20 juni, 2013

Stad & Politiek

Twee nieuwe parkeergarages moeten Leiden beter bereikbaar maken en daarmee redden van een wisse dood als interessante winkelbestemming. Een kansrijk plan of verspilling van tijd, geld en moeite?

De kranten staan er vol mee: winkelleegstand is momenteel een hot item in vrijwel iedere middelgrote stad. Internetaankopen, crisis… het zit winkeliers niet mee. In Leiden is dat niet veel anders. Hooguit klagen de winkeliers hier al wat langer en moppert inmiddels ook de bevolking over het achterblijven van het winkelbestand – waar blijft die Zara?

Winkelhof en Leidsenhage

Leiden is met al die grachten, monumenten en terrassen (lees: totaalbeleving) aantrekkelijk genoeg. Bezoekers moeten alleen makkelijk op die bestemming kunnen komen. Dus is alle, nou ja véél hoop hier gevestigd op de aanleg van twee grote ondergrondse parkeergarages. Eén onder de Lammermarkt (600 plaatsen) en één onder de Garenmarkt (400 plaatsen). Het is een diep gekoesterde wens van de Leidse middenstand, die al jaren moppert dat de binnenstad zo slecht bereikbaar is en dat consumenten daarom hun heil zoeken in de Winkelhof, het Stadshart van Zoetermeer of Leidsenhage. Allemaal winkelcentra die wél goed bereikbaar zijn met de auto, die er vaak nog gratis mag staan ook.

IMAG1112

De Morspoortgarage, open sinds september 2012.

Duizend extra parkeerplaatsen dus, in de komende vijf jaar. Middenstand blij, maar niet alle Leidenaars blij. Vanuit omliggende, vaak rustige wijken, is er aardig wat verzet tegen de bouw, die ook weer extra verkeer naar in elk geval de rand van de historische binnenstad genereert. Recent kwam de Marislaan met succes in opstand tegen het plan om daar de ondergrondse in- en uitrit van de parkeergarage aan de Lammermarkt boven te laten komen. De Morspoortgarage kwam er pas na nog veel meer politieke strijd, en met de belofte aan de naastgelegen wijk dat hij tijdelijk is. En hoewel je volgens deskundigen een parkeergarage de tijd moet geven om zich te bewijzen, negen maanden na opening heeft hij meestal nog akelig veel lege vakken.

Wat zouden de effecten van twee nieuwe parkeergarages zijn?

Kansen

    1. Met de komst van de twee parkeergarages in de komende jaren wordt een einde gemaakt aan het onoverzichtelijke en rommelige parkeeraanbod in Leiden. Uit onderzoek van Ecorys en Spark naar de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen in Leiden blijkt weliswaar dat er feitelijk geen tekort aan plaatsen is, maar wel dat het aanbod te versnipperd en onduidelijk aangegeven is. Ook de kwaliteit van de plekken laat te wensen over. Met een goede bewegwijzering en een geclusterd aanbod, kan dus al veel gewonnen worden.
    2. Parkeren aan de randen van de binnenstad kan als prettige bijkomstigheid hebben dat die binnenstad zelf leger blijft. En dus schoner, veiliger en pittoresker wordt. In het plan voor de garage onder de Lammermarkt komt op straatniveau een stuk park en een fraai plein. Molen De Valk staat er straks veel mooier bij. Voor de Garenmarkt geldt iets dergelijks trouwens niet. Die blijft in de plannen gewoon parkeerterrein.
    3. In Leeuwarden gebeurde het: op een wat onlogische plek verrees halverwege het vorige decennium een parkeergarage, en de achterafstraat die je door moest om vanuit die garage in de echte binnenstad te komen, fleurde zienderogen op. Er verschenen kleine winkeltjes, delicatessenzaakjes en horeca. Inmiddels is de Kleine Kerkstraat binnen enkele jaren tijd twee keer uitverkozen tot leukste winkelstraat van Nederland. Dus ja, het kan: een parkeergarage die een straat uit het slop haalt. Is nog wel even de vraag welke Leidse straat die potentie heeft. De Morsstraat, waar je doorheen loopt vanaf de Morspoortgarage, leent zich ervoor, alleen die garage is tijdelijk. De Nieuwe Beestenmarkt dan misschien, als we straks massaal onder de Lammermarkt parkeren?
    4. Stel, het verwachte effect van de parkeergarages wordt bewaarheid en bezoekers uit de regio weten Leiden beter te vinden. Dan is de échte uitdaging dat Leidse ondernemers de toeloop omzetten in klinkende munt. Geen zieltogende of leegstaande winkels meer, maar een florerend aanbod dat de ‘totaalbeleving’ biedt waar het tegenwoordig om draait. Of, zoals experts het onlangs in de Volkskrant omschreven: “Winkeliers moeten gemeenten ervan overtuigen dat zij de binnenstad en andere winkelgebieden als één systeem van beleving, toegankelijkheid, publieksvoorzieningen en wonen moeten ontwikkelen, met een aantrekkelijke mix van winkelaanbod, cultuur, horeca en vermaak. Levendigheid gekoppeld aan leefbaarheid.” Genoemde overtuiging is in Leiden al aanwezig. Of het nou gaat om de wethouders, de centrummanager, ja zelfs de burgemeester: het woord beleving ligt ze voor in de mond als het over winkelen gaat. Niet voor niets zijn er de Verrassend Winkelweekeinden, en heeft het verminderen van het aantal bussen in de Breestraat zoveel politieke aandacht. De bouw van twee parkeergarages is dus niet het enige wat wordt ondernomen om Leiden weer een winkelhart te geven met een aantrekkingskracht op de hele regio.
    5. Het Haagwegterrein bewijst het: een goed bereikbare parkeervoorziening aan een invalsweg van het centrum trekt na enige tijd vanzelf publiek. Of je de busjes die je verder de stad inbrengen nou briljant of armoedig vindt, ze werken wel. Alleen: de locatie is uiteindelijk bedoeld voor woningbouw en het hele fenomeen zou niet kunnen bestaan zonder vier ton per jaar uit de gemeentekas. Vandaar dat het gemeentebestuur het plan heeft dit terrein op termijn te sluiten. Niet binnen vijf jaar, maar daarna mogelijk wel. Zeker als de nieuIMAG1110-2we garages dan in gebruik zijn.

Gevaren

  1. Voor niets gaat de zon op. De aanleg van de parkeergarages aan de Garenmarkt en Lammermarkt kost naar schatting 100 miljoen euro. Dat is een smak geld, zeker in een tijd dat allerlei gemeentelijke voorzieningen zwaar onder druk staan. Een private exploitant met genoeg geld én interesse is niet gevonden, en daarom neemt de gemeente het hele project zelf op zich. In de prognoses bedruipen de parkeergarages zichzelf, maar dan moeten ze wel 40 jaar meegaan en de beoogde bezoekers moeten komen en bereid zijn te betalen. Voor eventuele tekorten draaien Leidenaars op, terwijl zij zelf niet de beoogde doelgroep van de garages zijn.
  2. Ze mógen er natuurlijk wel parkeren. Uit onderzoek blijkt dat sommige mensen de fiets laten staan als er goede parkeergelegenheid voor auto’s is. Dus zullen straks bijvoorbeeld meer Merenwijkers, die toch vrij goed op de fiets naar het centrum kunnen, de auto pakken naar de Lammermarkt om te gaan winkelen. In het kader van milieu, gezondheid en leefbaarheid kun je dat een slechte ontwikkeling vinden.
  3. De behoefte aan parkeerplaatsen is op dit moment onvoldoende terug te zien in het straatbeeld. Voorstanders van de garages, zoals wethouder Van Woensel (VVD) en PvdA-raadslid Gijs Holla, wijzen graag op de drukte elke zaterdagmiddag rond de parkeergarage boven de Hoogvliet. Daar stellen tegenstanders dan weer tegenover dat ‘een week zeven dagen heeft’, of ze twitteren foto’s van de Morspoortgarage, halfleeg, ook op zaterdagmiddag. Ook het parkeerterrein bij molen De Valk staat nu zelden vol. Waarom zou je daar dan 600 parkeerplekken willen?
  4. Dat komt, zeggen de plannenmakers, omdat wij ons richten op een heel nieuwe doelgroep. Die parkeerplekken zijn echt niet voor de huidige parkeerders. Maar let maar eens op: als de bewegwijzering straks picobello in orde is en er genoeg mooie ruime plaatsen zijn, als de Aalmarkt en het cultuurkwartier (Lakenhal en De Nobel) af zijn, dan komen de consumenten vanzelf. De prognoses van de parkeergarages zien er dan ook veelbelovend uit. Maar: nergens in de onderbouwing is terug te lezen dat lang niet iedereen meer een auto heeft. Ja, senioren misschien. Maar onder twintigers en dertigers nemen autobezit en autogebruik sinds enige tijd af. Zie dit rapport. Terwijl dat juist de doelgroep is die het centrum van Leiden nieuw elan moet geven. Daarbij: nergens lijkt er rekening gehouden met het feit dat andere, concurrerende winkelcentra ook blijven investeren. Als de Leiderdorpers straks een vernieuwde en vergrote Winkelhof om de hoek hebben, zal het misschien helemaal niet meevallen om ze naar Leiden te lokken. Al staat hier nog zo’n mooie parkeergarage. Zoveel geld voor een onzeker resultaat? Je moet maar durven…

    IMAG1111-1

    Het parkeerverwijssysteem heeft in Leiden altijd gehaperd.

  5. Het frustreert tegenstanders daarom des te meer dat er in al die jaren onvoldoende moeite is gedaan om bezoekers op eenduidige wijze naar de bestaande parkeerplekken te leiden. Het parkeerverwijssysteem heeft in Leiden nooit goed gewerkt. Op het Schuttersveld en op diverse websites, waaronder die van de gemeente Leiden zelf, stond vanaf 2010 nog geruime tijd de particuliere parkeergarage aan de Anthony Fokkerweg vermeld als openbare parkeergarage waar je op zaterdag tegen een laag tarief de hele dag kon staan. In de praktijk bleek de bewuste garage nooit open. Medewerkers van de gemeente konden niet vertellen waarom. Les: Je kunt pas zeggen dat een bestaande situatie niet werkt, als alles geprobeerd is om het te laten slagen. 

Verkiezingen

Het is spannend hoe het verder zal gaan met de Leidse parkeergarages. In 2014 zijn er gemeenteraadsverkiezingen, en het lijkt zeker: het laatste woord is er nog niet over gezegd. Leidenaars zijn er goed in om hun kont tegen de krib te gooien waar het de bereikbaarheid van de binnenstad betreft. Van de Rijn Gouwe Lijn hebben ze op het stadhuis nog steeds hoofdpijn.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen