11 december, 2013

Wetenschap & Kennis

Dat er een kamertekort in Leiden is, mag geen nieuws heten. Maar hoe ziet de kamernood er in de praktijk uit? Leiden.nu vroeg het aan drie kamerzoekers.

Een tekort aan studentenwoningen is in Leiden al jaren een groot probleem. Volgens de Landelijke Studentenvakbond had Leiden in 2012 3.650 kamers te weinig. Daarmee stond Leiden na Amsterdam (9.000) en Utrecht (6.700) op een derde plek. Dit jaar trokken de Universiteit Leiden en de Hogeschol Leiden meer eerstejaars dan vorig jaar. Omdat er voorlopig nog niet bijgebouwd wordt, leidt dat tot een toename van de tekorten. Leiden.nu ging op zoek naar de verhalen achter de cijfers. Want wat betekent het als je als student geen kamer kunt vinden? Sjoerd van Stralen, Anne Duker en Ilse Tanis zijn hard op zoek naar een kamer in Leiden, ieder met een eigen motief.

Sjoerd wil aan zijn studentenleven beginnen

camper sjoerdEen overvolle kamer aan de Langebrug is wat Sjoerd aantreft als hij binnenkomt om te hospiteren. Het is zijn zevende keer, en dit soort hoeveelheden heeft hij wel vaker aangetroffen. “Je kansen worden er niet bepaald groter op.” Sjoerd is 19 jaar en is in september begonnen met het eerste jaar van zijn studie rechten. Zoals zo vele andere nieuwe studenten verwacht hij veel van zijn studententijd in Leiden en om er het beste uit te kunnen halen heeft hij zich ingeschreven bij studentenverenigingen Augustinus en Njord. Een studentenleven begint pas echt op kamers en dus is ook hij druk op zoek naar een leuk huis. Sjoerd heeft nog een andere belangrijke reden om op zoek te zijn naar een studentenhuis: zijn ouderlijk huis staat in Friesland. “Mijn ouders wonen in Akkrum, dat is tweeënhalf uur reizen, waardoor ik nooit op tijd bij colleges zou kunnen zijn.”

Sjoerd is met de start van zijn studie direct aan het hospiteren geslagen, maar zeven hospiteeravonden verder heeft hij nog steeds niet een vaste stek gevonden. Omdat thuis blijven wonen door de enorme reisafstand geen optie is heeft hij een tussenoplossing gezocht. Totdat hij een echt studentenonderkomen heeft gevonden, overnacht hij in een camper op camping Stochemhoeve aan het Rijn-Schiekanaal. En hij is niet de enige, op dezelfde camping kent hij nog een student die bij gebrek aan beter zijn heil heeft gezocht in een huis op wielen.

Carvan sjoerdDe camper zorgt ervoor dat Sjoerd zijn colleges kan bijwonen en dat hij zijn lange reisafstand ontwijkt, maar ideaal is het niet. “Ik sta nu vier weken met die camper. De eerste week heb ik nog met vrienden gezeten, maar nu ben ik dus al drie weken in mijn eentje, en dat is wel heel erg alleen.”

Behalve dat hij op zoek is naar een gezellig huis waar hij samen met huisgenoten kan eten, heeft hij niet echt hoge eisen. “Ik let alleen op de prijs, niet op de grootte van de kamer, ik probeer onder de 300,- euro te blijven.” Hoge eisen kan hij ook niet echt meer stellen. Binnenkort moet hij de camping verlaten en is hij zijn tussenoplossing ook kwijt. Maar het wordt ook wel tijd, vindt Sjoerd. “Ik wil nu eigenlijk wel eens echt met mijn studententijd beginnen.”

Ook deze avond vindt Sjoerd niet zijn nieuwe onderkomen. Hij kijkt uit naar de volgende hospiteermogelijkheid.

Anne wil het huis uit

anne op de fietsDe stad Leiden is Anne niet onbekend: haar hele leven lang woont ze er al. Nu is ze 21 en woont ze nog bij haar moeder in de Merenwijk. Ze studeerde media en cultuur in Amsterdam en hoewel ze wel om zich heen keek in Amsterdam kwam het idee om een kamer te zoeken in haar eigen stad nooit in haar op. Tot ze een tijd in het buitenland ging studeren en daar voor het eerst op zichzelf was. “Toen ik terugkwam besloot ik dat het echt tijd was om op mezelf te gaan wonen.”

Omdat ze vanaf dit jaar niet meer in Amsterdam, maar in Leiden studeert gaat ze in juni in Leiden op zoek naar een plekje voor zichzelf, en maanden verder heeft ze nog steeds geen kamer kunnen vinden. “Ik heb letterlijk op wel honderden advertenties gereageerd, maar vaak krijg ik dan een mail terug waarin ze me vertellen dat ze meer dan 200 reacties hebben gekregen en dat ik helaas niet door de selectie heen ben gekomen.” Ze is in totaal minder dan tien keer uitgenodigd om echt te komen kijken. Dat ze niet zo snel iets kan vinden komt ook wel omdat ze kritisch is over de kamer waar ze uiteindelijk wil gaan wonen. Toch denkt ze dat een kamer nu wel heel fijn zou zijn. “Ik woon mijn hele leven lang al buiten het centrum van Leiden, ik wil nu wel echt iets vinden in het centrum.” Want hoewel ze in Leiden woont merkt ze dat ze minder kan deelnemen aan het studentenleven dan mensen die in het centrum wonen. “Als ze me dan bellen om nog even iets in de stad te gaan drinken is de stap om nog op de fiets te stappen vaak net iets te groot.” Wel merkt ze dat ze door het lange wachten steeds minder kritisch wordt wat betreft de staat van de kamer. “In het begin vond ik het heel belangrijk dat ik een goed gevoel had bij de kamer, ik merk wel dat ik nu vaak denk: Ach het is niet perfect, maar ik neem hem wel als ik hem krijg.” Ze zoekt voornamelijk op sites als kamernet.nl en pararius.nl. Een huis vinden via SLS is er niet bij voor haar. “SLS is voornamelijk gericht op eerstejaars die van ver komen, die krijgen allemaal voorrang.” Hoewel ze dit wel begrijpt is dat ook frustrerend. “Ik ben gewoon inwoner van Leiden en wat is er dan voor mij geregeld? Ik val overal buiten.”

AnniesHet lange wachten op een kamer begint haar nu wel op te breken. “Ik ben nu wel echt verzadigd. Ik heb een periode gehad waarin ik iedere dag het internet afspeurde naar kamers, dat trek ik nu echt niet meer. Ik denk wel eens: misschien moet ik maar even wachten tot de nieuwe stroom studenten klaar is met zoeken en dan met een nieuwe golf meegaan.” Ze probeert nu vooral aan zoveel mogelijk mensen te laten weten dat ze zoekende is. “Want ik blijf sowieso doorzoeken, al heb ik niet het idee dat ik snel iets ga vinden. Ik ga me er gewoon niet bij neerleggen.”

Het nomadenbestaan van Ilse

Ilse is een 18-jarige eerstejaars student rechten uit Ouddorp, een plaatsje dat dan in dezelfde provincie ligt als Leiden maar toch een verraderlijk eind weg is. Als Ilse vertrekt bij haar ouders moet ze eerst met de bus en daarna met de trein, de reis duurt tweeënhalf uur. Omdat ze zo niet op tijd in Leiden kan zijn heeft ze meerdere oplossingen: “Ik slaap vaak bij vriendinnen van vroeger die al in Leiden en Delft wonen en vanaf mijn zus in Vlissingen is het met de trein ook nog wel te doen. Op dit moment ben ik bij een vriendinnetje van mijn studie die een grote kamer heeft op de Vestestraat en die het eigenlijk heel gezellig vindt dat ik blijf logeren. Ik heb best veel van mijn eigen spullen hier maar het is echt maar tijdelijk hoor!” Huur betaalt Ilse op dit moment dus niet, maar soms haalt zij de boodschappen om toch iets terug te kunnen doen.

OV chipkaart

Op de logeeradressen verblijft ze doordeweeks en in het weekend gaat ze naar haar ouders. Ook Ilse is dus hard op zoek naar een kamer. “Ik heb tot nu toe zo’n 25 keer gehospiteerd vanaf begin mei en mijn standaarden zijn behoorlijk naar beneden gegaan. Aan de reistijdvoorrang van de SLS heb ik niet zo veel, bijna iedereen valt wel in die categorie lijkt het.” Ook helpt de plaatsingsregeling van de SLS haar niet. “Er zijn zoveel mensen die op die wachtlijsten staan, echt honderden.” Om via een andere weg een huis te vinden probeert Ilse zoveel mogelijk bronnen te benaderen. “Van de week heb ik gekeken naar anti-kraakwoningen, want via een makelaar lijkt mij ook niets, dat is vaak heel duur en je zit voor een bepaalde tijd vast aan een contract.” Voor iemand die zo veel moeite moet doen om een universitaire opleiding te kunnen volgen is deze zoektocht heel frustrerend. “Het is gewoon irritant”, aldus Ilse.

Deze verhalen schetsen slechts de ervaringen van drie studenten die op zoek zijn naar een kamer. Met hen zijn er nog duizenden die de zoektocht voortzetten. Misschien zijn Sjoerd, Anne en Ilse binnenkort ook inwoners van de binnenstad van Leiden. Eén ding is zeker: opgeven doen zij niet!

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen