01 juni, 2013

Wetenschap & Kennis

Offline bij elkaar komen om te praten over online wetenschapscommunicatie, dat is ScienceOnline in een notendop. Op een donderdagavond beleeft Leiden de West-Europese primeur van het evenement. Wetenschap leeft online, zo blijkt.

Speciaal voor vanavond is de entree van de Voltzaal van Nieuwe Energie met zwarte gordijnen omgetoverd tot een VIP room. Ik krijg een grijze badge waarop alleen ruimte is voor mijn naam en Twitternaam. Dat is typerend voor het idee dat door ScienceOnline unconference wordt genoemd. Welke organisatie je vertegenwoordigt of welke rang je hebt doet er hier niet toe. Iedereen heeft wel ergens verstand van en bijna iedereen heeft last van het impostor syndrome (ik blog veel minder dan de rest, wat doe ik hier?).

Helaas kan ik zo snel niet op mijn Twitternaam komen. Dan maar geen Twitternaam op mijn badge. Gelukkig ben ik niet de enige. ‘‘Een groot deel van de inschrijvers heeft geen Twitternaam opgegeven’’, vertrouwt de dame bij de inschrijftafel me toe. Voor de Leidse editie blijkt dat geen bezwaar. Want waar het Amerikaanse voorbeeld ontstond vanuit de wens van wetenschapsbloggers en hun lezers om elkaar ook eens offline te ontmoeten, is het bij ScienceOnline Leiden andersom. We ontmoeten elkaar eerst offline en gaan hier in gesprek om later het gesprek online voort te zetten. Toch herken ik namen als @Jopinie en @erik_kwakkel. Namen die geregeld in mijn Twittertijdlijn voorbij komen.

Succesverhalen

Initiatiefnemer Frank Nuijens

Initiatiefnemer Frank Nuijens

Het eerste deel van het programma lijkt verdacht veel op een conventionele conferentie met PowerPoint presentaties, vragenstellers die netjes hun vinger in de lucht steken en beleefde applausjes. Na een openingswoord van de organisatie delen drie sprekers hun ervaringen met online communicatie over wetenschap. Archeoloog Sjoerd van der Linde van de Universiteit Leiden bijt het spits af. Met zijn online platform CommonSites sprokkelt hij door middel van crowdfunding geld bij elkaar voor projecten in de erfgoedsector. Wetenschappers kunnen een pagina voor hun project aanmaken. Hier houden ze geïnteresseerden op de hoogte van hun vorderingen en kunnen die geïnteresseerden geld doneren voor het project.

Tweede spreker is Esther Sibbel van Leiden Law Blog. De website vierde op 16 april dit jaar de eerste verjaardag. Dankzij een strakke planning en blogworkshops voor de 100 bloggers is de website een succes te noemen. In het eerste jaar kreeg de website 44.000 bezoeken en een nominatie voor de Nationale Social Media Awards. Volgens Sibbel is het lastig om vooral oudere wetenschappers te overtuigen hun kostbare tijd te wijden aan blogposts. Internationale profilering en het feit dat hun bijdragen als (populariserende) publicaties gelden, krijgt de geleerden zover dat ze voor de gewone burger buiten de ivoren toren gaan schrijven. Of de lezers gewone burgers zijn, kan Sibbel niet zeggen. Het blog is in het Engels en een kwart van de lezers bevindt zich in het buitenland.

Kinderschoenen

Jerry Vermanen, datajournalist bij Nu.nl, houdt het laatste praatje. Zijn werk bestaat uit het zoeken naar de cijfers achter het nieuws en het nieuws achter de cijfers. We krijgen de trucjes van zijn vak te zien. Zo gebruikt hij Twitter Scraper en IFTTT (if this then that) om informatie uit sociale media te halen. Wat hij daarmee maakt, laat hij niet zien. Maar na een blik op zijn grafiekjes krijg ik (verwend door het werk van zijn Amerikaanse collega’s) de indruk dat de datajournalistiek van Nu.nl toch vooral nog in de kinderschoenen staat.

De IceWizard in actie.

De IceWizard in actie.

Terwijl de rest zich in de pauze waagt aan de met ijskoud vloeibaar stikstof overgoten eetbare creaties van de IceWizard, schiet ik initiatiefnemer Frank Nuijens aan. Waarom koos hij als hoofdredacteur van TU Delta, de universiteitskrant van de TU Delft, voor Leiden als de plek voor ScienceOnline? Nuijens: ‘‘Ik woon in Leiden, dus dit is voor mij een thuiswedstrijd. Daarnaast heeft Leiden een heel hoge concentratie aan mensen die zich met wetenschapscommunicatie bezighouden. 10% van de Vereniging voor Wetenschapsjournalisten in Nederland woont in Leiden. Hier zijn we onafhankelijk van de universiteit. Dat was in Delft niet mogelijk geweest, daar was het een initiatief van de TU Delft geworden.’’

Citizen Science

Na de pauze blijkt dat ik met mijn grijze badge ben ingedeeld in de Unconference Parallelsessie over Citizen Science. Onder leiding van wetenschapscommunicator Huub Eggen en sterrenkundige Frans Snik gaan we op zoek naar wat we eigenlijk onder (vrij vertaald) burgerwetenschap verstaan. Snik zelf is betrokken in het iSpex project. Dat is een opzetstukje voor de iPhone waarmee burgers fijnstof in de atmosfeer kunnen meten door een foto van de lucht te maken. Zo hoopt hij een gedetailleerde kaart van de luchtkwaliteit in Nederland te kunnen maken.

Uit de zaal komen talrijke andere voorbeelden. Een dame van het LUMC noemt hun Allergieradar. Dat is een applicatie voor de smartphone waarmee burgers door kunnen geven hoeveel last ze hebben van hooikoorts en op welke plek ze zijn. Dat resulteert in een kaartje van Nederland met daarop hooikoortsklachten geplot. Een andere deelnemer noemt de Splashteller van de Universiteit Wageningen. Wetenschappers bepalen de dichtheid van insecten in Nederland door burgers het aantal geplette insecten op hun nummerbord te laten tellen.

OpeningsacteEr zijn voorbeelden genoeg. De vraag reist of dit nu echte wetenschap is en of wetenschappers de metingen die leken doorgeven, kunnen gebruiken voor hun experimenten. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat dit soort onderzoek zelden resulteert in echte wetenschappelijke publicaties, weet iemand. Ook Snik geeft eerlijk toe dat zijn iSpex project een experiment is waarvan niet zeker is dat het zal werken. Maar gaat het daarom? We zijn het erover eens dat de participatie van burgers in wetenschappelijk onderzoek het draagvlak voor wetenschap in de samenleving kan vergroten. En dat is nodig. Het huidige politieke klimaat is de wetenschap bepaald niet goed gezind.

Als besluit van de avond wordt ScienceOnline Leiden officieel opgericht en zetten de aanwezigen hun handtekening op de oprichtingsakte. Want ‘ScienceOnline dat zijn jullie!’, luidt het credo. Nadat de avond is afgesloten en alle vrijwilligers bedankt (zeker een kwart van alle aanwezigen), gaan de offline gesprekken door. En hopelijk krijgen ze een online vervolg, want sociale media hebben de wetenschap veel te bieden. Zoveel is duidelijk geworden. Tot Twitters!

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen