01 november, 2013

Wetenschap & Kennis

Afgelopen maand werd het Amerikaanse ruimtevaartuig ‘Cygnus’ succesvol gelanceerd. De NASA-module is een onbemand ruimteschip dat voor de bevoorrading van het ISS moet zorgen. Eén van de belangrijkste onderdelen werd gemaakt door een bedrijf uit Leiden: Dutch Space. Hoe sleepte het bedrijf deze prestigieuze opdracht binnen en wat is het belang van de ruimtevaartsector voor onze economie?

Het is 18 september, iets voor elven ’s ochtends. Countdown. Raketmotoren bulderen. Vuur, immense hitte, en enorme krachten stuwen het ruimteschip omhoog. Vanaf het NASA-lanceerplatform op Wallops Island (Virginia, VS) stijgt een gloednieuwe Antares-raket op. In de neus van de raket zit een ‘Cygnus’: een flinke module met daarin bijna 700 kilo vracht. Bestemming: het International Space Station. Het ruimtestation wordt permanent bewoond door een handjevol astronauten dat wetenschappelijk onderzoek doet. André Kuipers, de Nederlandse ruimtevaarder, verkeerde er vorig jaar ruim een half jaar.

Na een paar minuten wordt de eerste trap afgestoten: de motor heeft al zijn brandstof verbruikt en keldert als een lege huls kilometers terug naar beneden. Tien minuten na de lancering zweeft de Cygnus in een baan rond de aarde en ontplooit de ruimtemodule zijn zonnepanelen die de energie leveren om te manoeuvreren in het ruimtevacuüm; 270 kilometer hoog en met een snelheid van ruim 28 duizend kilometer per uur. De capsule blijft een paar dagen zweven in deze baan voordat hij op 27 september wordt aangekoppeld aan het ISS. De astronauten pakken het ding deze en komende weken uit en vullen het vervolgens met afval. Dan wordt de Cygnus teruggestuurd naar moeder Aarde. Op zijn retourvlucht zal de capsule met vracht en al volledig verbranden in de dampkring.

Bijzonder? Het is maar hoe je het bekijkt. Ruimtevaart is spectaculair, maar eigenlijk ook heel normaal: er komen op gezette tijden vrachtcapsules naar het ISS om de astronauten te voorzien van kleding, voedsel en instrumenten. Wat deze missie voor Leidenaren wel heel speciaal maakt is dat één van de belangrijkste onderdelen van de Cygnus op het Leidse Bio Science Park is gemaakt: de zonnepanelen.

Knappe koppen en gouden handjes

11FKB18111medium“De Cygnusmissie, daar zijn we heel trots op. Het is niet gemakkelijk om door te dringen op de Amerikaanse hightech markt, maar het is ons hiermee toch gelukt”, vertelt Geert Mennenga van het ruimtevaartbedrijf Dutch Space enthousiast. Het bedrijf is gevestigd vlak achter Naturalis en bestaat uit twee gebouwen: een chiq kantoorgebouw en een grijs pand waarin de zogeheten cleanrooms zijn gehuisvest – stofvrije ruimtes die aan zeer strenge kwalificaties voldoen. “In dat saaie gebouw daar”, wijst Mennenga uit het raam, “wordt de flight hardware gemaakt die over enige tijd gelanceerd gaat worden.”

Het bedrijf telt ongeveer 240 werknemers, van wie zo’n 80 procent afgestudeerde hbo’ers of wo’ers. “De meesten zijn afkomstig van de TU Delft, maar we hebben ook internationale mensen. Het andere deel van de werknemers zijn mensen met ‘gouden handjes’: hooggekwalificeerde vakmensen van bijvoorbeeld de Leidse Instrumentenmakers School.” Dutch Space ontwikkelt onderdelen voor raketten en satellieten. In de productieruimte staat van alles: het kwalificatiemodel van de ERA (European Robotic Arm) dat volgend jaar aan het Russische deel van het ISS vastgekoppeld wordt en diverse onderdelen voor een meetinstrument dat binnenkort wordt gelanceerd. Achter een rood lint en een bord met het opschrift ‘keep distance, charged EXPLOSIVES’ staan onderdelen voor het meest recente Vega-raketprogramma.

Dutch Space geniet bovenal wereldwijde faam door de kwaliteit van de zonnepanelen. Telecommunicatiesatellieten, navigatiesatellieten en vrachtschepen – zoals de Cygnus – worden uitgerust met panelen uit Leiden. Mennenga laat een deel van zo’n paneel zien. “Licht hè, en voel eens wat een stijfheid.” Hij vervolgt even later in zijn kantoor: “Wij zijn in staat om zonnepanelen te leveren die voldoen aan alle eisen die voor elke missie speciaal gesteld worden. Het beheersen van al die parameters, dat is onze echte knowhow.”

Je zult maar met een wrak aan het ISS zitten, of erger. Dat is drama.

Elke missie heeft specifieke eisen waar de onderdelen aan moeten voldoen. De levensduur; gaat het ruimtevaartuig 1 of 15 jaar mee? Komt het terecht in een lage, of een hoge – geostationaire – baan om de aarde? En natuurlijk: hoeveel vermogen moeten de panelen leveren? Voor een wetenschappelijke missie naar Mercurius gelden bijvoorbeeld strenge eisen voor de temperatuur. Die planeet bevindt zich dicht bij de zon, de temperaturen kunnen oplopen tot 300 graden Celsius. Bemande missies kennen nog eens extra hoge eisen voor de betrouwbaarheid van de onderdelen. Ook de zonnepanelen op de Cygnus moesten aan aanvullende eisen voldoen. “Je kunt je natuurlijk geen ongelukken permitteren. Je zult maar met een wrak aan het ISS zitten, of erger. Dat is drama.”

Moordende concurrentie

11FKB18421mediumDutch Space mocht voor diverse missies al zonnepanelen ontwerpen en maken. Cygnus was voor een Amerikaanse afnemer; meestal is de klant Europees: ESA (European Space Agency) of een commerciële satellietbouwer. Een groot project waar Dutch Space de zonnepanelen voor mag leveren is Galileo, de Europese variant op de GPS-satellieten van de VS. Er worden 30 satellieten gebouwd, en daarvoor moesten Amerikaanse concurrenten afgetroefd worden. “We hebben nu al een contract voor tweederde van het aantal satellieten, maar ik ben ervan overtuigd dat we de rest ook zullen winnen.”

We hebben nu al een contract voor tweederde van het aantal satellieten, maar ik ben ervan overtuigd dat we de rest ook zullen winnen.

Hoe gaat dit concurrentieproces in zijn werk? Over het algemeen is het zo dat ESA een request for quotation uitschrijft, waar partijen uit de lidstaten van de Europese ruimtevaartorganisatie zich voor kunnen inschrijven. Organisaties pitchen hun voorstel door middel van een offerte, en alleen de beste offertes worden geselecteerd. Pas daarna wordt er naar de prijs gekeken. “ESA is een zeer veeleisende klant die ons op het scherp van de snede houdt. Het is een sterk concurrentieproces, heel streng. Opdrachtgevers kijken per onderdeel welk bedrijf de opdracht krijgt. Voor de zonnepanelen komen de Europese hoofdaannemers vaak bij ons uit.”

Goed voor de economie

Mennenga spreekt erg nuchter over zijn bedrijf. Klanten zijn klanten en opdrachten zijn opdrachten, net als bij ieder ander bedrijf. Dat hun producten aan de hoogste eisen voldoen, met raketten de lucht in gestuurd worden, duizelingwekkende snelheden bereiken en gewichtloos in de ruimte hangen, is voor hem de normaalste zaak van de wereld. De avontuurlijke, jongensachtige aantrekkingskracht van de ruimtevaart heeft plaatsgemaakt voor serieuze belangen.

Erik Laan, ruimtevaartdeskundige en eigenaar van ruimtevaartconsultbedrijf Eye On Orbit, duidt de economische en maatschappelijke betekenis van Dutch Space en het succes van dat bedrijf voor de regio: “Dutch Space is de belangrijkste Nederlandse industrie binnen de European Space Agency. Dat ze nu ook zonnepanelen maken voor een echte commerciële opdracht, zoals de recente Cygnusmissie, is eigenlijk waar het om zou moeten draaien in de Nederlandse ruimtevaart. Dit is echte export, zelfs buiten Europa.”

Als je kijkt naar de Nederlandse cijfers, dan zie je dat er op zijn minst een factor vijf zit tussen de ESA-contributie en de inkomsten die terugvloeien naar Nederland.

De European Space Agency is een organisatie met lidstaten die allemaal contributie afdragen – een vast percentage van het BNP. De Nederlandse contributie is vastgesteld op zo’n 90 miljoen per jaar, en de overheid voldoet net aan die verplichting. Laan vindt dit veel te weinig: “Landen om ons heen, zoals België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, kijken met verbazing naar de Nederlandse uitgaven aan de ESA, en ook zie je onderdelen uit de regio verdwijnen naar deze landen.” Mennenga is het hier roerend mee eens, maar ziet een positieve ontwikkeling: “In het regeerakkoord van Rutte I stond dat de contributie gereduceerd zou worden. De denkfout was dat men dacht dat het om een subsidie ging. Dat is niet waar, het is een verplichte bijdrage. Gelukkig is dat nu veranderd: in de miljoenennota van dit jaar staat zelfs dat ruimtevaart speciale aandacht krijgt.”

ATV Johannes Kepler was launched to orbit on 16 February 2011 and it docked with the International Space Station eight days laterDat ruimtevaart goed is voor de economie, staat voor Dutch Space als een paal boven water. Een belangrijke regionale factor in het economische verhaal is het European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk: het technologische hart van de ESA. Mennenga: “Als je kijkt naar de Nederlandse cijfers, dan zie je dat er op zijn minst een factor vijf zit tussen de ESA-contributie en de inkomsten die terugvloeien naar Nederland. Er gaat een kleine honderd miljoen in, en er komen enkele honderden miljoenen weer terug. Andere landen, zoals Engeland, zijn de afgelopen jaren om die reden juist meer gaan investeren!”

Initiatief van Lenferink

Ruimtevaart is onlangs aangewezen als een van de speerpunten van het regionale politieke beleid. Mennenga: “Het andere, ja, dat zullen de kassen wel zijn.” Het geeft aan dat het tij langzaam keert: er is steeds meer aandacht voor de ruimtevaartindustrie. Erik Laan voegt daaraan toe: “Onlangs is het Holland Space Cluster opgericht, hopelijk gaat dat het tij keren!” Mennenga bevestigt het belang van dit project, dat op initiatief van burgemeester Henri Lenferink is opgericht. Het initiatief is bedoeld om de krachten van de overheid, bedrijven en kenniscentra op het gebied van ruimtevaart te bundelen. Mennenga ziet de toekomst voor de ruimtevaartindustrie in Leiden en de regio rooskleurig in: “Als je de ruimtevaart koestert, dan koester je ook de knowhow, en de kennis om gebruik te maken van de mogelijkheden die de industrie biedt. Het is goed om die in de buurt te hebben en ik verwacht dat er de komende jaren groei in zit!”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen