10 oktober, 2013

Stad & Politiek

Leiden en topsport, ze hebben een wat ingewikkelde relatie met elkaar. Aan het sporttalent in de stad zal het niet liggen. Leiden hoort tot de drie Nederlandse steden met de meeste actieve sporters. En die kunnen heus wel wat. Denk aan onze roeiers, waterpolo’ers en basketballers. Maar als gemeente volop kiezen voor sport, dát blijkt een brug te ver.

Rotterdam

Het is nog niet zo lang geleden uitgerekend: 0,3 fte maakt de gemeente vrij voor de ondersteuning van topsport in de stad. Dan moet je vooral denken aan het helpen van topsporttalent bij praktische zaken. Dat is nog eens wat anders dan bijvoorbeeld Rotterdam en Almere. Steden die keihard gaan voor de sport. Rotterdam afficheert zich zelfs als dé sportstad van Nederland, en haalt het ene na het andere evenement binnen de stadsgrenzen.

Cultuurstad

Nu vragen we niet van Leiden om hetzelfde te doen. Of, zoals voorzitter Marcel Verburg van ZZ Leiden het zegt: “Leiden heeft ervoor gekozen cultuurstad te zijn. Daar is gezien ons erfgoed natuurlijk ook veel voor te zeggen. Maar laten we de sport alsjeblieft niet vergéten.”zzleiden

Economische waarde

Want waar Verburg, en met hem vele andere sportievelingen, op wijst is dat sport heel veel oplevert. “De economische waarde van sport, en juist ook topsport, is enorm”, aldus Verburg. Onder meer daarom stelden de twaalf Leidse topsportclubs in 2010 zélf dan maar een topsportcoördinator aan – die overigens wel deels door de gemeente gesubsidieerd wordt.

Subsidie

Vanavond, donderdag 10 oktober, wordt besloten of de Stichting Topsport Leiden, waar de twaalf clubs zich in verenigden, nog langer subsidie krijgt. En dus ook of de topsportcoördinator aan kan blijven. Dat is vooral ook heel spannend voor de man om wie het allemaal gaat: Tjeerd Scheffer. De Leidse topsportcoördinator is de man die erbij was toen ZZ Leiden na jaren afwezigheid nieuw leven werd ingeblazen, het brein achter de marathon én, saillant, raadslid voor de PvdA in Leiden. Maar dat laatste, benadrukt Scheffer aan de vooravond van zijn al dan niet herverkiezing, speelt in zijn werk als topsportcoördinator geen enkele rol. “Ik zit er donderdag natuurlijk niet bij.”

Topsportcoördinator

Maar over de zaken die hij sinds 2010 bereikte, wil hij graag vertellen. “Wat ik doe is heel vaak praktisch van aard. Een goed voorbeeld is de damesploeg van het waterpoloteam van ZVL. Die dames waterpolo’en aan de Europese top, maar moesten zelf stroopwafels verkopen om hun reisjes binnen Europa te betalen. Dat vond ik belachelijk. Die meiden horen in het water te liggen. Ik heb toen een businessclub voor het topwaterpolo in Leiden opgericht. Nu kunnen ze doen wat ze moeten doen: waterpolo’en. Want: topsport is een vak.”

Topsporttiendaagse

Positief is Scheffer ook over de Topsporttiendaagse, nog maar net achter de rug. “Daarin lieten de tien sporten van onze stichting zich zien aan breedtesporters. Vanuit de gedachte dat topsporters een rolmodel zijn. Dat verzin ik niet, dat is bewezen. Je kunt het zien aan het basketbal in Leiden. Sinds de terugkeer van ZZ Leiden is het ledenaantal van BS Leiden meer dan verdubbeld.”diok

Genieten van sport

Zonder zich al te stellig te willen uitspreken, blijkt de zorg van Scheffer toch vooral deze: dat we topsport links laten liggen. “Terwijl er zoveel redenen zijn om topsport te omarmen. Het is goed voor de economie, voor het aantal bewegende jongeren in de samenleving, maar het is óók simpelweg leuk. Sport verbroedert, laat ons genieten, het versterkt onze identiteit. Wie herinnert zich niet hoe trots we waren toen de waterpolosters uit Peking terugkwamen met goud en daar maar liefst vier Leidse dames op een kar werden rondgereden.”

Leiden scoort goed

Scheffer trekt de lijn door naar de doelstelling die de gemeente Leiden vastlegde in de Sportnota: in 2016 moet 75 procent van de Leidenaars bewegen. “We zijn op de goede weg, en ik ben ervan overtuigd dat we op de goede weg zijn mede dankzij onze topsporters. We scoren landelijk bovengemiddeld. Als het gaat over sportparticipatie dan staan we op de derde plek, na Nijmegen en Zaandam. Qua topsport staan we op de zevende plek. Mensen realiseren het zich niet, maar Leiden is wel degelijk een sportstad.”

Te bescheiden

Scheffer ziet het een beetje als zijn taak om dat de mensen te vertellen. “Wij zijn daar nog te bescheiden in. Maar dat komt wel. In 1996 wist 35 procent van de Leidenaren dat Rembrandt uit Leiden kwam. Nu is dat 95 procent. De komst van citymarketing heeft daar een grote rol in gespeeld.”

Blijde boodschap

Het scheelt, weet Scheffer, dat hij ‘vrolijkheid’ verkoopt. “Ik kom altijd met de blijde boodschap van sport. Dan gaan er deuren voor je open. Ik popel dan ook om door te gaan. En wie weet kan ik in de toekomst gaan samenwerken met de breedtesportcoördinator. Want dat staat in de Sportnota: dat de gemeente een breedtesportcoördinator wil aanstellen. Dat lijkt mij een goede zaak.”

Dan, als het interview eigenlijk al is afgelopen. “Weet je dat de economische waarde van topsport enorm is? Je hebt het over gezondheid, over productiviteit. Maar ook: als je huis naast een sportveld staat, is het zó zes procent meer waard. Ongelofelijk toch? En in Rotterdam hebben ze uitgerekend dat als je alle sport uit de stad weghaalt, je één miljard euro kwijt bent. Dat zou in Leiden wel wat anders liggen. Maar toch. Het gaat nog steeds over heel veel geld.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen