22 juni, 2013

Wetenschap & Kennis

Het Britse dagblad The Times publiceerde vorige maand een lijst met de vijftig beste (niet kunst-) musea ter wereld. De lijst bevat maar één Nederlands museum: Museum Boerhaave. Dat terwijl nog niet zo lang geleden een spectaculaire reddingsoperatie het museum van de ondergang moest redden. Een operatie die achteraf gezien gunstig uitpakte, erkent directeur Dirk van Delft.

Museum Boerhaave dankt de plaatsing in de ranglijst aan de kwaliteit van de collectie. ‘This is one of the most important scientific and medical history collections in the world,’ schrijft The Times. Genoemd worden het planetarium en de telescoop van Christiaan Huygens, het anatomisch theater en de anatomische preparaten en medische instrumenten van de gebroeders Albinus. Geen woord over een aantrekkelijke presentatie.

'Toen ik hier zes jaar geleden als directeur begon, trof ik een in zichzelf gekeerde toestand aan.'

Dat Museum Boerhaave tot de beste musea ter wereld wordt gerekend, zal voor veel Nederlanders en zelfs Leidenaren als een verrassing komen. Het museum is relatief onbekend. Dat komt deels doordat het ligt verscholen tussen de Haarlemmerstraat en de Oude Vest. Je vindt het alleen als je ernaar op zoek bent. Maar de onbekendheid is ook te wijten aan de houding die het museum lange tijd heeft gehad. Directeur Dirk van Delft: ‘‘Toen ik hier zes jaar geleden als directeur begon, trof ik een in zichzelf gekeerde toestand aan. Er werd nauwelijks nagedacht over de presentatie van de collectie aan de maatschappij.’’ En zo kon het museum lang het best bewaarde geheim van de stad blijven.

Cultureel ondernemen

Aan dat soort toestanden wilde minister Ronald Plasterk (PvdA, OCW) destijds een einde maken. Musea moesten zelf geld gaan verdienen om voor subsidie in aanmerking te komen. Dit zou meer ondernemerschap in de culturele sector brengen en daarmee het maatschappelijk draagvlak vergroten. Aan zelf geld verdienen deed Museum Boerhaave nog nauwelijks. Van Delft vertelt: ‘‘We verdienden nog geen drie procent eigen inkomsten. Die inkomsten kwamen van de kaartverkoop en de gevulde koek in het restaurant. Een museumwinkel was er niet.’’

Van Delft ging aan de slag met de plannen. ‘‘We hadden afgesproken met Plasterk dat we elke euro subsidie zouden aanvullen met 17,5 eurocent externe financiering. We kregen de tijd tot eind 2012.’’ Het museum werd meer marktgericht, Van Delft een ondernemer. Tentoonstellingen werden aantrekkelijker, samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven werden aangegaan, het museum kreeg een winkel en bezoekersaantallen stegen.

Museum Boerhaave leek de doelstelling te gaan halen. De verwachting was dat in 2012 het vereiste niveau van 17,5 procent eigen inkomsten kon worden gerealiseerd. Een visitatiecommissie concludeerde in 2011 dat het museum ‘goed tot excellent’ functioneerde en dat het ‘een verbazingwekkende metamorfose had ondergaan op het vlak van collectiebeheer, publieksbereik, fondsenwerving en management.’

Nekslag

Inmiddels was kabinet Rutte 1 aangetreden. Van Delft merkte dat met de intrede van de PVV het klimaat ‘verzuurde en verguurde’. Onder het motto ‘Geen kaasschaaf maar scherpe keuzes’ stelde Staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD, Cultuur) voor dat de afgesproken 17,5 procent met terugwerkende kracht al in 2010 was ingegaan. Dat was een indirecte nekslag. Indirect omdat het om een gemiddelde van twee jaar zou gaan. Voor Van Delft betekende het dat hij een half jaar had om het tekort van 2010 en begin 2011 op te vullen. Dat kwam neer op zeven ton. Den Haag ging er al van uit dat hij dat niet zou halen. ‘‘Het ministerie had de bezuiniging, die de stopzetting van de subsidie aan Museum Boerhaave zou opleveren, al ingeboekt’’, vertelt Van Delft.

‘Het ministerie had de bezuiniging, die de stopzetting van de subsidie aan Museum Boerhaave zou opleveren, al ingeboekt’

De plannen van Zijlstra ontlokten veel verontwaardigde reacties. Het ministerie ontving van over de hele wereld brieven waarin het belang van Museum Boerhaave werd onderstreept. De Volkskrant publiceerde een steunbetuiging van Nobelprijswinnaars Martinus Veltman en Gerard ’t Hooft. ‘Wij achten sluiting van Museum Boerhaave een daad van grote kortzichtigheid,’ schreven zij. Niets hielp, ook de politieke lobby niet. ‘‘De PVV blokkeerde de boel. Men wilde de coalitie niet onder druk zetten over dit akkefietje’’, stelt Van Delft.

Strijdvaardig

Zijlstra’s plan werd op 10 juni goedgekeurd. Van Delft besloot zich niet te laten wegzetten. Hij vertelt: ‘‘We hebben vanaf het begin besloten om onszelf niet zielig te vinden, maar het als een uitdaging te zien.’’ Direct na de bekendmaking stuurde het museum een strijdvaardig persbericht de deur uit. ‘‘Dezelfde middag dat Zijlstra zijn zin kreeg, ontving ik een telefoontje van ene mevrouw D. Ze wilde ons steunen en schonk ons een ton. Dat was een goed begin.’’

In de maanden daarna zette het museum alles op alles om het geld bij elkaar te krijgen. De actie Adopteer een object bracht ruim een ton op. Voor de tentoonstelling Schateiland werd bij diverse sponsoren ruim twee ton opgehaald. Ook voor andere tentoonstellingen werd externe financiering aangetrokken (waaronder Geletterd en Geleerd met uitgeverij Brill als sponsor).

Het laatste geld werd opgehaald tijdens een diner in de Pieterskerk. Bedrijven en particulieren konden een plek aan tafel kopen, er waren een loterij en een veiling onder leiding van veilingmeester Alexander Pechtold. Van Delft zegt: ‘‘Aan het eind van de avond kon ik zeggen dat we er waren. Op 31 december, de verjaardag van Herman Boerhaave, vierden we het met een bubbelbrunch. De kurken knalden.’’ Uiteindelijk leverde de campagne Red Museum Boerhaave een miljoen euro op.

Nieuwe visie

Achteraf gezien is het plan van Zijlstra nuttig geweest voor het museum. ‘‘Alle clichés zijn waar’’, stelt Van Delft. ‘‘Een schop onder je achterste krijgen, van de nood een deugd maken en never waste a good crisis. De verandering die we al hadden ingezet, heeft een boost gekregen.’’ Het heeft geleid tot een nieuwe visie die doordrongen is van cultureel ondernemerschap.

'Alle clichés zijn waar.'

In deze visie is samenwerking een sleutelwoord. Zo is Energy Future een samenwerkingsverband met onder andere Shell (bekend van de foto-expositie op het Stationsplein en de speurtocht met de fruitklok in het museum) en zal eind dit jaar met Philips een tentoonstelling worden gewijd aan het honderdjarig bestaan van de researchafdeling van het bedrijf. Beide projecten kwamen voort uit de reddingsoperatie. Ook is in het museum een ruimte ingericht die verhuurd kan worden. ‘‘Gisteren zat de zaal nog vol voor een lezing over de Antikythera, een analoge computer uit de Griekse Oudheid’’, vertelt Van Delft trots.

Het museum gaat ook op pad met delen van de collectie. Zo stond in de lobby van het Palace Hotel in Noordwijk de tentoonstelling Boerhaave aan Zee. Hetzelfde moet gaan gebeuren in het St Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein en het Trippenhuis van de KNAW. Daarnaast is er sprake van toenemende samenwerking met het Amsterdamse wetenschapsmuseum Nemo.

Op de schop

Ook de vaste tentoonstelling gaat op de schop. Van Delft: ‘‘De huidige tentoonstelling is chronologisch. De meeste mensen trekken dat niet. Ze vallen om als ze bij 1823 zijn aanbeland.’’ De nieuwe opstelling zal uit thematische blokken bestaan met thema’s als Gouden Eeuw, Geneeskunde en Moderne Wetenschap. Hiermee moet een breder publiek bediend worden. Op de binnenplaats wordt in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Rijnland een watertuin aangelegd. Dit wordt een soort miniatuurpolder en waterspeeltuin in een. En ook het anatomisch theater zal een metamorfose ondergaan. Op de tafel komt een lijk (een pop) te liggen waarop met videomapping de visie op het menselijk lichaam door de eeuwen heen levensecht wordt afgebeeld.

'De gure wind is gewoon weg, dat kun je onmiddellijk voelen.'

Het museum is klaar voor de toekomst. ‘‘We hebben de Rijksbijdrage voor de periode van 2013 tot en met 2016 binnen en het binnenhalen van voldoende eigen inkomsten is voor ons een non-issue. Die norm halen we zonder kunst en vliegwerk’’, zegt Van Delft. Ook is hij blij met minister Jet Bussemaker (PvdA, OCW). ‘‘Bussemaker heeft een heel andere insteek. Ze ziet het educatief belang van musea in. De gure wind is gewoon weg, dat kun je onmiddellijk voelen.’’

Museum Boerhaave heeft niet alleen een topcollectie, maar wordt ook steeds publieksvriendelijker. Maar hoe krijg je dat publiek in het museum? Van Delft denkt aan een aandachtstrekker in de Haarlemmerstraat. Ook ziet hij heil in de plannen van de gemeente om het cultuurkwartier meer op de kaart te zetten. En de parkeergarage bij Molen de Valk moet de bereikbaarheid vergroten. Het museum trekt overigens relatief weinig internationale bezoekers. Van Delft stelt: ‘‘Dat is een probleem van Leiden als stad. Leiden Marketing kan de stad veel meer in het buitenland promoten. Daar is veel te winnen.’’

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen