01 juli, 2013

Stad & Politiek

Leiden mist iets als het alleen de bètasector tot speerpunt van zijn economisch beleid maakt. Dat betoogt de stichting Leiden Communicatiestad. 27 juni 2013 verscheen het boek Alfa’s van Leiden dat deze stelling moet onderbouwen. Het bevat tien portretten van succesvolle Leidse creatieve ondernemers.  

“Het perspectief van de communicatiesector in Leiden is positief. Maar iemand moet het wel aanjagen.”

Directeur Peter Duijvestein had altijd al cijfers en argumenten genoeg. Het aantal communicatieondernemingen in de stad groeide de afgelopen vier jaar van 600 naar 800. De creatieve sector is goed voor een derde van de Leidse werkgelegenheid. Tachtig procent van de Leidse studenten volgt een richting binnen wat tegenwoordig de ‘humanities’ heet. En het zijn vooral die mensen die ook op allerlei manieren zorgen voor een levendige, culturele, vitale stad. Zonder hen waren er, om maar eens wat te noemen, geen muurgedichten en geen cabaret- of filmfestival.

Peter Duijvestein, directeur Leiden Communicatiestad

Peter Duijvestein, directeur Leiden Communicatiestad

Nu heeft hij dus ook een boekje met fraaie portretten om vooral de economische kant van zijn verhaal mee te illustreren. Van archeologen tot webdesigners, van landelijk bekende bedrijven (Djoser, Brill) tot jongere en kleinere (Kees-TM, SWIS): allemaal zijn ze opgericht of worden ze geleid door iemand met een alfa-opleiding in Leiden achter de rug. Het laat zien dat deze branche niet alleen als academische tak van sport van belang is, maar ook als economische factor in de stad. Dat inzicht dreigt volgens de makers van het boekje onder te sneeuwen, nu bijvoorbeeld het Bio Science Park zo’n succes is en de stad duizenden nieuwe banen bezorgt.

Miscommunicatie

Dat Leiden Communicatiestad nu met het boekje komt, is dan ook geen toeval. De stichting had bovendien uit een gemeentelijk stuk begrepen dat Leiden al zijn geld op de zorg en de bioscience gaat zetten.

Een gevalletje miscommunicatie, zo blijkt. De gemeente heeft een verkeerde versie van het besluit de wereld in geslingerd. Burgemeester Henri Lenferink, die donderdag was uitgenodigd om het boek in ontvangst te nemen, kon meteen een en ander rechtzetten en zijn gehoor geruststellen.

In de goede versie van het besluit is expliciet opgenomen dat andere sectoren niet worden afgeschreven, aldus Lenferink. “Maar je kunt wel vaststellen dat de bioscience en de zorg samen met hightech booming business zijn, in Leiden nog veel meer dan gemiddeld. Ik zie de bioscience echt als onze nieuwe lakennijverheid. En net zoals we in de Gouden Eeuw behalve die lakenindustrie ook al de universiteit en de beroemde schilders hadden, zo hebben we nu naast de bioscience ook nog steeds de geesteswetenschappen en de creatieve sector, waar communicatie onder valt. Ook de economische betekenis daarvan zien we, al winnen die andere sectoren het vooralsnog in volume.” Lenferink noemt daarnaast ruimtevaart en biobased economy als potentiële groeisectoren voor Leiden.

Voorzitter Fred van Haasteren van Leiden Communicatiestad zegt blij te zijn met de toelichting van Lenferink. “Je ziet dat het goed is dat we er bovenop zitten. De communicatiesector is in Leiden groot, maar het zijn bijna allemaal kleine bedrijfjes. Wij fungeren als ‘bouwpastoor’, en we zijn nodig om deze sector onder de aandacht te brengen en te houden.”

“Overal in het land worden Leidse communicatiebedrijven door hun opdrachtgevers geroemd. Maar niet in Leiden zelf"

Beroemd in de rest van het land

Met de kwaliteit van al die bedrijven zit het wel goed. Albert Reinders van communicatie- en adviesbureau MediaAdvice: “Overal in het land worden Leidse communicatiebedrijven door hun opdrachtgevers geroemd. Maar niet in Leiden zelf; daar wordt de expertise van deze bedrijven nog onvoldoende gezien.” Hij noemt het een gekke situatie.

Guido Enthoven van het Instituut Maatschappelijke Innovatie pleit voor het gebruiken van de historische uitstraling van de stad bij het positioneren van Leiden als creatieve stad. “Clustervorming betaalt zich uit. Dat zie je bij het Bio Science Park. Fysieke nabijheid nodigt uit om elkaar op te zoeken, in expert meetings of om zaken te doen. Zelf werken wij het liefst met partijen uit Leiden. Dat schakelt gemakkelijker.”

LNU-Achmea

‘Achmea moet geen eilandje zijn.’

De geïnterviewden denken zelf dat de ondernemende alfa’s zeker waarde aan de stad toevoegen, al is het maar – ironisch genoeg – omdat hun bedrijven niet zo groot zijn. Ze kunnen zich daardoor in de binnenstad vestigen. Zo dragen ze bij aan de dynamiek van de binnenstad. Fred Hermsen wijst op de nieuwe, grote bedrijven binnen de Leidse stadsgrenzen: van Achmea tot het hoofdkantoor van Ikea en bedrijven op het Bio Science Park. “Het is de taak van de gemeente om te zorgen dat grote bedrijven geen eilanden zijn. Met creatieve kongsi’s en dialogen moet je dat soort organisaties bij de stad betrekken. Dat genereert een dynamiek die uiteindelijk ook economisch vruchten afwerpt.” En daarvoor zouden die alfa’s wel eens heel erg nodig kunnen zijn.

 

 

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen