naar de regio te halen.”

Pen, zelf woonachtig in de Leidse regio, denkt dat Leiden hier nog wel een slag kan maken. “Mijn indruk is dat Leiden zijn erfgoed nog te weinig te gelde maakt. Waarom lukt het in Haarlem wel om erfgoed in een nieuw jasje te steken en komt het in Leiden onvoldoende van de grond? Als ik door de binnenstad loop, zie ik veel parels. Maar dat zijn wel parels waar meer mee kan. Hotels, studenten, bedrijven… die wil je naar je historische centrum trekken. Leiden doet er verstandig aan om daar meer dan nu het geval is op in te zetten. Erfgoed is het goud in handen van een stad.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen