03 juli, 2014

Wetenschap & Kennis

Het Leiden Bio Science Park heeft een nieuwe directeur: Saco de Visser. Hij nam begin juni het stokje over van Nettie Buitelaar. De Visser gaat zich twee dagen in de week bezighouden met de verdere strategische ontwikkeling van het belangrijkste bedrijventerrein van onze stad. Zijn eerste maand staat vooral in het teken van netwerken. Zo sprak hij ook met Leiden.nu over ambitieuze vergezichten en concrete plannen. “Leiden heeft enorme potentie op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling.”

Saco de Visser

Saco de Visser

De Visser is geen nieuweling op het Leiden Bio Science Park. Hij promoveerde op onderzoek dat hij deed bij de stichting Centre for Human Drug Research (CHDR). “Zo heb ik geleerd hoe de academie en het bedrijfsleven kunnen samenwerken”, zegt De Visser. “Leiden heeft een enorme potentie op het gebied van geneesmiddelenonderzoek.” Na een loopbaan bij diverse overheidsorganisaties en de farmaceutische industrie is hij weer terug op het Bio Science Park. Wat hij gaat doen? “Ik ga mij richten op de interne cohesie tussen de academie en bedrijven en op externe profilering.”

Campusgebied

Dat bedrijven op hetzelfde park zijn gevestigd, wil nog niet zeggen dat ze van elkaar weten dat ze bestaan en wat ze doen. “Mijn idee is dat bedrijven nog te veel eilandjes zijn” zegt De Visser. “Bedrijven besteden klinisch onderzoek uit bij bedrijven buiten het park terwijl er op het park ook organisaties zitten die deze diensten aanbieden. Men kent elkaar te weinig op het park.” De ontmoeting tussen mensen van verschillende bedrijven wil De Visser dan ook gaan stimuleren. Dat kan door netwerkbijeenkomsten als het Life Sciences Café die al maandelijks plaatsvinden. Ook denkt hij aan seminars voor de ‘work force’. Een pril initiatief komt van Wouter Bruins van het bedrijf In Ovo. Hij organiseerde een vrijplaats waar studenten en ondernemers elkaar ontmoeten om zo de ondernemerszin onder studenten aan te moedigen.

Naast deze gearrangeerde ontmoetingen moet ook de anatomie van het Bio Science Park aanmoedigen tot het maken van nieuwe contacten. Veel meer dan grand café De Stal is er op dit gebied nog niet. “Ik denk aan een campusgebied waar je terechtkunt voor een wandeling en een kop koffie”, zegt De Visser. Hij pleit dan ook voor meer campusfaciliteiten als cafés, restaurants en andere ontmoetingsplaatsen. Inspiratie haalt hij uit de Amerikaanse campussen, maar ook The Strip op de High Tech Campus in Eindhoven is een voorbeeld. Een mogelijkheid ziet hij op het Bio Science Park aan de kant van Oegstgeest waar het haventje in de Rijn geschikt zou zijn voor horeca. “De Leidse rederijen zouden kunnen voorzien in een verbinding over water”, speculeert De Visser. Voorlopig is het Rijnfront echter nog een kale vlakte die wacht op de komst van nieuwe bedrijven.

Entreegebied

Concreter zijn de plannen voor het entreegebied van het Bio Science Park. Het entreegebied komt op het stuk dat wordt ingesloten door de Einsteinweg, de Plesmanlaan en de Ehrenfestweg. Nu staan daar het Van Steenisgebouw, een garage van het Motorhuis en het Universitair Sportcentrum. In het Masterplan ‘De Hollandse Campus’ uit 2009 stopt hier de Rijn Gouwe Lijn, die de binnenstad verbindt met het Bio Science Park. Inmiddels weten we dat dat er niet meer inzit, iets wat De Visser ernstig betreurt.

Wel wordt op dit moment gewerkt aan andere openbaarvervoersoplossingen zoals een pendelbusdienst en de kennislijn. Ook wordt het park straks beter ontsloten door een ongelijkvloerse kruising op het kruispunt Plesmanlaan- Haagse Schouwweg/Ehrenfestweg. Vanaf eind 2016 worden de verkeersstromen naar respectievelijk binnenstad en Leiden Bio Science Park gescheiden. En zo zal het gebied alsnog gaan fungeren als een aantrekkelijke entree tot het Bio Science Park. Er moet horeca komen, maar ook woningen, hotels en short stay facilities. Daarnaast komen er werkplekken waar bedrijven tijdelijk neer kunnen strijken om zo de sfeer op het Bio Science Park te proeven en de eventuele komst naar het park voor te bereiden. Ze moeten gaan voorzien in een ‘soft landing’.

Opleidingen

Saco de Visser2

Biotech-trainingsfaciliteit

Onderdeel van de transformatie van bedrijventerrein naar campus, zijn nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderwijs. Zo zal eind oktober de bouw van de Biotech-trainingsfaciliteit van start gaan. Het gebouw komt te staan tussen het Sylviusgebouw en TNO en wordt, gedwongen door de vorm van het kavel, driehoekig. De faciliteit zal vanaf medio 2015 voorzien in bedrijfsopleidingen waar mbo- en hbo-geschoold personeel wordt voorbereid op het productiewerk bij biotechnologiebedrijven. De Visser: “Nu is de inwerkprocedure een belasting voor de bedrijven. Er gaat veel tijd in zitten; de labs liggen stil omdat er dan tijdelijk ongekwalificeerde mensen rondlopen.” Daarnaast zal de faciliteit fungeren als een testplaats waar bedrijven nieuwe apparatuur kunnen testen. Wereldwijd zijn er maar vijf tot tien vergelijkbare faciliteiten, dus ook bedrijven uit het buitenland zijn geïnteresseerd.

Nieuw op het Bio Science Park is het Leiden Futurelab, een opleidingsinstituut voor ondernemende biomedische wetenschappers. Het is een initiatief van het Ministerie van VWS en het Leidse Topinstituut Pharma. De afgelopen twee weken vond in het pand van CHDR de eerste cursus plaats: Clinical Development & Clinical Trial Application. Later dit jaar volgt de tweedaagse cursus Intellectual Property in High Tech start-ups.

Venture capital

Bovenstaande ontwikkelingen en plannen zijn niet alleen goed voor de bedrijven op het Bio Science Park zelf. Ze dragen ook bij aan de internationale allure van het park. De Visser werkt aan een uniek Leids model dat vooral draait om de ontwikkeling van geneesmiddelen. “De wereld verandert. Grote bedrijven steken veel energie in de laatste fase van de ontwikkeling en de verkoop van geneesmiddelen. Ze zijn in toenemende mate op zoek naar goede, innovatieve producten”, vertelt De Visser. Maar de grootste uitdaging zit juist in de fase daarvoor. Voordat duidelijk is dat een geneesmiddel ook echt op de markt gebracht kan worden, doorloopt het een drietal klinische fasen waarvan vooral de derde bijzonder kostbaar is. Omdat maar een klein gedeelte van de geneesmiddelen die test doorstaat, is investeren in beginnende bedrijven vooral een kwestie van venture capital of durfkapitaal. Dit geld komt van financiers die vooral snel willen scoren en minder hebben met de lange ontwikkelingstijden van geneesmiddelen. Zo komt de kennisontwikkeling in het gedrang.

Kwaliteitsstempel

In het model dat De Visser voor ogen heeft, organiseert het Leiden Bio Science Park financiering van de ontwikkelingsfase op een andere manier dan door het aantrekken van venture capital. De Visser denkt aan een fonds dat bestaat uit een combinatie van publiek en privaat geld van investeerders uit binnen- en buitenland. Maar het helpt dat hij drie dagen per week bij ZonMw werkt. Deze organisatie stimuleert in opdracht van het Ministerie van VWS en NWO onderzoek in de gezondheidszorg en stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis.

Belangrijk in het model is dat de toekenning van geld niet langer wordt bepaald door bankiers, maar door inhoudelijke mensen die weten hoe wetenschap werkt. De Visser denkt aan wetenschappers en mensen van de bedrijven op het Bio Science Park. En dat model werkt beter als er sprake is van interne cohesie. Leiden Bio Science Park zou kunnen werken als een kwaliteitsstempel. Dat maakt het voor grote bedrijven interessant om geld te steken in het park. “Hier wil ik me sterk voor maken”, zegt De Visser.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen