30 oktober, 2013

Wetenschap & Kennis

Ruim driehonderd onderzoekers ronden dit jaar hun promotie af aan de Universiteit Leiden. Wie zijn die kersverse Leidse doctors? En wat hebben wij aan hun onderzoek? Leiden.nu interviewt iedere week één promovendus. Deze week is Nicole van Os onze Dr.Leiden.nu. Zij onderzocht vrouwenorganisaties in het Ottomaanse Rijk. Donderdag 31 oktober verdedigt zij haar proefschrift. Door: Francien Yntema

Waarom onderzoek naar vrouwenorganisaties in het Ottomaanse rijk?

”In een collegereeks over het Midden-Oosten die ik in 1983 volgde, kwam er in dertien weken geen enkele vrouw aan bod. Omdat ik indertijd geïnteresseerd was in vrouwenstudies, verbaasde mij dat. Ik vroeg mijn docent of ik in plaats van het tentamen een werkstuk mocht maken over vrouwen in het Ottomaanse Rijk. Dat was het begin, waarna ik dit onderwerp steeds verder heb uitgediept in mijn doctoraalstudie en promotie.”

Wat heb je precies onderzocht?

”Ik heb onderzocht welke rol vrouwenorganisaties speelden aan het eind van het Ottomaanse Rijk, tussen 1908 en 1918. In die periode woonden er in het Ottomaanse Rijk allerlei etnoreligieuze groepen zoals Grieken, Turken en Armeniërs. Het was voor de autoriteiten moeilijk om te voorkomen dat het rijk uiteenviel en om van al die groepen één geheel met één nationaliteit te smeden. Ik heb onderzocht hoe vrouwenorganisaties hebben bijgedragen aan het vormen van nationale en etnoreligieuze identiteiten en hoe feministisch die vrouwenorganisaties waren.”

Wat heb je ontdekt?

”De vrouwenorganisaties in het Ottomaanse Rijk waren nogal conservatief. Ze haalden de man-vrouwverhoudingen niet overhoop, maar verbeterden de positie van vrouwen heel subtiel. Vrouwen begonnen bijvoorbeeld naaiateliers zodat ze zelf geld verdienden en vrouwentijdschriften plaatsten kritische noten bij het uithuwelijken van vrouwen aan onbekende mannen. Begin twintigste eeuw waren dat de eerste stapjes op weg naar grote veranderingen. Vrouwen bleken ook de etnoreligieuze identiteit te verstevigen, want Grieken, Turken en Armeniërs hadden hun eigen vrouwenorganisaties.”

Wat was je grootste Eurekamoment?

”Ik was verrast door het grote aantal vrouwenorganisaties dat ik aantrof. In 1987 had ik een beurs van NWO gekregen om uit te vinden of mijn onderzoek levensvatbaar was. Het heersende idee was namelijk dat er geen informatie bestond over vrouwen in het Ottomaanse Rijk. Uiteindelijk heb ik toch meer dan 100 vrouwenorganisaties en tientallen vrouwentijdschriften ontdekt.”

Wat kunnen we met de kennis uit jouw onderzoek?

”Mijn proefschrift draagt bij aan de discussies over het Ottomaanse Rijk. De AKP, de partij van Erdoğan die in Turkije aan de macht is, verwijst bijvoorbeeld geregeld zeer ongenuanceerd naar het Ottomaanse Rijk. Het rijk wordt vaak neergezet als zeer stabiel en onveranderlijk, maar uit mijn onderzoek blijkt dat dat beeld niet klopt.”

Tot slot, wat heb je met Leiden?

”Als je iets met de geschiedenis van het late Ottomaanse Rijk wilt, moet je bij Erik-Jan Zürcher zijn. In zijn kielzog ben ik van Nijmegen via Istanbul naar Leiden getrokken. Zelf woon ik in Voorschoten, maar ik vind Leiden met alle terrasjes en kanalen een leuke, levendige stad.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen