04 juli, 2013

Wetenschap & Kennis

Vorige week besloot het college van B&W 140.000 euro te investeren in het project ‘Leren over Leven: Life Science in Leiden’. Dit project van Technolab Leiden moet leerlingen van de middelbare school kennis laten maken met de levenswetenschappen. En dat past natuurlijk uitstekend bij de ambities van een gemeente die de biosciences als de nieuwe lakennijverheid ziet. Technolab-directeur Ben Schippers is dolblij met de subsidie, maar vindt de aandacht voor de tekorten aan technisch personeel ‘niet genuanceerd’.

Met de subsidie van de gemeente kan Technolab Leiden de portfolio flink uitbreiden. Momenteel bereikt de stichting met haar workshops zo’n 12.000 leerlingen per jaar. Dit zijn vooral basisschoolleerlingen. Het project Leren over Leven richt zich voornamelijk op de onderbouw van vmbo, havo en vwo. Naar verwachting zullen jaarlijks zo’n 7.000 leerlingen meedoen aan het project. Schippers ziet in hen een belangrijke doelgroep. ‘‘Dit is de leeftijd waarop ze moeten kiezen voor een profiel. Dankzij onze workshops ontdekken leerlingen of ze technische talenten hebben en kiezen ze misschien wel voor Natuur en Techniek of Natuur en Gezondheid.’’

Het project gaat in september van start en bevat een viertal workshops per schooljaar. Schippers legt uit: ‘‘In het eerste en tweede jaar is het programma vooral gericht op inhoud van de life sciences. Aan bod komen onderwerpen als microbiologie, humane anatomie, water en nanotechnologie. In het derde jaar op de beroepsperspectieven en kansen. Daarnaast kunnen leerlingen uit 5 vwo na een sollicitatieronde meedoen aan zes workshops over neurologie, oncologie en onderzoeksvaardigheden bij het LUMC. Zij verwerken wat ze geleerd hebben in een workshop voor 3 vwo-leerlingen en fungeren zo als rolmodel.’’ Bij de workshops zijn onder meer Museum Boerhaave en Naturalis betrokken.

Talenten

De bedoeling van het project is overigens niet om scholieren te ronselen voor een technische opleiding. ‘‘Wij willen kinderen helpen om een betere keuze te maken. Een keuze die gebaseerd is op kennis van hun eigen talenten. Het onderwijs is nu heel erg gericht op cognitieve vaardigheden als taal en rekenen. De praktijk en creatieve vaardigheden komen veel minder aan bod. Leerlingen hebben er vaak helemaal geen idee van dat ze talent hebben voor handwerk’’, vertelt Schippers. In de workshops staat zelf onderzoeken en ontwerpen dan ook centraal. Daardoor leren de kinderen beter. Schippers: ‘‘Een bevriende fotograaf vertelde me dat zijn dochter na een van onze workshops opeens alles begon te vertellen over prisma’s. Hij was stomverbaasd.’’

Technolab begon als een hobbyproject van Schippers en bestaat inmiddels drie jaar als officiële stichting. Of de workshops meer kinderen hebben overtuigd voor een technische opleiding te kiezen, is nog niet te kwantificeren. Wel kan Schippers kwalitatieve resultaten noemen: ‘‘Twee meisjes hebben dankzij onze workshops gekozen voor scheepsbouw in plaats van een kappers- of horecaopleiding. En een van onze deelnemers is bij de Leidse Instrumentenmakers School begonnen. Een ander heeft zich er ingeschreven.’’

Retoriek

De ambities van Schippers passen helemaal in het straatje van de gemeente. Vorige week noemde burgemeester Lenferink de biociences de belangrijkste economische sector van de toekomst. Daarbij maakte hij de vergelijking met de lakenindustrie die de stad in de 15e eeuw ongekende rijkdom bracht. De verwachtingen van de werkgelegenheid die de levenswetenschappen gaan opleveren zijn dan ook hooggespannen. Hierbij lijkt vooral gedacht te worden aan banen voor hoogopgeleid personeel. De retoriek rondom het programma Leiden Kennisstad is doorspekt van de Universiteit Leiden en topwetenschap. Over het mbo wordt veel minder gerept.

Volgens Schippers zitten de tekorten juist niet zozeer in het hoger opgeleid personeel. Hij vertelt: ‘‘De cijfers van het ROA (Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt) over tekorten in de technieksector die in de media komen, zijn niet genuanceerd. De tekorten aan studenten die een technische studie aan universiteiten of hogescholen doen vallen mee. En die tekorten kunnen eenvoudig worden aangevuld door mensen uit het buitenland aan te trekken. Er is wel echt een tekort aan technici die iets met hun handen kunnen. Mensen die gewoon een verwarmingsketel op kunnen hangen. Ook in een laboratorium werkt niet alleen hoogopgeleid personeel. Neem Janssen Biologics. Zij hebben voor de productie van hun medicijnen veel technisch opgeleide mbo’ers nodig. Daar zijn er zo weinig van te vinden dat het de productie van medicijnen beperkt.’’

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen