31 mei, 2013

Stad & Politiek

Vriendelijk verzoek: of Leidenaars willen ophouden Engels te spreken met buitenlanders in de stad. Of nog erger: de taal van hun land van herkomst. Deze wens komt van de directeur van het Expat Centre Leiden, Agta Kockmann. “Maar verder zijn expats dolblij met Leiden.”

Het verzoek is  een beetje gekscherend bedoeld, maar toch niet helemaal. “Het valt me gewoon op, al die expats zeggen hetzelfde. Namelijk dat het ondoenlijk is om goed Nederlands te leren in Leiden. Als een accent maar enigszins een andere herkomst verraadt, dan schakelen Leidenaars al over op het Engels. Bij ons aan de balie is het een regel: iedereen die maar enigszins probeert Nederlands te spreken – al is het nog zo krom – antwoorden we in het Nederlands. Dat wordt gewaardeerd.”

visitor centreKockmann stond aan de wieg van het Expat Centre Leiden, dat gehuisvest is in het Visitor Centre nabij het station. Dat was vier jaar geleden, nadat ze het Visitor Centre van de Leidse universiteit uit de grond had gestampt.

Net geen one-stop-shop

Het Expat Centre is er voor de groeiende groep buitenlandse kenniswerkers die informatie zoekt over alles wat met hun verblijf in Leiden te maken heeft: huisvesting, verzekeringen, onderwijs, gemeentelijke zaken. “Het enige dat we ze niet kunnen bieden is inschrijving bij de IND. Dat irriteert me. Hadden we de IND in huis gehad, dan waren we een one-stop-shop geweest; dan had je hier álles kunnen regelen.”

Maar daar is de Leidse expatgemeente te klein voor. “De meeste expats in onze stad zijn werkzaam bij Estec in Noordwijk – en die vallen rechtstreeks onder Buitenlandse Zaken. Ook voor studenten is een aparte regeling getroffen. De overige expats werken bijvoorbeeld bij de universiteit, op het Bio Science Park en in het LUMC.”

Koopkrachtige groep

Volgens Kockmann onderschatten Leidse ondernemers het belang van de expatgemeenschap. “Ze vormen een aanzienlijk deel van onze bevolking. Bovendien zijn ze een koopkrachtige groep. Ik vind dat er nog te weinig rekening met deze mensen wordt gehouden.” Als voorbeeld van iemand die het heeft begrepen, noemt Kockmann de eigenaar van de Sligro, die een aantal jaar geleden begon met een internationale proeverij, waarbij bekende koks een avond lang voor de expatgemeente kookten. “Bij de eerste editie waren 16 mensen. Inmiddels is er een wachtlijst.”

Sligro event expats

Expats tijdens de proeverij bij de Sligro

Hofjes

Leiden is een aantrekkelijke stad voor expats, merkt Kockmann. “Ze zijn dol op de oude binnenstad. In een hofje wonen is voor de oudere stellen en de jongere alleenstaande expats het summum. Expats met kinderen in de schoolgaande leeftijd zoeken juist een huis met een tuin en goed onderwijs dichtbij en komen vaker in randgemeenten als Oegstgeest en Leiderdorp terecht.”

Ze zijn daar nog wel grotendeels aangewezen op regulier, Nederlands basisonderwijs. “Veel expats vinden dat niet zo’n probleem. Zij vinden het belangrijk dat hun kinderen iets van de Nederlandse taal en de cultuur meekrijgen. Maar er is ook een groep die wel graag internationaal onderwijs zou volgen en dat is er onvoldoende. Nog niet zo lang geleden hebben we met verschillende betrokken partijen in de stad een brainstorm gehad over hoe we daar een slag in kunnen maken. De gemeente is daar vrij serieus mee bezig.”

Buienradar

Als ondernemers en de gemeente meewerken, ligt er dus een gouden toekomst in het verschiet voor Leiden als gaststad voor mensen uit den vreemde. Hoewel we zullen blijven worstelen met een aantal omstandigheden waar nu eenmaal niet veel aan te doen is. Zo vertelt de Spaanse Miguel Eduardo Gil Biraud in de laatste editie van de Expat Newsletter op de vraag welke website hij iedere expat hier kan aanraden: “Ik zou niet in Nederland kunnen wonen zonder de site www.buienradar.nl.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen