20 juni, 2014

Stad & Politiek

Esther Barfoot was het afgelopen jaar voorzitter van Stadslab. De inwoner van Noordwijk – ‘Leiden is prachtig, het blijft mijn ‘werkplek en speeltuin’, maar we wonen hier ook mooi’ – is tevreden, maar nog lang niet klaar.

Hoe kijk je terug op je voorzitterschap?

”Ik heb het een ontzettend leuk jaar gevonden. Heel veel gave ontmoetingen gehad, met initiatiefrijke mensen, die op een andere manier naar de wereld kijken. Dat is een slag mensen waar ik van hou. Al die ontmoetingen zijn heel veel waard geweest. Wij noemen ons netwerk een mosselbank. Het groeit vanzelf, er komen steeds nieuwe ideeën op, en er ontstaan coalities van mensen die samen iets gaan doen.”

En wat heeft dit jaar ons opgeleverd?

,,Weer een paar vernieuwende bijeenkomsten en concepten. Stadstijgers om te beginnen, de werkweek in november met scholieren van het Leonardo College, die projecten in de stad uitvoerden.
En de Caleidoscoop op Leiden. Dat was wat meer een politieke bijeenkomst van het Stadslab. Vlak voor de verkiezingen hebben we toen met de aanvoerders van politieke partijen en met initiatiefrijke Leidenaars, bijvoorbeeld van Energiek Leiden en een zorgcollectief in de Professorenwijk, gesproken over hoe het stadsbestuur burgers ruimte geeft voor zulke dingen. Hoe je elkaar niet in de weg zit, maar juist versterkt. Zo’n gesprek levert niet meteen een heel concreet resultaat op, of het moet zijn dat een aantal wethouders geïnspireerd raakt en dat het idee ontstaat om een participatietoolkit in de bestuursnota mee te nemen. Maar elkaar bijpraten, vertrouwen geven, daar begint het mee. Ambtenaren en bestuurders moeten ook nog leren om de bevolking het initiatief te geven. In de Stadszomernachtdroom praten we daarover verder.”

Begrijp ik het goed dat jullie wat meer toenadering tot het stadhuis zoeken?

,,Het komt nog eerder van de andere kant. Ambtenaren uit Apeldoorn en Breda zijn bij ons over de vloer geweest, we worden als Stadslab-bestuur geregeld uitgenodigd om elders te vertellen over ons als burgerorganisatie. Voor politici en ambtenaren is het een struggle om die participatiemaatschappij vorm te geven. Wij kunnen hen daarbij op weg helpen: onze ervaringen delen en ontmoetingen organiseren.
Maar wij blijven een club die zelf zijn ding doet, hoor. We gaan niet zitten wachten op het stadhuis. We zijn ook niet bezig met onze invloed uitbreiden ofzo. En er is genoeg waar we de gemeente helemaal niet voor nodig hebben.”

Is een jaar eigenlijk niet veel te kort?

,,We hebben er ook wel over gesproken om het voorzitterschap te verlengen. Dat gaat ooit misschien nog wel gebeuren. Je wordt 21 juni benoemd, dan is het bijna meteen zomervakantie. Vervolgens voer je wat kennismakingsgesprekken, maar voor je echt begonnen bent is het september en dan is tot juni best kort, ja. Aan de andere kant, telkens een nieuwe voorzitter: dat brengt ook telkens een nieuw netwerk met zich mee. En dat is ook wat waard. Want de een heeft vooral zakelijke contacten, de ander culturele. Onze nieuwe voorzitter, ik zeg nog niet wie dat is, komt wat meer uit de maatschappelijke hoek.”

En wat doe je zelf straks?

,,Ik heb besloten door te gaan als bestuurslid. Zodat ik verder kan gaan met de projecten die dit jaar nog niet tot wasdom zijn gekomen. En om een aantal zaken verder uit te bouwen. Stadslab heeft de afgelopen jaren de Creative City Index opgezet. Dat is echt een goudmijn. Het is een database waar duizend Leidenaren in staan die ooit hebben aangegeven dat ze beschikbaar zijn, in meer of mindere mate, voor Stadslab-projecten. We kunnen op profielen zoeken, als we een bepaalde deskundigheid nodig hebben. Dat levert superenthousiaste reacties op. Maar nog niet iedereen heeft zijn profiel even uitgebreid ingevuld en het kan zijn dat we steeds dezelfde mensen benaderen. Daarom nodigen we om de twee maanden willekeurig dertig tot vijftig mensen uit dat bestand uit. Die krijgen dan een speeddate met het Stadslab-bestuur en met een aantal actieve stadslaboranten, een rondleiding in de Meelfabriek en een borrel. Dat werkt heel goed om mensen erbij te betrekken en ze te activeren.”

Want jullie vinden gemakkelijker mensen om over mooie ideeën te praten dan om ze uit te voeren, toch?

,,Nee, hoor. Dat is eigenlijk niet zo, heb ik gemerkt. Mensen zijn ongelooflijk bereid zich in te zetten. Vele uren zelfs. Het moet alleen vanuit hun eigen motivatie komen. Als ze iets goed kunnen, of juist vaardigheden willen ontwikkelen waar ze in hun eigen baan niet de ruimte voor krijgen, dan doen ze dat graag voor Stadslab en kijken ze echt niet op een uurtje.”

Mislukt er dan nooit iets?

,,Natuurlijk hebben we wel projecten die niet van de grond komen. Al een paar jaar hebben we het erover dat we wel Stadslab-radio zouden willen opzetten. Maar redactie is heel veel werk. Dan lopen we er toch tegenaan dat we de mensen niet zover krijgen om dat elke week op zich te nemen.
En ik had heel graag het pop-up-festival al een keer georganiseerd. Met pop-up-restaurants, colleges, winkels. Daar zijn we mee bezig, maar we hebben het al twee keer moeten uitstellen. Uitstel is ook oké, hoor. Zelfs als iets helemaal niet doorgaat, voelt dat even als een mislukking, tot je je realiseert: dat mag. We zijn een stads-lab, geen stadsfabriek.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen