26 november, 2013

Wetenschap & Kennis

Kinderen die in een instelling voor jeugdzorg geplaatst worden, lopen een hoger risico op kindermishandeling. Deze residentiële jeugdzorg moet daarom alleen als allerlaatste maatregel worden gebruikt. Dat is een van de conclusies uit het proefschrift van Saskia Euser. Net als ruim driehonderd andere onderzoekers dit jaar promoveert zij aan de Universiteit Leiden, en deze week is ze onze dr.Leiden.nu. Door Marieke Epping.

Wat heb je onderzocht?

”We hebben onderzocht hoe vaak kindermishandeling voorkwam in 2010. Daarbij hebben we een vergelijking gemaakt tussen kinderen in de algemene bevolking en kinderen in de jeugdzorg, dus kinderen die uit huis geplaatst zijn. In die laatste groep hebben we vervolgens onderscheid gemaakt tussen kinderen in een pleeggezin en kinderen in een residentiële instelling, en tussen reguliere jeugdzorg en de zorg voor kinderen met een lichte verstandelijke beperking. Door al die vergelijkingen te maken, kunnen we zien welke kinderen een hoger risico lopen om een vorm van mishandeling mee te maken.”

”De schatting van het aantal gevallen hebben we gebaseerd op informatie uit drie bronnen. We hebben kinderen in de jeugdzorg zelf ondervraagd met een enquête. Daarnaast hebben we zogenoemde informanten bevraagd: professionals die met kinderen werken, zoals personeel in de jeugdzorg, maar ook bijvoorbeeld leraren en huisartsen. En onze derde informatiebron was het aantal meldingen bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK’s).”

En wat bleek er uit al deze cijfers?

”Wat ons als eerste opviel, toen we de gegevens uit 2010 vergeleken met 2005, was dat het totale aantal gevallen van kindermishandeling niet was gedaald. Dat terwijl er in die vijf jaar veel meer aandacht is gekomen voor kindermishandeling: een ministerie voor Jeugd en Gezin en verschillende overheidscampagnes. We zagen wel een grote toename in het aantal meldingen bij het AMK, dus dat wijst er op dat mensen alerter op kindermishandeling zijn geworden. De bewustwording is vergroot, maar het aantal gevallen van kindermishandeling is nog niet omlaag gegaan.”

”Een tweede opvallende conclusie is dat kinderen in de residentiële jeugdzorg, dus in een 24-uursinstelling, een veel groter risico lopen op seksueel misbruik en fysieke mishandeling. Niet alleen vergeleken met de algemene bevolking, maar ook vergeleken met plaatsing in een pleeggezin. We hebben dan ook de aanbeveling gedaan om plaatsing in residentiële jeugdzorg enkel te gebruiken als ‘last resort’, als er echt niets anders mogelijk is, en alleen voor een therapeutische behandeling. Dat is het nut van het in kaart brengen van al deze cijfers: als we de risicofactoren bepalen, kunnen we vervolgens proberen deze te verminderen.”

Seksueel misbruik in een jeugdzorg-instelling?

”Ja, dat gebeurt veel door leeftijdgenoten. Dat was voor mij ook een schokkend moment, toen ik zag hoeveel daders leeftijdgenoten zijn. Dat een groot deel van de slachtoffers, in die residentiële instellingen, maar ook in pleeggezinnen, misbruikt wordt door kinderen van hun eigen leeftijd. Op dat moment komen de cijfers echt tot leven. En het benadrukte voor mij dat ik met een maatschappelijk relevant onderwerp bezig was. Dat  mijn onderzoek mogelijk kan bijdragen aan de vermindering van kindermishandeling.”

Tot slot: wat heb jij met Leiden?

”Tijdens mijn studie heb ik in Leiden gewoond, en in die tijd heb ik het er goed naar mijn zin gehad. Ik vond het vooral leuk dat Leiden de uitstraling heeft van een grote stad, maar toch klein is. Maar inmiddels heb ik Leiden toch weer verruild voor mijn geboorteplaats Woerden.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen