‘Samenwerking godsdienstwetenschappen en archeologie is Leidse successtory’

30 mei, 2013

Wetenschap & Kennis

Iedere zomer reist Jürgen Zangenberg, hoogleraar theologie aan de Universiteit Leiden, af naar Israël om daar leiding te geven aan een archeologische opgraving. Zijn team, bestaande uit studenten godsdienstwetenschappen en archeologie, vond vorig jaar onverwacht een grote synagoge vol bijzondere objecten. Volgens Zangenberg is de samenwerking tussen godsdienstwetenschappers en archeologen de sleutel tot het succes van de opgraving. “Maar eerst moest de bestudering van het Nieuwe Testament van het imago Bijbelschool af”, stelt Zangenberg.

SynagogeDe bijzondere samenwerking tussen archeologen en godsdienstwetenschappers gaat terug tot de zomer van 2007. Samen met archeoloog Mark van den Enden gaat Zangenberg naar Israël om met behulp van een oude ruïnekaart te zoeken naar de resten van een oud dorpje. De opgraving van dit dorpje moet inzicht geven in de opkomst en ontwikkeling van het Jodendom en Christendom in het Hellenistisch-Byzantijnse tijdperk (100 – 1500 n. Chr.). Het onderzoek moet vooral licht werpen op hoe een kleine dorpse samenleving in deze roerige tijden overleeft. Hoe gaat de voedselvoorziening en de handel en wat zijn de economische structuren?

“Naast een bijdrage leveren aan het wetenschappelijke debat, is het onderwijs aan studenten net zo belangrijk”, vindt Zangenberg. “Het is belangrijk dat studenten van beide studies de kans krijgen mee te werken. Je hebt elkaars expertise nodig – je moet niet denken dat je álles kan. Dat was in het begin wel even wennen.”

Het afstemmen van de twee wetenschapsgebieden was aanvankelijk lastig. Zangenberg: “Je hebt een andere invalshoek; archeologen graven op, maar godsdienstwetenschappers houden zich nauwelijks met materiele cultuur bezig en bestuderen vaak teksten. Maar juist deze bronnen combineren levert een goed resultaat.” Ook het imago van de Bijbelwetenschappen stond Zangenberg in de weg. “Veel mensen denken dat het een soort Bijbelschool is. Dit vooroordeel zit diep, ondanks alle feiten. Leiden echter heeft bewust de opleiding seculier en academisch ingericht, zodat er meer sprake is van een soort ‘christendomwetenschappen’. Alsof we met de bijbel in de hand op zoek zijn naar plaatsen uit het Nieuwe Testament. Niet in Leiden.”

Synagogue Final 5De samenwerking tussen godsdienstwetenschappen en archeologie blijkt vruchtbaar. De opgegraven synagoge uit de 4e eeuw bevat een aantal unieke vondsten: een zetel voor de gemeentevoorzitter, een type dat nooit eerder op de origingele plek is gevonden, een basalten tafel en het beeld van een leeuw. Dit zorgt voor veel publiciteit en belangstelling. Op dit moment richt Zangenberg zich vooral op de synagoge: “Er is een tendens in de archeologie om dingen meer te waarderen die antwoord geven op wat we hier doen of waar we vandaan komen. Een synagoge of oude kerk opgraven wekt daardoor meer belangstelling, terwijl wetenschappelijk gezien dat dorpje net zo belangrijk is”, zegt Zangenberg.

Door deze opgraving zijn de twee vakgebieden meer met elkaar gaan samenwerken. Zangenberg vertelt: “Ik gaf onlangs een mastervak ‘The Archaeology of Religion: Paganism, Judaism and Christianity’ samen met Miguel John Versluys, een collega van de Faculteit Archeologie. Een Master-studente Religious Studies is een promotieonderzoek over een archeologisch onderwerp begonnen. Ook worden er over en weer scripties geschreven. Dat is écht leuk om te zien. Er zijn bruggen gebouwd. In Duitsland (zijn geboorteland, red.) was dit veel moeilijker geweest, daar zijn de gebieden vaak te gescheiden. Het profiel van de Universiteit Leiden maakt dit wel mogelijk. Dit is echt een Leidse successtory.”

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen