20 juli, 2013

Wetenschap & Kennis

Op 28 juni debuteerde het Leidse biotechnologiebedrijf Prosensa op de Nasdaq. Daarmee is Prosensa het eerste Europese biotechnologiebedrijf in tien jaar dat een notering aan deze Amerikaanse technologiebeurs krijgt. De beursgang leverde ruim 80 miljoen dollar op. En dat terwijl er voorlopig nog geen euro winst wordt gemaakt. Reconstructie van een succesverhaal op het Bio Science Park.

Na een beursgang als die van Prosensa verbaast de vestiging van het bedrijf. Geen imposant gebouw met een groot logo op de gevel, maar drie verdiepingen in het bedrijfsverzamelgebouw Bio Partner Accelerator aan de J.H. Oortweg. Twee jaar geleden huisde het bedrijf nog in het gebouw van Bio Partner Incubator, een broedkamer voor piepjonge, startende biotechnologiebedrijfjes (veelal spin-offs van het LUMC en de Universiteit Leiden) aan de overkant van de straat. Het kan hard gaan op het Bio Science Park.

Zeldzame aandoeningen

In een kantoor dat uitkijkt op de sportvelden van het Universitair Sportcentrum en daarachter de bouwput van de nieuwe Bèta Campus, vertelt CEO Hans Schikan vol trots over zijn bedrijf. ‘‘Ons hele bedrijf is doortrokken van de wil to make a difference. We hebben 90 gepassioneerde werknemers die allemaal in die visie meegaan. Dat is heel wat anders dan wanneer je aan medicijnen voor bijvoorbeeld hoge bloeddruk werkt’’, zegt Schikan. Prosensa richt zich namelijk op de ontwikkeling van genetische therapieën voor zeldzame, nog onbehandelbare aandoeningen als de ziekte van Duchenne, myotone dystrofie en de ziekte van Huntington. Iets waar de meeste grote farmaceutische bedrijven zich niet aan wagen. De afzetmarkt van medicijnen voor veelvoorkomende ziekten is namelijk veel groter.

Prosensa zag het licht in 2002. Aan de wieg staan een paar wetenschappelijke zwaargewichten. Het bedrijf werd opgericht door Gerard Platenburg van Pharming, de hoogleraar biotechnologie Herman de Boer die tevens oprichter en bestuursvoorzitter van Pharming was en hoogleraar organische chemie Jacques van Boom. Herman de Boer wordt gezien als geestelijk vader van de biotechnologie in Nederland en is beroemd van de eerste genetisch gemodificeerde stier van Nederland, stier Herman. De in 2004 overleden Jacques van Boom was een zeer invloedrijke chemicus. Prosensa’s therapie vloeit voort uit zijn onderzoek.

Een jaar na de oprichting verwierf Prosensa de rechten van het LUMC op de toepassing van een potentieel geneesmiddel tegen de ziekte van Duchenne. Dit is een zeldzame spierziekte die een op de 3.500 jongens heeft. ‘‘Het verloop van de ziekte is vreselijk progressief’’, vertelt Schikan. ‘‘Ouders merken eerst dat hun zoon niet zo snel loopt als zijn leeftijdsgenoten. Ze gaan naar de huisarts en die weet vaak niet wat er aan de hand is. Voordat een specialist wordt geraadpleegd en een genetische test wordt gedaan, is vaak al een broertje geboren dat dezelfde aandoening heeft. Op zijn twaalfde belandt de jongen in een rolstoel. Weinig jongens worden ouder dan 30 jaar.’’ Medicijnen tegen de ziekte van Duchenne zijn nog niet op de markt. Alleen palliatieve medicijnen die het lijden verlichten.

Exon skipping therapy

De medicijnen die Prosensa ontwikkelt worden exon skipping therapy genoemd en richten zich op het RNA. RNA speelt de rol van boodschapper in de vertaling van de genetische informatie op het DNA naar eiwitten. In het geval van de ziekte van Duchenne betreft het een gen op het X-chromosoom dat codeert voor het eiwit dystrofine. Dit eiwit werkt als een soort schokdemper in de spieren. Door een defect op het DNA, bijvoorbeeld de afwezigheid van een basenpaar (een letter van het DNA), volgt een onjuiste aanmaak van RNA en wordt het eiwit niet aangemaakt. De medicijnen van Prosensa zorgen ervoor dat bij de aanmaak van het RNA het stukje DNA met het defect (exon) wordt overgeslagen. Het resultaat is een korter eiwit. Maar doordat het wel een begin en eind heeft, is het grotendeels functioneel.

Schikan legt uit: ‘‘Zie het als een schokdemper waar je een ring tussenuit haalt. Je hebt dan een kortere schokdemper die nog wel werkt. In de natuur komt dat wel vaker voor. Er zijn jongens die een of meerdere exonen (het gen voor dystrofine heeft 79 exonen) missen. Dit is de spierdystrofie van Becker. De meeste jongens die dit hebben, hebben er weinig last van en komen hiermee nooit bij een arts.’’

Financiering

De wetenschappelijke kennis was daar. Maar voordat een medicijn op de markt komt, doorloopt het een lang en vooral kostbaar traject. ‘‘Onze grootste zorg is hoe we aan financiering komen’’, vertelt Schikan. ‘‘In de eerste vijf jaar werd ons onderzoek voornamelijk gefinancierd door patiëntenverenigingen en met name door Duchenne Parent Project Nederland. De ouders van kinderen met Duchenne zijn erg betrokken bij ons onderzoek.’’ Hij wijst op een ingelijste kindertekening die aan zijn muur hang. Die kreeg hij van een kind met de ziekte van Duchenne. ‘‘Iedere week krijgen wij e-mails van bezorgde ouders van over de hele wereld. We hebben daar een speciale manager patient group relations voor aangenomen.’’

Het onderzoek van Prosensa werd steeds kostbaarder. Daarom trok het bedrijf extra financiering aan. In 2007, 2008 en 2012 haalde het in totaal ruim 54 miljoen euro binnen bij investeringsmaatschappijen. Ook ging Prosensa in oktober 2009 een samenwerkingsverband aan met de farmaceutische reus GlaxoSmithKline (GSK). GSK verwierf hiermee een deel van de rechten op een aantal van Prosensa’s kandidaat-medicijnen. Prosensa leverde de deal een kleine 500 miljoen (voornamelijk milestone payments die worden uitbetaald bij tussentijdse successen) euro op. Ook werken de bedrijven samen aan de ontwikkeling van de medicijnen. ‘‘Hiermee hebben we the best of two worlds’’, stelt Schikan.

Inmiddels heeft Prosensa zes verschillende medicijnen in de pijplijn. Het verst ontwikkeld is Drisapersen, voormalig PRO051/GSK2402968. Het middel richt zich op exon 51. Ongeveer 13 procent van de Duchenne-patiënten heeft een afwijking waarbij het skippen van dit exon kan helpen. Uit klinisch onderzoek naar het middel blijkt dat het leidt tot hernieuwde aanmaak van het eiwit. Ook bleken patiënten die het middel toegediend kregen, beter te presteren in een looptest dan patiënten die een placebo kregen. Inmiddels is het onderzoek naar Drisapersen in de laatste fase beland. Aan dit dubbelblinde, placebo-gecontroleerde onderzoek nemen 186 jongens deel.

Nasdaq

Prosensa2Om het steeds verder uitbreidende onderzoek te kunnen blijven financieren, besloot het bedrijf tot beursgang. ‘‘Wij kozen voor de Nasdaq, omdat daar de meeste biotechbedrijven staan genoteerd’’, licht Schikan zijn keuze toe. Het bedrijf bracht 6,9 miljoen aandelen onder het symbool RNA naar de beurs. ‘‘Dat we het ticker-symbool RNA hebben, is heel gaaf’’, vertelt Schikan enthousiast. ‘‘Zo’n ticker bestaat uit drie of vier letters. Toen we RNA aanvroegen, bleek die bezet door een ander bedrijf. Een dame van Nasdaq ging er voor ons achteraan. Ze belde twee dagen later en zei: I got it for you.’’

Voorafgaand aan de primaire emissie hielden Schikan en zijn team een zogenoemde IPO (Initial Public Offering) roadshow. Hij reisde de hele VS door en hield presentaties, gesprekken en telefoneerde met potentiële investeerders. Het doel was 5 miljoen aandelen te verkopen voor een prijs tussen 11 en 13 dollar. Na de roadshow bleek het orderboek negen keer overschreden. Hij besloot 1 miljoen aandelen extra te verkopen en te gaan voor 13 dollar per stuk. ‘‘Er was zoveel vraag, dat we konden kiezen aan wie we de aandelen verkochten. We moesten helaas ook mensen teleurstellen. Eigenlijk mag je het niet over jezelf zeggen, maar dit was best wel een goede IPO. Dit is echt een achievement.’’

Prosensa1Op 27 juni kende de Food and Drug Administration (FDA) de ‘breakthrough therapy status’ toe aan Prosensa’s belangrijkste geneesmiddel. De dag erop kwam het aandeel RNA op de beurs. ‘‘Om 10:20 stonden we op Times Square in New York bij het grote scherm van Nasdaq. We waren erbij toen daar de openingskoers zou verschijnen. Die was meteen 48 procent hoger dan waarmee hij begon.’’ Schikan laat het met een foto op zijn telefoon zien. ‘‘Dit was echt een prachtige ervaring. Daarna ben ik meteen op vakantie gegaan.’’ Inmiddels staat het aandeel RNA op ruim 25 dollar. BV werd NV en Prosensa kreeg ruim 80 miljoen dollar voor uitbreiding. Wanneer komt het eerste middel op de markt? ‘‘Daar moet je erg voorzichtig mee zijn, want mensen klampen daar hun hoop aan vast. Maar als alles goed blijft gaan, zou het eerste geneesmiddel in de loop van 2014 beschikbaar kunnen komen’’, zegt Schikan. Hij durft ook geen verwachting uit te spreken over wanneer het bedrijf winst gaat maken. ‘‘We zijn er nog niet. Eerst moet het middel nog goedgekeurd worden, dan moet het nog vergoed worden en beschikbaar komen voor de patiënt. Allemaal stappen die nog genomen moeten worden.’’

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen