De verkoop van het gemeentelijk vastgoed is voor de gemeenteraad soms een schimmig proces. De Leidse Rekenkamercommissie zou er graag onderzoek naar doen.

Geen beleid, weinig overleg en de schijn van vriendjespolitiek. Dat zijn de klachten die de gemeenteraad zelf heeft als het gaat over de verkoop van het gemeentelijke vastgoed. Toen de Rekenkamercommissie bij alle raadsfracties inventariseerde op welke terreinen ze haar onderzoek dit jaar moet richten, werd dit onderwerp veel genoemd. Het staat op zes in de toptien waar de gemeenteraad donderdag 28 maart over praat.

Al veel verkocht

Leiden heeft relatief veel vastgoed. Van de 37 grootste gemeenten is het de nummer drie, met per inwoner 2,5 vierkante meter – een halve schuur – aan gemeentelijk bezit.
Sinds een aantal jaren wordt overtollig gemeentelijk vastgoed dat geen maatschappelijke functie meer heeft, afgestoten. Tussen 2008 en 2011 verkocht Leiden 37 van zijn panden; ongeveer elke maand één dus. Maar blijkbaar heeft de gemeenteraad weinig zicht op wat er wordt verkocht, aan wie en hoe de verkoopprijzen tot stand komen.

Snel onderzoek

De Rekenkamercommissie stelt nu voor te onderzoeken welk beleid de gemeente voert, welke waarde het gemeentelijk vastgoed heeft en of bij verkoop of verhuur wel altijd de maximale opbrengst wordt behaald. Ze wil met dat onderzoek het liefst nog ‘ begin 2013′  van start gaan.
Andere onderwerpen die de Rekenkamercommissie graag wil onderzoeken zijn onder meer de subsidieverlening, het regionaal investeringsfonds (samen met de rekenkamers van gemeenten in de regio) en de vraag wat er terecht is gekomen van aanbevelingen uit eerdere onderzoeken.

Relevante artikelen

De gemeente als makelaar

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen