05 juni, 2013

Wetenschap & Kennis

Biotechnologie vermag veel. Vlees uit een petrischaaltje, glow in the dark dieren, niets is te gek. Maar mag het ook allemaal? Over die vraag willen studenten kunstgeschiedenis van de universiteit Leiden ons laten nadenken. Een maand lang wordt in Raamsteeg 2 het onderwerp kweekkleding aan de kaak gesteld met discussies, lezingen en de tentoonstelling: ‘Living Couture or: How I learned to stop worrying and love biotechnology’.

rariteitenkabinet

De minitentoonstelling van Jos van den Broek

De tentoonstelling Living Couture gaat op zoek naar de grenzen van wat kan en mag en dat is dan ook wat bijzonder hoogleraar biomedische wetenschapscommunicatie Jos van den Broek doet. Gestoken in groen overhemd en een das met een kleurige DNA-streng erop, zoekt hij de grenzen van zijn publiek op. Hij staat achter een tafeltje met zijn eigen minitentoonstelling en pakt een potje met ongedefinieerde, roze inhoud. ‘‘Dit is kwarteltjeszeep’’, zegt hij. Achter hem op de muur wordt het productieproces geprojecteerd. Iets met een blender en resomeren. ‘‘Het kan, maar mag het ook?’’

Door het verhaal van Van den Broek verandert zijn minitentoonstelling in een luguber rariteitenkabinet met een stuk zeep dat van de resten van zijn oma is gemaakt, een fluorescerend padje, leer van opgekweekte cellen van een melanoom, katoen dat blauw aan de struiken groeit en zijderupsen die paarse zijde spinnen. ‘‘U bent getuige van heel veel primeurs’’, aldus Van den Broek. Of het echt is, laat hij in het midden, maar het verhaal maakt verontwaardigd geroezemoes los in het publiek.

En daar gaat het volgens studente kunstgeschiedenis en medeorganisator Eva Goth in de tentoonstelling om. Of het wel mag. ‘‘Er gebeurt heel veel in het lab, zonder dat je er weet van hebt’’, vertelt ze. ‘‘We willen met kunst op zoek naar de grenzen van wat mag. Wat kan, weet ik niet precies. Ik ben geen wetenschapper.’’ Maar waarom de keuze voor mode als je biotechnologie wilt hebben? ‘‘Mode staat dicht bij mensen. Het is iets waar we dagelijks mee te maken hebben. Mode is heel groot in deze maatschappij.’’

Onbekend maakt onbemind. Want zodra je het hebt over genetische modificatie, dan boor je een bron van angsten en ethische bezwaren aan. Is het wel veilig? Hebben wij het recht om te knoeien met het leven? Tegenstanders hebben het dan ook liever over genetische manipulatie en halen (geheel onterecht) de beruchte muis met het menselijk oor op zijn rug en andere gedrochten en doemscenario’s van de plank.

Werk van Ylse Wittebol

Werk van Ylse Wittebol

En daar komt de kunst om de hoek kijken. Dit keer niet met gemanipuleerde foto’s om te wijzen op de gevaren. Maar met werken die je uitdagen om zelf na te denken over wat je vindt kunnen en wat niet. Hiervoor heeft de organisatie zeven beginnende kunstenaars in de arm genomen die allemaal hun eigen interpretatie aan het onderwerp hebben gegeven. Zo geeft Bodil Schemerhorn een wel heel letterlijke interpretatie van kleding als tweede huid, maakt Nathaly Vlaun kleding van gelatine (afkomstig van dierlijke bijproducten) en bedrukt Duygu Ölcek jurken met kankercellenprints.

Het duurt nog wel even voordat kweekkleding in het straatbeeld verschijnt. De kledingstoffen van de Britse ontwerpster Suzanne Lee worden gemaakt door bacteriën in een badkuip gevuld met groene thee met suiker. Echt lang gaan de stoffen nog niet mee. Ze ontbinden terwijl je ze draagt. Het vereist dus nog heel wat genetische modificatie voordat de eerste kweekkleding bij de H&M hangt.

De voordelen van genetische manipulatie in de kledingindustrie zijn evident. Voor in het lab gekweekte kleding hoeft geen dier te worden afgemaakt en katoen die blauw aan de struik groeit, heeft geen vervuilende verfbaden meer nodig. Met de beelden van de ingestorte Bengaalse fabrieken nog op het netvlies gebrand, is het misschien eens tijd om na te denken over de oorsprong van onze kleding.

 

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen