24 januari, 2014

Wetenschap & Kennis

Het Bio Science Park gaat de vestigingscriteria verruimen. Dat zijn de provincie Zuid-Holland, de Universiteit Leiden en de gemeenten Leiden en Oegstgeest overeengekomen. Naast bedrijven in de Life Sciences mogen vanaf nu ook bedrijven in de Health sector zich vestigen op het park. Daarmee wil het mee blijven draaien in de wereldtop.

Foto: BuroJP v.l.n.r.: Vice-voorzitter College van Bestuur de heer drs. H.W. te Beest (Universiteit Leiden), wethouder de heer R. Strijk (Gemeente Leiden), Wethouder mevrouw W.E. Tönjann-Levert (Gemeente Oegstgeest), Gedeputeerde de heer drs. G. Veldhuijzen (Provincie Zuid Holland).

v.l.n.r.: Vicevoorzitter college van bestuur Willem te Beest (Universiteit Leiden), wethouder Robert Strijk (gemeente Leiden), Wethouder Wendelien Tönjann-Levert (gemeente Oegstgeest), Gedeputeerde Govert Veldhuijzen (provincie Zuid Holland). Foto: BuroJP

Verschillende aanpassingen van de vestigingscriteria moeten het voor een grotere groep bedrijven aanlokkelijk maken om zich op het Bio Science Park te vestigen. Het vestigingsbeleid wordt verbreed van ‘Life Sciences’ naar ‘Life Sciences & Health’. Daarmee past het profiel van het park naadloos in een van de negen economische topsectoren: ‘Life Science & Health’. Daarnaast wordt het maximale kantoorpercentage opgehoogd naar 50 procent en mogen ook gerelateerde bedrijven die voor tenminste 20 procent gericht zijn op Life Science & Health worden toegelaten. Om nieuwkomers te toetsen aan de criteria wordt een brancheringscommissie in het leven geroepen.

Koerswijziging

In de 30 jaar dat Leiden Bio Science Park bestaat, richtte het park zich voornamelijk op bedrijven in de Life Sciences. En dat heeft zijn vruchten afgeworpen. In 2012 werd het park als een van de zeven campussen van nationaal belang aangewezen. Dat betekent dat het park in termen van R&D-activiteiten en het aantal kenniswerkers van nationale betekenis is. Het park herbergt dan ook 143 bedrijven en organisaties, waar in totaal 15.800 mensen werken. Ook in de prijzenkast van het Bio Science Park staat de Menzis Award Beste Bedrijventerrein 2009. De jury prees het feit dat het een van de weinige bedrijventerreinen in zijn soort was waar de winst niet bovenaan staat. Doorslaggevend was het feit dat het park 25 jaar lang het concept (gericht op Life Sciences) had weten te bewaren. “Al 25 jaar de rug recht, hoera!” jubelt het juryrapport.

Vanwaar dan nu de wijziging van koers? De stap van Life Science naar Life Science & Health is niet zo groot. “Het is een bestendiging van bestaande praktijken”, legt Nettie Buitelaar, CEO van de Leiden Bio Science Park foundation, uit. Een voorbeeld hiervan is het hoofdkwartier en R&D Center van sticker- en verpakkingsmateriaalfabrikant Avery Dennison. “Zij willen zich meer op toepassingen voor de zorg en farma gaan richten en in het Bio Science Park vinden ze al de contacten die ze hiervoor nodig hebben”, zegt Buitelaar. Met de hulp van de medische expertise, die op het park bij de kennisinstellingen en bedrijven voorhanden is, kan het bedrijf bijvoorbeeld tape gaan ontwikkelen voor medische toepassing.

Onderscheidend

Of verbreding van het profiel een verstandige keuze is, hangt af van de invulling ervan. Dat denkt Nynke Draisma van Buck Consultants International (BCI). Dit consultancybureau deed in 2009 en 2012 in opdracht van het ministerie van Economische Zaken onderzoek naar de ontwikkeling van campussen. Dat zijn bedrijventerreinen waar Research & Development plaatsvindt door universiteiten, ziekenhuizen, onderzoeksinstituten en/of bedrijven (zie dit artikel van Draisma). In 2009 telde ons land 55 campussen of initiatieven daartoe en in 2012 waren dat er al 74, waaronder een aantal campussen dat zich richt op de Life Sciences. “Life Science en Health zijn containerbegrippen”, zegt Draisma. “Het is belangrijk om daarbinnen onderscheidend te zijn. Met name in de internationale concurrentiestrijd tussen campussen om bedrijven aan te trekken, is dit cruciaal.”

Onderscheiden in de Health sector doe je niet door rollators of schoenen voor moeilijke voeten te gaan produceren. Dat is ook niet waar Buitelaar aan denkt. “Nieuwe bedrijven moeten innovatief zijn en er moet een science component in zitten”, legt ze uit. Ze denkt vooral aan innovatie op het snijvlak van medische wetenschap en technologie en technologie en zorg. Buitelaar ziet kansen op het gebied van wearables. Deze draagbare gadgets beheersten de Consumer Electronics Show in Las Vegas en zijn de nieuwe technologische trend. Ze kunnen worden voorzien van medische technologie waarvoor de kennis in Leiden voor het oprapen ligt. Een voorbeeld hiervan is het bedrijf Applied Radar Technology dat gevestigd is in het BioPartner Center op het park. Dit bedrijf past radartechnologie toe voor het monitoren van patiënten met slaapapneu.

Kantoren

Hoe zit het dan met het toestaan van meer kantoorruimten en bedrijven die voor 80 procent niets met Life Science & Health te maken hebben? Dat klinkt als water bij de wijn. Ook die aanpassingen beantwoorden echter aan een trend die al langer gaande was. Buitelaar: “Vroeger gebeurde al het onderzoek in het lab. Dankzij de opkomst van de bio-informatica kan veel van het natte labwerk worden vervangen door computerwerk. Ook zijn er al langer bedrijven op het Bio Science Park gevestigd die slechts zijdelings met Life Science te maken hebben, maar wel een basis in de universiteit hebben. Voorbeelden zijn Cosine, dat meetinstrumenten voor uiteenlopende toepassingen maakt, en Dutch Space.

Bron: Buck Consultants International

Bron: Buck Consultants International

Of een bedrijf ervoor kiest zijn R&D vestiging op het Bio Science Park te plaatsen, hangt af van een aantal factoren. Uit onderzoek van BCI blijkt dat de belangrijkste drie de beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel, internationale bereikbaarheid en aanwezigheid van toonaangevende universiteiten en/of kennisinstituten zijn. Het Bio Science Park heeft daarmee de papieren om het goed te blijven doen, zeker in de topsector Life Science & Health. Maar de keuze kan om heel andere redenen op een andere locatie vallen. “Soms kiest een bedrijf voor bijvoorbeeld het Amsterdam Science Park, omdat de CEO dat een spannende stad vindt.”

Dankzij de toevoeging van 30 hectare in het Oegstgeester deel is er voorlopig ruimte genoeg voor nieuwe bedrijven op het Bio Science Park. Buitelaar verwacht op korte termijn geen grote bedrijven. “Het is rustiger dan voorheen, maar er is regelmatig belangstelling” zegt ze. Zo kreeg ze deze week nog bezoek van een groot Amerikaans bedrijf. Wie weet.

Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks de beste artikelen