22 januari, 2014

Wetenschap & Kennis

“Het uiterst negatieve resultaat van één medicijn mag niet tot gevolg hebben dat we een heel lichaamssysteem negeren.” Aan het woord is Linda Klumpers. Zij deed onderzoek naar nieuwe onderzoeksmethoden voor cannabis-achtige stoffen als mogelijk medicijn. Net als 300 andere onderzoekers promoveert zij dit jaar aan de Universiteit Leiden, en deze week is zij onze dr.Leiden.nu. Door: Marieke Epping.

Wat heb je precies onderzocht?

“Ik heb naar nieuwe methoden gezocht voor onderzoek naar cannabinoïden, stoffen die afkomstig zijn uit de cannabis-plant. De bekendste daarvan is THC, de stof die de effecten van wiet en/of hash veroorzaakt. Naast de cannabinoïden uit de plant, maakt je lichaam ook zelf dit soort stoffen aan en zijn er synthetisch gemaakte cannabinoïden. Al deze stoffen binden aan een specifiek molecuul in het lichaam, de cannabinoïd-receptor, en zetten door die binding een lichamelijke reactie in gang.”

“In mijn onderzoek heb ik verbeteringen voor het farmacologisch onderzoek naar deze groep stoffen gezocht, zodat beter onderzoek kan worden gedaan naar hun mogelijke medische toepassing. Zo hebben we gezonde vrijwilligers THC toegediend, vervolgens in een MRI-scanner plaats laten nemen en helemaal niets laten doen. Met deze ‘resting state functionele MRI’-methode kun je heel nauwkeurig en objectief het effect van de THC in de hersenen meten. Objectiever dan bijvoorbeeld met een vragenlijst.”

Wat zijn je belangrijkste resultaten?

“We hebben dus de ‘resting state functionele MRI’-methode ontwikkelt voor nauwkeurige effectmetingen. Ook vonden we dat cannabinoïden in een andere chemische vorm dan tot nu toe werd gebruikt, veel betere farmacologische effecten hadden. En we pleiten voor een nieuwe aanpak van het farmacologisch onderzoek naar deze stoffen: het ligt altijd heel genuanceerd, dus je moet heel goed naar het spectrum van effecten kijken voor je een conclusie over een middel kunt trekken. Hoe verhoudt het ene effect zich tot het andere? En wat doet de concentratie van het middel met de verschillende effecten?”

Waarom is die nieuwe aanpak nodig?

“Het onderzoek naar cannabinoïden ligt nu vrijwel stil, vergeleken met de hype tien jaar geleden. Dat komt omdat er in 2008 een cannabinoïde geneesmiddel van de markt is gehaald door het Europese Geneesmiddelen Agentschap (EMA). Dit middel, rimonabant, blokkeerde de cannabinoïd-receptor, om obesitas tegen te gaan. Het idee was: één van de effecten van THC is dat je de ‘munchies’ krijgt, oftewel hongeraanvallen. Dus als je de receptor blokkeert die deze reactie veroorzaakt, gaan mensen minder eten en verliezen ze gewicht. Dat bleek na tests ook zo te werken en rimonabant kwam op de markt. Helaas bleek rimonabant ook het geluksgevoel weg te nemen dat wordt geactiveerd door dezelfde receptor. Met als gevolg dat sommige gebruikers van het medicijn extreem depressief werden en zelfs zelfmoord pleegden. Toen is het van de markt gehaald en durfde geen enkele farmaceut zich nog te wagen aan onderzoek naar dit type cannabinoïden. Terwijl deze stoffen wel betrokken zijn bij belangrijke mechanismen in het lichaam: je spijsvertering, je geluksgevoelens… Het uiterst negatieve resultaat van dit ene medicijn mag niet tot gevolg hebben dat we een heel lichaamssysteem negeren.”

Tot slot: wat heb jij met Leiden?

“Ik wilde graag in Leiden gaan studeren, maar ik was helaas uitgeloot. Toen ben ik in Amsterdam gaan studeren. Vanuit mijn studie heb ik twee hele leuke stages in Leiden gedaan, op het Stedelijk Gymnasium en bij Naturalis. En ik heb er natuurlijk mijn promotieonderzoek gedaan. Ik heb geen sterke, maar wel een hele goede band met Leiden!”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen