13 november, 2013

Wetenschap & Kennis

Ruim driehonderd onderzoekers ronden dit jaar hun promotie af aan de Universiteit Leiden. Wie zijn die kersverse Leidse doctors? En wat hebben wij aan hun onderzoek? Leiden.nu interviewt iedere week één promovendus. Deze week is Sander Janssen onze dr.Leiden.nu. Hij vindt dat de wet moet worden aangepast om problemen met kroongetuigen te voorkomen. Maandag 11 november verdedigde hij zijn proefschrift. Door: Francien Yntema

Waarom onderzoek naar kroongetuigen?

”De aanleiding voor dit onderzoek is het Passage-proces, een groot proces rondom een serie liquidaties in de Amsterdamse onderwereld. In dat proces verdedig ik hoofdverdachte Jesse R. en als kroongetuige treedt Peter La S. op. Tijdens het proces bij de rechtbank ben ik veel problemen tegengekomen rondom het gebruik van kroongetuigen en daar wilde ik me verder in verdiepen.”

Wat heb je onderzocht?

”Ik heb onderzocht of de manier waarop het Openbaar Ministerie omgaat met kroongetuigen past binnen het wettelijke kader. Het Openbaar Ministerie maakt afspraken met criminelen om andere criminelen op te sporen of te vervolgen. Daarmee begeeft het OM zich op een hellend vlak en de vraag is hoe ver het Openbaar Ministerie mag gaan. Mag je überhaupt boeven gebruiken om andere boeven te vangen? En mag je criminelen betalen om bij andere criminelen te infiltreren?”

Wat heb je ontdekt?

”Het Openbaar Ministerie begeeft zich met de toezeggingen die het aan kroongetuigen doet buiten de kaders van de wet. Volgens de wet mag je bijvoorbeeld niet met kroongetuigen onderhandelen over een beloning, maar dat gebeurt toch. Ook ontstaan er problemen doordat het Openbaar Ministerie in een zogenoemde getuigenbeschermingsovereenkomst allerlei zaken met een kroongetuige afspreekt die geheim blijven en dus niet worden gecontroleerd. Mijn conclusie is dat er meer duidelijkheid moet komen over de toezeggingen die het OM aan kroongetuigen mag doen. In mijn promotie doe ik ook voorstellen voor wetswijzigingen die problemen moeten voorkomen.”

Wat heeft de gemiddelde Leidenaar aan jouw onderzoek?

”Hopelijk weinig, want ik hoop dat de doorsnee inwoner van Leiden nooit kroongetuige zal zijn in een rechtszaak of als verdachte betrokken raakt bij een strafzaak met een kroongetuige. Als mijn onderdoek er inderdaad voor zorgt dat strafzaken met kroongetuigen soepeler verlopen en minder problemen opleveren, kan dat de belastingbetaler wel geld schelen. Ook is het voor de gemiddelde burger prettig en belangrijk dat het strafproces in ons land goed is geregeld.”

Tot slot, wat heb jij met Leiden?

”Niet zo veel meer. Ik heb in Leiden gestudeerd en er acht jaar gewoond, maar ik woon inmiddels al bijna tien jaar heel tevreden in Amsterdam. Om nu weer terug te zijn voor deze promotie is wel heel bijzonder.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen