12 mei, 2014

Wetenschap & Kennis

Met rasse schreden vullen ziekenhuizen zich met technologie. Bijgestaan door robots duikt de hedendaagse chirurg vanachter zijn kleurenmonitor, gewapend met een joystick, de maag, darm of galblaas in om daar zijn werk te doen. Zonder een litteken achter te laten. Technofobie wordt een onoverkomelijk probleem. ”Door deze snelle ontwikkeling is het goed om artsen op te leiden die verstand hebben van techniek”, vertelt hoogleraar Frank Willem Jansen van het LUMC, de Universiteit Leiden en de TU Delft. En daar moet de gloednieuwe opleiding Klinische Technologie in gaan voorzien.

Clinische technologie1

3D-orgaanprinter

Door innovaties in de medische technologie stijgt de vraag naar artsen die overweg kunnen met 3D-geprinte organen, stuurbare kniptangen en geavanceerde scanners. De opleiding geneeskunde speelt hier onvoldoende op in. Dokters moeten vaak van de industrie horen wat goed voor hen is. Jansen denkt dat veel artsen niet voldoende weten hoe bepaalde apparaten werken. ‘Iemand met een technische achtergrond kan makkelijker inschatten of een apparaat al dan niet gevaarlijk is’, stelt de hoogleraar die de leerstoel  Implementatie van de minimaal invasieve chirurgische technieken bekleedt. ‘Ik geloof in de dokter die een stuk techniek achter zich heeft staan’, zegt hij. En dat is wat de bacheloropleiding Klinische Technologie vanaf aankomend collegejaar moet gaan doen: het gat dichten tussen de medische wereld en de techniek.

Numerus fixus

De nieuwe bacheloropleiding is een samenwerkingsverband tussen de TU Delft, het Erasmus MC in Rotterdam en het LUMC. Daarmee is de opleiding een exponent van de Strategische Aliantie Leiden-Delft-Erasmus. Sinds 2012 bundelen de drie universiteiten hun krachten op het gebied van onderwijs, onderzoek en valorisatie. Ook participeren zij, hun UMC’s, andere kennisinstellingen en bedrijven in de Medical Delta. De universiteiten verzorgen gezamenlijk multidisciplinaire tracks, minoren en masteropleidingen. Studenten die deelnemen aan dit onderwijs pendelen heen en weer tussen de drie steden. Een deel van de studenten Klinische Technologie zal zich dan ook in Leiden vestigen.

Uniek is Klinische Technologie niet in Nederland. Ook de Universiteit Twente biedt sinds 2003 een vergelijkbare opleiding aan. Maar daarmee is de concurrentie beperkt. De verwachting is dan ook dat de opleiding op veel belangstelling kan rekenen. Om de toeloop van studenten binnen de perken te houden wordt een numerus fixus ingesteld. ‘We zijn erg benieuwd hoe het uitpakt, omdat het een nieuwe studie is in deze regio’, vertelt Jansen. Ook verwacht hij de nodige struikelblokken. ‘We laten maximaal honderd mensen toe, misschien eentje meer.’ Scholieren met een 8-plus als eindcijfer komen er sowieso in, daarna gaan ze loten.

Dikke patiënten

Samen met het Erasmus UMC verzorgt het LUMC de medische kant van de opleiding. Typisch Leids is het vak dat ‘smart surgery’ behandelt. Hierin draait het om verfijnde operaties waarmee bijvoorbeeld prostaatkanker behandeld wordt. Dit vakgebied kan zich verder uitbreiden en meer worden afgestemd op de patiënt door de nadruk op de techniek in de nieuwe opleiding. Jansen: ”De ingenieur ontwerpt een mooi instrument, maar staat door een gebrek aan praktijkervaring bijvoorbeeld niet stil bij de steeds dikker wordende patiënt. Omdat mijn instrument niet op maat is gemaakt, moet ik mij tijdens de operatie over de patiënt heen bewegen.”

Vijftien jaar verder

Clinische technologie2

Na de bacheloropleiding volgt logischerwijs de master Clinical Technology of Technical Medicine, waarmee de student een klinisch technoloog/technisch geneeskundige wordt. De student die gaandeweg ontdekt heeft dat hij vooral in de patiënt geïnteresseerd is, kan door met de opleiding geneeskunde en zo een technisch onderlegde arts woren. Studenten die juist de techniek leuker vinden kunnen naar de master Biomedical Engeneering.

Maar wat gaat een klinisch technoloog of technisch geneeskundige na zijn studie doen? Jansen zegt dat het lastig is om dat nu al te zeggen. Wel ziet hij hen als een goede aanvulling op een medisch behandelteam en een manier om technische innovaties makkelijker te kunnen implementeren in de zorg. Dat doen ze vooral in multidisciplinaire teams en in academische of topklinische ziekenhuizen en in samenwerking met de wetenschap. De website van de opleiding voorspelt dat naast ziekenhuizen ook de industrie staat te trappelen om afgestudeerden aan te nemen.

Het beroep bestaat pas sinds 2009 en begin dit jaar werd Klinisch Technoloog een zelfstandige bevoegdheid met wettelijke bescherming. Net als de klinische technologie is het werkveld van hen die het gaan bedienen nog volop in ontwikkeling. Nu zeggen hoe het er uitziet als de eerste afgestudeerden de arbeidsmarkt betreden, is koffiedik kijken. En wat je vooral wilt als een technicus aan je gaat sleutelen, is dat hij uit de voeten kan met de apparaten die op dat moment voorradig zijn.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen